4 mei 2019
...

De Amerikaanse president Donald Trump heeft al heel wat fameuze tweets op zijn naam. Eén ervan luidt: 'Trade wars are good, and easy to win.' Zou het? Trump loste zijn tweet nadat hij had verklaard dat de VS 'vele miljarden dollars verliest' met handel. De gebeten hond daarbij was China, de belangrijkste handelspartner van Amerika. 'Als zij geen handel meer willen drijven met ons, zou ik daar geen probleem mee hebben', verklaarde Trump. 'Het zou ons heel wat geld besparen.' Groot applaus bij veel Amerikanen, op hun petten prijkt niet voor niets 'Make America great again'. Amerika worstelt er al langer mee: het voert meer producten in dan het uitvoert. Het gevolg is een handelstekort van pakweg 800 miljard dollar. Met China alleen al is het handelstekort 375 miljard dollar. De VS voeren dus véél meer Chinese producten in dan dat ze uitvoeren naar China. 'Trump hamerde er tijdens zijn verkiezingscampagne op dat China op een oneerlijke manier handel voert', zegt Jan Van Hove, die internationale handel doceert aan de KU Leuven. 'Het gevolg is volgens hem dat Amerikaanse bedrijven de deuren moeten sluiten en dat er Amerikaanse banen sneuvelen. Niet voor niets luidde zijn slogan America First. Hij heeft er de verkiezingen mee gewonnen.' Heeft Trump ongelijk? Drijft China dan niet op een oneerlijke manier handel? Jan Van Hove: Hij heeft zeker een punt, China speelt het spel niet eerlijk. Het is een onfaire concurrent op de wereldmarkt. Dankzij de steun van Chinese staatsfinanciën kunnen Chinese bedrijven hun producten goedkoop op buitenlandse markten afzetten en het de plaatselijke concurrenten zeer moeilijk maken. Daarnaast bezondigt China zich aan diefstal van intellectuele eigendom. Het doet er alles aan om in het buitenland snel kennis te verwerven over nieuwe producten, om die dan zelf veel goedkoper op de markt te brengen. Bovendien vinden Chinese producten en bedrijven vrij vlot de weg naar de buitenlandse markt, terwijl westerse bedrijven maar moeilijk toegang krijgen tot de honderden miljoenen potentiële Chinese consumenten. Op die manier heeft China een enorm steile opgang gemaakt als economische wereldmacht. Daar heeft Trump zijn buik van vol. Begrijpelijk, toch? Van Hove: Ja, en we moeten het zeggen zoals het is: het gekrakeel tussen de VS en China is niet begonnen met president Trump. Het handelsconflict tussen beide landen gaat al veel langer mee. President Barack Obama nam bijvoorbeeld al maatregelen tegen de oneerlijke Chinese concurrentie. Maar kunnen we China alle schuld geven? We hebben China in 2001 toegelaten tot de Wereldhandelsorganisatie, die toeziet op de naleving van de handelsafspraken tussen landen. Maar de afspraken die het Westen daar toen met China over heeft gemaakt, waren veel te zacht geformuleerd. Bijvoorbeeld? Van Hove: Het Westen bedong bijvoorbeeld overgangsmaatregelen voor de textielindustrie. Er werden quota afgesproken, de uitvoer van Chinees textiel werd gedurende een periode beperkt. Dat heeft onze textielbedrijven een tijdlang beschermd, maar toen de overeenkomst afliep, werden de VS en Europa overspoeld met goedkoop textiel uit China. Onze textielbedrijven werden kapotgeconcurreerd en China kreeg de textielsector in handen. We hebben China toen duidelijk onderschat. We hebben het hun te gemakkelijk gemaakt en zijn er dus mee verantwoordelijk voor dat China vandaag zo dominant is. Trump voerde een invoerheffing op Chinese producten in, zodat die duurder en dus minder aantrekkelijk werden. Is dat de juiste strategie? Van Hove: Hij had ook op een andere manier kunnen reageren. Hij had onderhandelingen met China kunnen aanknopen over vrijwillige handelsbeperkingen. Alleen past dat niet bij Trump. Hij wil niet gezien worden als een president die op zijn knieën bij een ander land gaat smeken om wat minder naar de VS uit te voeren. Bovendien blijkt uit heel veel studiewerk dat zulke vrijwillige exportrestricties nadelig zijn voor het land dat daarop aandringt. Als de VS aan China zou vragen om bijvoorbeeld de uitvoer van computers vrijwillig te beperken, dan heeft dat een groter negatief effect op de welvaart van de VS dan op die van China, want Amerikaanse consumenten betalen dan aanzienlijk meer voor Chinese computers. Toch maakte Trump met zijn invoerheffingen volgens mij een fundamentele fout. Hoezo? Van Hove: De Amerikaanse invoer ligt hoger dan de Amerikaanse uitvoer. Trump koos voor protectionisme, hij wil zijn eigen industrie beschermen door de invoer af te remmen en kwam daarom met invoerheffingen. Hij had er ook voor kunnen kiezen om de Amerikaanse uitvoer te stimuleren. Want de oneerlijke Chinese concurrentie is maar één kant van het verhaal, de andere kant is dat de Amerikaanse industrie met heel veel problemen kampt. In de traditionele sectoren is de VS niet meer competitief en ook niet meer innovatief. De Amerikaanse industrie hinkt achterop, de producten die ze aflevert zijn vaak niet aantrekkelijk op de buitenlandse markt. Trump had ook kunnen beslissen om daar wat aan te doen. Hij had een groot industrieel beleid kunnen opzetten om de Amerikaanse export te bevorderen. In plaats daarvan begon hij een economische kruistocht tegen China, die escaleerde tot een handelsoorlog. Wanneer wordt een handelsconflict een handelsoorlog? Van Hove: 'Handelsoorlog' klinkt dramatisch en bekt goed, maar je moet het niet te vlug gebruiken. Ik heb zelf lang consequent gesproken van een handelsconflict tussen de VS en China. Handelsconflicten komen geregeld voor: als landen vinden dat er producten op hun markt worden gedumpt, als ze onder de prijs worden verkocht, kunnen ze een klacht indienen bij de Wereldhandelsorganisatie. Die onderzoekt dan de zaak en velt een oordeel. Dat gebeurt vaker: zelfs de beste vrienden kunnen al eens een conflict hebben en zolang het in dit stadium zit, moet je zeker niet van een handelsoorlog spreken. Maar Trump houdt niet zo van instellingen als de Wereldhandelsorganisatie. Hij vindt ze bureaucratisch, de procedures duren te lang. Al snel na zijn aantreden kondigde hij invoerheffingen af op allerlei producten. Eigenlijk is het hallucinant hoe hij daarbij te werk ging. Vertel. Van Hove: In zijn bekende cowboystijl trok Trump zich niets aan van bestaande regels of usances. Hij besliste bijvoorbeeld zonder veel omkijken om de invoertarieven op staal en aluminium te verhogen. De Wereldhandelsorganisatie laat dat in principe niet toe, behalve in uitzonderlijke omstandigheden. Nationale veiligheid is zo'n uitzonderlijke omstandigheid. Volgens de Amerikaanse wet kan een president dat ook inroepen: dan hoeft hij geen rekening met het Congres te houden. Natuurlijk is deze uitzondering bedoeld voor als een land verwikkeld is in een militaire oorlog of zo, maar daar veegde Trump zijn voeten aan. Hij bestempelde de invoer van staal en aluminium als een bedreiging van de nationale veiligheid en verhoogde begin vorig jaar de invoertarieven. Toen kantelde het handelsconflict tussen China en de VS naar een handelsoorlog. China nam tegenmaatregelen en de zaak escaleerde. Is een handelsoorlog zoals nu tussen de VS en China uitzonderlijk? Van Hove: Er zijn in het verleden nog zulke handelsoorlogen geweest, bijvoorbeeld tussen de VS en Europa over staal of met China over textiel, maar de omvang en het percentage van de wereldhandel dat er deze keer door getroffen wordt, zijn zeker uitzonderlijk. Voor het eerst kun je bijna spreken van een handelswereldoorlog, zeker als ook nog Europa er echt bij betrokken zou raken. Hoe pijnlijk zijn de economische gevolgen? Van Hove: De impact op de handel zelf is tot nu toe relatief beperkt. Dat komt omdat de Amerikaanse bedrijven geanticipeerd hebben: toen duidelijk werd dat het handelsconflict zou escaleren, zijn ze massaal goederen uit China gaan invoeren. De Amerikaanse opslagplaatsen zijn nu tot aan de nok gevuld met Chinese producten. Daardoor bleef de handel lang vrij goed op peil, maar recent is die wat afgenomen. De impact is groter op de economie als geheel, want een handelsoorlog leidt tot veel onzekerheid. Die onzekerheid zorgt voor een wereldwijde groeivertraging. En daar ondervindt iedereen de gevolgen van. Wat zijn de grootste gevaren van deze handelsoorlog? Van Hove: Een van de grootste is dat er politieke instabiliteit komt in China. De Chinese economische groei, die al aan het slabakken was, vertraagt door de handelsoorlog nog wat meer. Als een economie afkoelt, komen de sociale tegenstellingen meer naar boven, je krijgt meer werklozen, meer armen, meer ontevredenen - en dat kan leiden tot interne politieke onrust. Daaruit volgt nog een ander groot gevaar. Want wat doen de Chinese machthebbers om te voorkomen dat de Chinese economie te hard achteruitboert en er onrust ontstaat? Ze pompen nog meer geld in hun economie. Zo bouwt China nog meer schulden op, terwijl de totale schuldgraad met 250 procent van het bruto binnenlands product al aanzienlijk is. De vraag is dan: zal China die schulden kunnen terugbetalen? Wordt er momenteel in China niet de basis gelegd voor een financiële crisis, die de wereld kan meeslepen? China heeft er dus alle belang bij om een handelsakkoord met de VS te sluiten? Van Hove:Ja, de handelsoorlog doet China meer pijn dan de VS en dus zijn ze daar meer bereid om tot een akkoord te komen. En Trump wil sowieso een akkoord bereiken voor de verkiezingen. Hij wil tonen dat zijn stoere aanpak werkt, dat hij een goede leider is die Amerika opnieuw sterk maakt. Hij wil ook de economie een duw in de rug geven zodat de aandelenkoersen weer stijgen en de Amerikanen tevreden zijn. Dan maakt hij grote kans om herverkozen te worden. En wat is de positie van Europa en België in dit hele verhaal? Van Hove: Voor ons komt boven op de Chinees-Amerikaanse handelsoorlog nog de brexit, het terugtreden van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie. Ook de brexit is een voorbeeld van protectionisme en zal de Europese economie geen goed doen. Duitsland heeft het nu al moeilijk. Dat alles weegt op de Europese en natuurlijk ook op de Belgische economie. Weet je waar ik me soms aan stoor? Dat de Vlaamse of federale regering zegt dat ze zo veel jobs zal creëren, terwijl we goed moeten beseffen dat de internationale conjunctuur de meest bepalende factor voor onze arbeidsmarkt is. Als kleine, open economie kan België of Vlaanderen dat niet fundamenteel bijsturen. Europa is de speelbal van de wereldeconomie, België en Vlaanderen zijn dat van de Europese economie, in goede én in slechte tijden. Moet Europa een handelsoorlog met de VS vrezen? Van Hove: Belangrijke vraag. Het Amerikaanse handelstekort is het grootst met China, maar daarna volgt de Europese Unie. Je zou kunnen zeggen: als Trump klaar is met de Chinezen, pakt hij Europa aan. Trump heeft het al een paar keer herhaald: 'There are too many German cars on Fifth Avenue.' Hij kan geen invoertarieven opleggen aan Duitsland, hij zal ze opleggen aan de hele Europese Unie. Dat is voor mij de grootste risicofactor voor de Europese economie op de middellange termijn: een handelsoorlog tussen de VS en Europa. En dat kan heel snel gaan. We zijn maar één tweet verwijderd van een handelsoorlog. En dan... Van Hove: Dan zal Europa tegenmaatregelen nemen. Zeker als Trump met invoertarieven de Duitse autosector aanpakt, want dan treft hij de Europese economie in het hart. Ook veel bedrijven in ons land leveren toe aan de Duitse automobielindustrie. Ook voor ons kan de tol dus groot zijn. Daarom heeft de Europese Unie al op papier staan welke tegenmaatregelen ze zal nemen. Eén persconferentie van Commissievoorzitter Ursula von der Leyen en we zijn helemaal vertrokken. Zijn er gesprekken tussen de VS en Europa om zo'n handelsoorlog af te wenden? Van Hove: Zeker, er wordt gesproken over een Europees-Amerikaans handelsakkoord, maar dat blijft onder de radar. Vergeet niet dat de Amerikaanse belangen in Europa groot zijn. We zijn voor hen een belangrijke, stabiele exportmarkt en veel Amerikaanse bedrijven investeren fors in Europa. We zijn economisch zo sterk met elkaar verstrengeld dat een handelsoorlog ons allebei veel pijn zou doen. Gelukkig beseffen veel mensen in de VS dat een handelsoorlog ook voor hen een heel slechte zaak zou zijn. De vraag is: vindt Trump dat ook? Want als hij weer de nationale veiligheid inroept, kan hij zonder omzien een handelsoorlog met Europa ontketenen. Doet Europa voldoende om dat te vermijden? Van Hove: Europa handelt in elk geval slim. Op dit moment doet het kleine toegevingen. We importeren bijvoorbeeld meer Amerikaans rundvlees. Trump kan dat aankondigen als een grote overwinning, met een hoop cowboys achter zich. Maar hoelang kunnen we Trump tevredenstellen met zulke borrelnootjes? Ik hoop dat er een handelsakkoord tussen Europa en de VS komt. Gelooft u daarin? Van Hove: Noem me naïef, maar misschien komen we wel uit bij een handelsakkoord waarbij alle industriële tarieven worden afgeschaft. Dat zou een toegeving zijn van Europa aan de VS omdat de Europese tarieven op Amerikaanse producten gemiddeld toch nog iets hoger liggen dan omgekeerd. Het zou een enorme impuls kunnen geven aan de Europese én de Amerikaanse economie. Maar gebeurt niet overal juist het tegenovergestelde? Neemt de vrijhandel niet af? Van Hove: De wereldhandel staat onder druk, de globalisering neemt af. Er is ook veel terechte kritiek op de vrijhandel, want die zorgt lang niet alleen voor winnaars. Sommige sectoren en beroepen floreren als je buitenlandse concurrentie toelaat, andere krijgen het moeilijk. Lange tijd was het van 'Lang leve de vrijhandel', we wilden zo veel mogelijk produceren en verkopen zonder naar de gevolgen te kijken. Dat is veranderd, het moet nu zijn: lang leve de vrijhandel, maar je moet tegelijkertijd een beleid ontwikkelen om de mensen die uit de boot vallen op te vangen. En je moet respect opbrengen voor een aantal waarden waarmee we vroeger geen rekening hielden, bijvoorbeeld op sociaal vlak en inzake milieu. Zelfs binnen de Europese Unie neemt het protectionisme toe? Van Hove: Ja, en dat ondanks het feit dat de vrijhandel binnen de Europese Unie voor vrede en welvaart heeft gezorgd. Maar in Frankrijk mogen bijvoorbeeld alleen maar Franse kazen gemaakt worden met Franse melk. Dat is een aanfluiting van de interne Europese markt. Internationaal neemt Europa wel het voortouw om het protectionisme te bestrijden, maar binnen Europa zie je datzelfde protectionisme toenemen. We moeten dus ook de hand in eigen boezem steken.