Dipo Faloyin hekelt westerse clichés: ‘Afrika is meer dan hongersnoden en dictators’

©  Amandine Rorison-Powell
Jeroen Zuallaert
Jeroen Zuallaert Redacteur Knack

Do They Know It’s Christmas? Hoe durf je die vraag te stellen aan Afrikanen, zegt de Nigeriaanse auteur Dipo Faloyin.

Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Dipo Faloyin merkte het al snel toen hij op zijn twaalfde van de Nigeriaanse miljoenenstad Lagos naar het Verenigd Koninkrijk verhuisde, en hij op school zijn klasgenoten leerde kennen. ‘Tot mijn grote verbazing merkte ik dat ze bijna medelijden met mij hadden’, lacht Faloyin. ‘Iedereen leek ervan uit te gaan dat ik in diepe armoede was opgegroeid en mijn familie overleefde op voedselhulp. Een klasgenoot wilde weten of ik een giraf had. Ik neem dat mijn klasgenoten natuurlijk niet kwalijk, maar het zegt veel over het beeld dat in Europese landen over Afrika bestaat.’

Met Afrika is geen land bindt Faloyin goedgemutst de strijd aan met de talrijke clichés die over het continent circuleren. ‘Het boek is geboren uit een collectieve frustratie’, vertelt hij. ‘Elke Afrikaan moet geregeld uitleggen dat Afrika geen land is, maar een regio van 54 landen en 1,4 miljard inwoners, met landen die onderling niet méér van elkaar zouden kunnen verschillen. En toch is er geen enkel continent dat zodanig monolithisch wordt voorgesteld als Afrika. In films en boeken bestaat Afrika haast alleen uit savannes, oerwouden en kleine dorpjes.’ Als voormalig inwoner van Lagos, een stad die meer inwoners telt dan New York en Londen samen, is dat een bevreemdende ervaring, vindt Faloyin. ‘Meer dan de helft van de bewoners van het Afrikaanse continent leeft in steden. In Lagos, de stad waar ik ben opgegroeid, heb je alles wat steden in westerse landen ook hebben: wolkenkrabbers, te dure restaurants, zwervers, buurten waar je ’s avonds liever niet komt.Het idee dat je in Lagos olifanten ziet, is even vreemd als het idee dat je in Brussel een olifant zou tegenkomen.’

Liefdadigheidscampagnes doen vaak meer slecht dan goed.

In zijn boek is Faloyin bijzonder kritisch voor hoe Afrika in de populaire cultuur wordt afgebeeld. ‘Eigenlijk vertellen boeken en films voortdurend dezelfde verhalen. Het gaat ofwel over leeuwen en savannes, ofwel over gestoorde dictators die hun bevolking terroriseren, ofwel over westerlingen die naar Afrika reizen om een waterput te boren – want dat kunnen die Afrikanen natuurlijk niet zelf.

U beweert dat die clichés Afrikaanse landen schade toebrengen. Kunt u dat eens uitleggen?

Dipo Faloyin: Afrikaanse landen zijn bijna zonder uitzondering relatief jong. Nigeria, het land waar ik ben opgegroeid, is jonger dan mijn ouders. Die landen zijn volop bezig een nationaal narratief te creëren. De meeste landen bestaan nog geen zestig jaar en staan voor enorme uitdagingen. Het zou een stuk gemakkelijker zijn als zij niet voortdurend zouden moeten opboksen tegen het idee dat Afrika een plek is waar je enkel hongersnood en dictators in jeeps vindt. Afrika is in alles zoals de rest van de wereld: er zijn succesverhalen, er zijn gruwelijke oorlogen, en alles ertussenin.

U bent uiterst kritisch over Kony 2012, de documentaire over de Oegandese oorlogsmisdadiger Joseph Kony.

Faloyin: Die film heeft ongelofelijk veel schade aangericht. Oeganda was op dat moment al jaren bezig een eigen toerismesector uit de grond te stampen. In hetzelfde jaar waarin Kony 2012 uitkwam, was Oeganda uitgeroepen tot reistip van het jaar door de toonaangevende reisgids Lonely Planet. En plots gaat er dus een film viraal over een krijgsheer in een jeep die kinderen ontvoert en tot kindsoldaten maakt. De toerismesector is volledig in elkaar gestuikt, want waarom zou je in godsnaam naar een land reizen waar krijgsheren kinderen ontvoeren? Toen de film uitkwam, was Kony nochtans al het land uitgejaagd.

Het hele uitgangspunt van die film was verkeerd. De makers van Kony 2012 wilden dat Amerika troepen zou sturen naar Oeganda om orde op zaken te stellen. Los van het feit dat het zenden van troepen naar een land enorme gevolgen heeft, is dat toch ronduit absurd? Stel u voor dat een buitenlandse cameraploeg een reportage maakt over, ik zeg maar iets, armoede in Brussel. Dan zou u het toch heel raar vinden als die cameraploeg vervolgens aan Amerika zou vragen om op te treden? Maar voor een Afrikaans land vinden we dat blijkbaar doodnormaal. Eigenlijk is het nog steeds hetzelfde verhaal waarmee het kolonialisme in de negentiende eeuw werd goedgepraat: Afrikanen zijn onbeschaafde wilden die niet voor zichzelf kunnen zorgen. Ook toen waren westerlingen ervan overtuigd dat de kolonisering van Afrika eigenlijk een soort liefdadigheid was.

Over liefdadigheid gesproken: u verklaart in uw boek ook de oorlog aan Do They Know It’s Christmas, het larmoyante kerstlied van Bob Geldof.

Faloyin: Dat hele lied is alles wat er mis is met hoe Afrika in de populaire cultuur wordt weergegeven. Dat lied stelt Afrika voor als een plek waar enkel dood, verderf en lijden te vinden is. Het zit vol teksten als ‘het enige water dat vloeit, is de bittere vloed van tranen’ en ‘de kerstbelletjes die rinkelen, zijn het klingelende klokkenspel der verdoemenis’. Hoe kom je erbij om de vraag te stellen of Afrikanen wel weten wat Kerstmis is? Dit is de regio met het hoogste aantal christenen ter wereld!

Dipo Faloyin, Afrika is geen land, De Bezige Bij, 400 blz., 29,99 euro.
Dipo Faloyin, Afrika is geen land, De Bezige Bij, 400 blz., 29,99 euro. © National

Dat lied is indertijd opgenomen om geld in te zamelen voor een verschrikkelijke hongersnood die op dat moment Ethiopië teisterde. Heeft dat dan geen waarde?

Faloyin: Ik betwist niet dat het een effectieve campagne was om geld in te zamelen. Het probleem is dat liefdadigheidscampagnes bijna de enige beelden zijn die Europeanen over Afrika te zien krijgen. Die beelden moeten mensen aanzetten om geld te doneren en moeten dus zo grimmig mogelijk zijn. Vaak doen die campagnes meer slecht dan goed. Ze dragen bij aan het narratief dat er in Afrikaanse landen enkel miserie bestaat.

Veel Afrikaanse economen vinden dat het tijd is om te stoppen met ontwikkelingssamenwerking. Hoe kijkt u daarnaar?

Faloyin: Ik zeg niet dat alle ontwikkelingshulp slecht is. Maar tegelijk helpt het niet als we Afrikaanse landen blijven bekijken als potentiële klanten voor ontwikkelingshulp. Het werkt gewoon niet om geld naar een continent te gooien en dan maar te hopen dat het helpt. Afrikaanse landen moeten relaties met westerse landen uitbouwen waarin ze hun belangen verdedigen.

Wat vindt u ervan dat in België nog steeds standbeelden van Leopold II staan?

Faloyin: Eigenlijk vind ik dat behoorlijk choquerend. Het probleem is natuurlijk dat we een versie van de geschiedenis aanleren die kolonialisten als Leopold II idealiseert. Eigenlijk gaat het me vooral om kennis. Je wilt toch zo veel mogelijk weten over het verleden? Je wilt toch zo’n breed mogelijke blik op de geschiedenis?

Is het wegnemen van standbeelden geen vorm van geschiedenisvervalsing?

Faloyin: Ik vind dat een vreemd argument. Eigenlijk is het net omgekeerd: de standbeelden zelf zijn een manier om de geschiedenis te wissen. Door die standbeelden stel je kolonisatoren als helden voor.

En dus moeten die standbeelden weg?

Faloyin: Ik ben niet in de positie om Belgen te vertellen wat ze moeten doen. Maar als je de geschiedenis goed aanleert, kun je je afvragen waarom die standbeelden daar staan. Je richt geen standbeelden op voor je vijanden. Niemand zou er vandaag aan denken om een standbeeld voor Vladimir Poetin op te richten.

Een ander tegenargument vanuit conservatieve hoek is dat dit een manier is om westerlingen een schuldgevoel aan te praten.

Faloyin: Waarom zou gelijk welke Belg zich schuldig voelen voor iets wat meer dan honderd jaar geleden is gebeurd? Niemand beweert dat blanken exclusief verantwoordelijk waren voor het koloniseren van Centraal-Afrika. Veel Afrikanen hebben voorouders die evenzeer hebben meegewerkt aan de slavenhandel. Ik zie niet in waarom iemand zich daarvoor schuldig zou voelen. Voor mij gaat het over kennis. Kolonialisme was mogelijk omdat bepaalde mensen dachten dat ze superieur waren, en vonden dat het hen toekwam om anderen hun land af te nemen en tot slaaf te maken. Het is toch belangrijk dat we kinderen aanleren dat dat verkeerd is?

Dipo Faloyin

– 1989: geboren in Chicago, groeit op in Lagos (Nigeria)

– Studeert psychologie

– 2017: schrijft over ras, cultuur en identiteit voor VICE

– 2022: publiceert Afrika is geen land

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content