Op 3 maart 2016 raakte bekend dat één van de leiders van de Islamitische Staat in Syrië was omgekomen bij een bombardement van de internationale coalitie. Op zich nieuws dat vrijwel wekelijks de revue passeert. Wat dit evenwel bijzonder maakt is dat het om Amr al-Absi, ook bekend als Abu Athir al-Absi, gaat.
...

Op 3 maart 2016 raakte bekend dat één van de leiders van de Islamitische Staat in Syrië was omgekomen bij een bombardement van de internationale coalitie. Op zich nieuws dat vrijwel wekelijks de revue passeert. Wat dit evenwel bijzonder maakt is dat het om Amr al-Absi, ook bekend als Abu Athir al-Absi, gaat. Abu Athir al-Absi was algemeen leider van de Islamitische Staat in de Syrische provincie Aleppo - sommigen beweren zelfs dat hij alle operaties in Syrië leidde. Een tijd lang werd ook beweerd dat hij samen met een Belg uit de provincie Antwerpen de productie van een aantal van de IS-propaganda film produceerde.Er zijn wel meer opmerkelijke feiten te melden over de man. Abu Athir en zijn broer Sheikh Abu Muhammad (Firas) al-Absi waren van in het begin van de Syrische burgeroorlog leiders van één van de belangrijkste jihadistische groeperingen in de provincie Aleppo. Firas stichtte de groep, eerst bekend als Usud as-Sunnah (Leeuwen van de Sunna), later Majlis Shura Dawlat al-Islam (Shura Raad van de Islamitische Staat) en uiteindelijk als Majlis Shura al-Mujahidin (Shura Raad van de Mujahidin). Het is onder de laatste naam dat de groep in 2012 en 2013 regelmatig vermeld werd in de internationale media. Op 19 juli 2012 veroverde de groep de strategische grenspost Bab al-Hawaa en hees er de zwarte vlag van de jihad. Doordat de grens tussen Syrië en Turkije nu onder controle was van de groep, werden de smokkelroutes van een bende smokkelaars (de Farouq brigades) de facto afgesneden. De oudste broer Firas moest het ontgelden: eind augustus 2012 werd hij in de straten van de Turkse stad Reyhanli, vlak over de grens, doodgeschoten. Abu Athir zwoor wraak, spoorde de bende op en liet hen allen executeren.Het is kort nadien dat de eerste ex-leden van Sharia4Belgium arriveerden in Syrië. Eén van hen, de Vilvoordenaar Houssien Elouassaki, wou zich oorspronkelijk aansluiten bij Jabhat an-Nusra, de al-Qaeda-branche in Syrië, maar raakte aanvankelijk niet binnen. Zich aansluiten bij Nusra kon immers slechts onder strikte voorwaarden, men moest op voorspraak van minstens twee leden van de groep worden aanbevolen bij de leiding. Toen Houssien vertrok uit België had hij geen contacten bij Jabhat an-Nusra en was dus verplicht zich elders aan te sluiten. Nadat hij een tijdje vruchteloos de Turks-Syrische grens had proberen over te steken zag hij de zwarte vlag van de jihad wapperen boven de grenspost van Bab al-Hawaa en besloot zich aan te sluiten bij al-Absi. Al snel contacteerden andere Belgen Houssien en werd hij de spilfiguur in het aantrekken van buitenlandse strijders voor Majlis Shura al-Mujahidin. Abu Athir en zijn groep legden zich toe op het kidnappen van rijke Syriërs en journalisten voor losgeld en in de zomer van 2012 braken de eerste vijandelijkheden met het FSA (Vrij Syrisch Leger) uit. In oktober 2012 betrok de groep een paleis en een villa (met zwembad) vlakbij Aleppo in het dorpje Kafr Hamra. Het is in deze periode dat een groep van wel meer dan 150 Belgische en Nederlandse strijders zich, via Elouassaki, aansloten bij Majlis Shura al-Mujahidin. Al-Absi's groep groeide zo snel aan dat hij ze onderverdeelde in twee brigades; Katibat al-Ansar waar de Syriërs in zaten en Katibat al-Muhajirun, de buitenlandse brigade. Uit erkentelijkheid voor de trouw en enorme toevloed van strijders benoemde al-Absi Houssein Elouassaki tot emir (militair leider) van de Muhajirin.In januari 2013 was de groep aangegroeid tot meer dan 600 strijders, één van de grootste jihadistische groeperingen in Noord-Syrië. Maar er dreigde tweespalt te ontstaan. Haji Bakr, één van de luitenants van Abu Bakr al-Baghdadi, was op bevel van de ISIS-leider naar Noord-Syrië getrokken om de komst van ISIS naar Syrië voor te bereiden. Zonder dat zijn manschappen het wisten legde al-Absi de eed van trouw af aan Baghdadi en begon samen met Haji Bakr de stichting van een nieuw kalifaat voor te bereiden. Al-Absi stelde voor om gezanten naar jihadi's in alle uithoeken van de islamitische wereld te sturen om hen te vragen de eed van trouw af te leggen aan al-Baghdadi, de latere kalief. Er vertrokken gezanten naar Tsjetsjenië, Afghanistan, Jemen, Libië, Tunesië, Algerije, Marokko en de Sinaï. Het plan was om al-Qaeda volledig de wind uit de zeilen te nemen en een nieuwe jihadistisch kalifaat te stichten. In Jemen, Afghanistan en Marokko kreeg de oproep nul op het rekest, slechts enkele anonieme jihadi's uit de Sinaï, Tunesië en Libië beantwoorden voorlopig aan de oproep. Als beloning voor zijn bewezen diensten benoemde al-Baghdadi al-Absi tot gouverneur van de provincie Aleppo.Al-Absi loog tegen zijn buitenlandse strijders en beweerde dat zijn eed van trouw er een was aan Ayman az-Zawahiri, topman van al-Qaeda, en aan Taliban-leider Mullah Omar. Zodra Sheikh az-Zawahiri aan Abu Bakr al-Baghdadi zou bevelen terug te keren naar Irak zou die laatste gehoorzamen, zo legde al-Absi aan de al-Qaeda-aanhangers onder zijn volgelingen uit. Hij en andere ISIS-leiders hielden bewust de brief van az-Zawahiri achter waarin de al-Qaeda topman duidelijk stelde dat ISIS geen bestaansrecht had in Syrië en zich moest terugtrekken naar Irak. Al-Baghdadi weigerde, het vervolg is genoegzaam gekend: een heftige ideologische tweestrijd tussen Jabhat an-Nusra en ISIS brak uit. Een tweestrijd die ertoe leidde dat enkelen van de Belgen en Nederlanders zich onder leiding van Elouassaki afscheurden van Majlis Shura al-Mujahidin en de rangen van Jabhat an-Nusra vervoegden. De rest vertrok in mei 2013 samen met al-Absi naar Raqqa, zowat de hoofdstad van ISIS. Tot vandaag staan vroegere vrienden met getrokken messen tegenover elkaar. De tweestrijd tussen Jabhat an-Nusra en de Islamitische Staat, zoals ISIS zichzelf noemt sinds de oprichting van het kalifaat op 29 juni 2014, is een gegeven dat ongetwijfeld stof blijft voor verder onderzoek.