Kathleen Van Brempt (Vooruit)

‘Als het gaat over het internationaal recht oogt het trackrecord van de Europese Unie lamentabel’

Kathleen Van Brempt (Vooruit) Europarlementslid voor Vooruit

Als Europese leiders vandaag vaststellen dat het internationaal recht op het geopolitieke toneel zijn glans verloren heeft, dan hebben ze dat vooral aan zichzelf te danken. “Het is de prijs die we betalen voor onze eigen laksheid,” schrijft Europees Parlementslid Kathleen Van Brempt.

“In de wereld zoals die aan het evolueren is, met grote machtige landen die er niet voor terugdeinzen het internationaal recht opzij te schuiven als het hen goed uitkomt, kan Europa niet blijven prevelen over internationaal recht en zal het ook zelf militaire capaciteiten moeten opbouwen.”

Aan het woord is hier premier Bart De Wever na de meeting over de veiligheidsgaranties voor Oekraïne. Een analyse die je dezer dagen wel vaker hoort onder Europese regeringsleiders.

En op het eerste zicht valt er in die analyse geen speld tussen te krijgen. Alleen combineren Europese regeringsleiders dat met een compleet gebrek aan politieke wil om daar consequent naar te handelen. Het wat oneerbiedige ‘prevelen’ is hier inderdaad op zijn plaats, maar dan vooral als vorm van zelfkritiek.

Januskop

Wanneer het gaat over het internationaal recht oogt het trackrecord van de Unie lamentabel. Alle morele verontwaardiging en grootspraak ten spijt bleken internationaal recht en mensenrechten de afgelopen jaren toch vooral voorbehouden voor onszelf. In andere gevallen kneep Europa met veel gemak een oogje dicht.

Welke waarde hebben onze statements over de territoriale integriteit en het zelfbeschikkingsrecht van Oekraïne als we tegelijk strategisch zwijgen over de bezetting van delen van Oost-Congo en de vele mensenrechtenschendingen daar?

Hoe hol klinkt de oproep om de toegang van humanitaire hulporganisaties tot Gaza en de Westelijke Jordaanoever te garanderen als Europa er niet in slaagt politieke en economische druk uit te oefenen via sancties tegen de Israëlische regering? Hoe leeg is de verontwaardiging wanneer Trump dreigt met een militaire annexatie van Groenland, terwijl we toestaan dat onze ‘bondgenoot’ met gemak regimewissels doorvoert en olievoorraden claimt in Venezuela ten voordele van Amerikaanse oligarchen? Niet voor niets zei De Wever ooit: “Het internationaal recht is een keurslijf dat ons belet om de dingen te doen die ik logisch vind.”

Als Trump, Poetin en Xi vandaag met gemak over het internationaal recht heen walsen, dan komt dat vooral omdat Europa en haar lidstaten het afgelopen decennium een context hebben gecreëerd waarin dat kan. Wanneer regeringsleiders zonder veel moeite arrestatiebevelen van het Internationaal Strafhof weigeren te respecteren, reiken de gevolgen verder dan die ene case. Ze knagen aan het statuut van het Strafhof zelf. Minder openlijk dan hoe de Verenigde Staten dat vandaag doen, maar minstens even effectief.

Optelsommetjes

Vandaag is het duidelijk dat we met z’n allen de prijs betalen voor het afbrokkelen van die internationale rechtsorde. Om zich een houding te geven in de chaos van de geopolitiek, luidt de analyse, moet de Europese Unie haar ‘geprevel’ inwisselen voor militaire capaciteit. Als dat betekent dat Europa haar afhankelijkheid op het vlak van veiligheid afbouwt, klopt dat ook.

Maar ook hier laten Europese regeringsleiders het achterste van hun tong niet zien. Vandaag investeren de Europese lidstaten samen al 2,5 keer meer in veiligheid en defensie dan Rusland. Toch blijft het resultaat een inefficiënte optelsom van nationale ambities. De poging om een gezamenlijk Europees defensiebeleid uit te bouwen is in sneltempo ontaard in een wedloop tussen nationale defensie-industrieën. Coördinatie ontbreekt, net als de politieke wil om krachten te bundelen. Nationale belangen blijven primeren op het collectief.

Bang afwachten en braaf buigen

Het opbouwen van dergelijke veiligheidscapaciteit gebeurt bovendien niet van vandaag op morgen. Zelfs als Europa daarin slaagt, blijft de vraag: waarvoor? Macht hebben is één zaak. Ze inzetten is iets anders. Uit ervaring weten we dat nationale regeringsleiders daar vaak de nodige ruggengraat voor missen.

Vandaag leeft het hardnekkige beeld dat de Europese Unie machteloos is. En dat klopt niet. Als grootste geïntegreerde markt ter wereld beschikt Europa over enorme economische macht. De afgelopen jaren heeft de Unie bovendien een volledig instrumentarium ontwikkeld om die macht ook geopolitiek te gebruiken. Maar toen Trump ons met zijn illegale tarievenpolitiek onder vuur nam, besloot Europa bang af te wachten en uiteindelijk braaf te buigen.

Net dat is het drama van Europa vandaag. Terwijl Europese regeringsleiders over elkaar struikelen om hun plaats op het wereldtoneel te claimen, bewijzen ze hun eigen irrelevantie. Niet omdat Europa geen macht heeft, maar omdat het die macht niet consequent, te versnipperd en te terughoudend inzet.

Als Europa opnieuw een rol van betekenis wil spelen, zal het zichzelf moeten overstijgen. Er is wereldwijd een groeiende behoefte aan stabiliteit en voorspelbaarheid. Veel landen willen niet kiezen tussen de machtspolitiek van Xi, Trump of Poetin. Ze zoeken geen confrontatie, maar wel een uitweg uit economische dwang en politieke druk. Net daar ligt een opdracht voor Europa.

Door samen te werken met een brede groep gelijkgezinde staten – van Canada en Japan tot partners in Afrika, Zuid-Amerika en Zuidoost-Azië – kan Europa bouwen aan een alternatief samenwerkingskader dat vertrekt vanuit internationaal recht, mensenrechten en duidelijke economische afspraken. Een netwerk waarin landen hun markten, grondstoffen en technologie beter op elkaar afstemmen en gecoördineerd reageren wanneer druk wordt uitgeoefend via handel of investeringen. Meer dan prevelen is dat de opdracht voor 2026.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Expertise