De eindstrijd van de IS: ‘Een vrouw die de strijd om Raqqa leidt: de IS vindt dat vreselijk’

© Sebastian Backhaus
Joanie De Rijke
Joanie De Rijke Medewerkster Knack

In Syrië dringen de Syrische Democratische Strijdkrachten de stad Raqqa binnen, geplaagd door mijnen, drones en sluipschutters van de Islamitische Staat. Het offensief, zo wordt verwacht, zal zeker tot de herfst duren. Maar nu al is duidelijk: ‘De IS is een schim van wat hij ooit was.’

Nauwkeurig bepaalt hij de richting met zijn wapen, een Roemeens sluipschuttersgeweer uit 1973. Intussen zingt hij zachtjes Good Morning, een song uit de beroemde musical Singin’ in the Rain. Hij richt, haalt de trekker over. Bám. Doel: een IS-strijder in een flatgebouw 200 meter schuin voor ons.

Het is een uur of zeven in de morgen en de stad Raqqa ontwaakt na alweer een lange nacht van bombardementen van de internationale coalitie. De jihadisten aan de overkant hebben zojuist het vuur geopend op deze post aan de frontlijn, een verlaten woning in de wijk Al-Diriyah aan de westkant van Raqqa. Een kleine groep strijders van de christelijke militie Syriac Military Council (MFS) heeft hier zijn intrek genomen. Kevin Hawer, de zingende schutter, is een van hen. De Amerikaan verroert geen vin als er uit het flatgebouw wordt teruggeschoten. Kalm neemt hij het volgende wapen in handen, een machinegeweer, terwijl hij opnieuw zachtjes zingt. Singin’ in the Rain. Hij richt en vuurt. Aan de overkant is het stil. Heel even. Tot opnieuw schoten klinken. Hawer tuurt door een gat in de muur naar het flatgebouw. Er is geen beweging te zien. Waarop hij overgaat op nog grover geschut. Hij legt een granaatwerper op zijn schouder, wacht af. Kijkt over de muur, concentreert zich en vuurt. ‘Good morning, good morning.’

We knallen iedere drone uit de lucht. Of hij van de Amerikanen of van de IS is, maakt ons niet uit. We worden er gek van.’ Kevin Hawer, Amerikaans strijder

De Syrische Democratische Strijdkrachten (SDF), een alliantie van grotendeels Arabische en Koerdische strijders en een kleinere groep Assyrische christenen, zijn op 6 juni het offensief gestart tegen Raqqa, door de IS uitgeroepen als hoofdstad van het kalifaat. De stad is omsingeld, vanuit het westen en oosten rukken de SDF langzaam op, gesteund door de internationale coalitie. De Amerikanen voeren vooral luchtaanvallen uit, maar hebben ook boots on the ground. Een paar honderd mariniers bestoken Raqqa vanaf verschillende posities met granaten en mortieren. Het Pentagon kondigde de komst van de mariniers weliswaar aan in maart dit jaar, maar houdt hun aanwezigheid op Syrische bodem verder zo stil mogelijk. Net zoals we eerder in de Iraakse stad Mosul niet met Amerikaanse militairen mochten spreken, mag de pers ook in Raqqa niet in contact komen met de aanwezige commando’s uit de VS.

De enige Amerikanen die we wel kunnen spreken, zijn degenen die zich hebben aangesloten bij de Koerdische Volksbeschermingseenheden (YPG) en bij de christenstrijders. Zoals Kevin Hawer en Paul Hetwood, die we hier op deze post aan de frontlijn tegen het lijf zijn gelopen. Beiden arriveerden in Syrië om het samen met de Koerden op te nemen tegen de IS. Na ruim een jaar sloten ze zich bij de christenstrijders aan. ‘De Koerden zijn goeie militairen’, zegt Hetwood. Hij is zowel dokter als strijder en heeft naar eigen zeggen tientallen zwaargewonden verzorgd. ‘Ik zag ook hoe dapper de christenen tegen de IS doorzetten, ook al komt dat zelden in de media aan bod. Ze zijn de spreekwoordelijke underdog. Ik vond dat sympathiek en ben overgestapt. Het voelt nu meer aan als familie. Bij de Koerden ben je onderdeel van een grote machine.’

Kevin Hawer knikt bevestigend: ‘De Koerden verwachten dat je vecht tot de dood, daarna word je bedankt voor bewezen diensten. Nu, dat is normaal in militaire kringen. Maar bij de christenen ervaar ik het anders: het gaat er amicaler toe. Waardoor ik meer gemotiveerd ben om te vechten.’

Met zijn blonde opgeschoren kapsel en getatoeëerde armen en handen is Hawer een opvallende verschijning. Aan de rechterkant van zijn voorhoofd staat in sierlijke letters ‘Rien n’empêche’: ‘Niets staat in de weg’. ‘Overgehouden aan mijn tijd bij het Franse Vreemdelingenlegioen.’

Scherven in flesjes

Het is een taaie strijd in Raqqa, geven beide Amerikanen toe. ‘De IS is ingenieus en creatief’, zegt Paul Hetwood. ‘Iedere keer vinden ze weer iets nieuws. Momenteel hebben we veel last van hun drones. Ze zetten die constant in. Zowel om te verkennen als om zelfgemaakte bommen te droppen. Ze stoppen explosieven en scherven in lege plastic waterflesjes. Heel sterk zijn die geïmproviseerde explosieven niet, maar afgelopen week is er nog een YPG-strijder gedood door een scherf die in zijn nek terecht was gekomen. De drones zijn effectief, en de IS weet dat. Elk van ons is er al door één geraakt.’

De eindstrijd van de IS: 'Een vrouw die de strijd om Raqqa leidt: de IS vindt dat vreselijk'

Het is opnieuw stil aan de frontlijn in Al-Diriyah. Een onnatuurlijke, dreigende stilte die scherp doet beseffen dat het geweld ieder moment weer kan losbarsten. Dat je constant op je hoede moet zijn. De hitte – gemiddeld 45 graden Celsius – mat iedereen af. De twee Amerikanen delen water uit, vegen het zweet van hun voorhoofd. ‘Het heeft lang geduurd om de IS uit de flatgebouwen aan de overkant weg te jagen’, zegt Kevin Hawer. ‘En je ziet: ze komen terug. Geen idee hoe ze binnen zijn geraakt. Ik vermoed dat ze vannacht met een paar man op stap zijn gegaan. Misschien via een tunnel. Alles is mogelijk. Ze blijven proberen.’

De strijd om de flatgebouwen heeft veel levens gekost bij de SDF. ‘De Qamishlo-mannen van de YPG (vernoemd naar de stad Qamishli, red) hebben er bloed, zweet en tranen vergoten’, vervolgt Hawer. ‘Ik heb een diep respect voor die gasten gekregen, ze zijn de beste strijders die ik ooit ben tegengekomen. Tijdens de herovering van die flats hebben ze veertig manschappen verloren. Ik was erbij toen ze aan hun YPG-commandant via de radio vertelden hoe zwaar het er toeging. “Als er vijftig doden zijn, stoppen we”, zei de commandant. Dus gingen ze door.’

We staan nog altijd op het dak als een christenstrijder plots roept dat we naar beneden moeten. Er komt een drone aan. We haasten ons de trap af om beschutting te zoeken in een van de kamers. ‘Ze zijn erg accuraat’, waarschuwen de christenen. We horen opnieuw schoten. De drone is neergehaald. ‘We knallen iedere drone uit de lucht’, zegt Hawer. ‘Of hij van de Amerikanen of van de IS is, maakt ons niet uit. We worden er gek van.’

Rijst en schapenvlees

Een paar kilometer verderop, op een post aan de buitenrand van de stad, bevestigt de commandant van de christenen – bijnaam: Gabriël – dat de drones een ware plaag zijn. ‘In Mosul gebruikte de IS ze ook, maar minder, hooguit een stuk of vijftig. Wij zijn aan de zevende week van het offensief bezig en we hebben er al meer dan tweehonderd gehad. Het is een nieuw element in de oorlog. De IS verandert telkens de frequentie van die tuigen, zodat de coalitie ze niet makkelijk kan blokkeren. Een ander probleem zijn de zelfmoordterroristen. Ze hebben ons al proberen te misleiden door met ontbloot bovenlijf voor ons te verschijnen. Intussen hadden ze explosieven tegen hun knieholtes of scheenbeen geplakt, en zo namen ze ons een paar keer te grazen. Gevolg is dat ze zich nu volledig moeten uitkleden.’

Ondanks alle geniale guerrillatechnieken is de IS nog maar een schim van wat hij ooit was, stelt Gabriël. ‘Iedereen bevestigt het. Er zijn veel onderlinge problemen en ze hebben een groot tekort aan manschappen. Voorheen boden ze weerstand met veertig tot vijftig man. Nu zijn het er hooguit drie of vier. Tot nu toe hebben al honderd jihadisten zich overgegeven. Een aantal laat zich bewust verwonden om te kunnen capituleren, en er zijn er ook bij die geen enkele moeite meer doen. “Dit is niet de jihad zoals we die hadden verwacht”, zeggen ze als we ze vangen.’

Een aantal IS-strijders laat zich verwonden om te kunnen capituleren. “Dit is niet de jihad zoals we die hadden verwacht”, zeggen ze

Gabriel, commandant van de christenstrijders

Volgens de Raqqa City Council, dat zich na de bevrijding zal bezighouden met het bestuur van de stad, lopen de cijfers over het aantal bewoners in het centrum uiteen. Zelf houdt de raad het op ongeveer 15.000 burgers. Het bestuur heeft in het grootste geheim contact met bewoners via internet. Die bronnen spreken van 2000 tot 2500 IS-leden. ‘We hebben nog een lange weg te gaan’, erkent Gabriël. ‘Zelfs al is de moraal van de IS tot het nulpunt gezakt, er zijn altijd strijders die doorgaan tot het bittere einde. De tunnels, de boobytraps en de infraroodmijnen vormen een groot probleem. Ook de flatgebouwen zijn bijzonder lastig om ons tussen te bewegen. We hebben dringend meer gepantserde voertuigen nodig. De hulp van de coalitie is onmisbaar, zonder hen zouden we het nooit redden. Maar ze zouden ons geweldig helpen met meer en betere voertuigen.’

We zitten buiten en de hitte is nog altijd verschroeiend. Vlak naast ons horen we het constante gedreun van mortieren. Uitgaand vuur, afkomstig van de Amerikanen, onze buren. Ze zitten zo dichtbij dat we niet naar het einde van de tuin mogen wandelen. ‘De Amerikaanse mortieren raken hun doel altijd’, zegt Gabriël. ‘Ze hebben het beste materiaal ter wereld. Onze mensen in de stad geven de coördinaten aan de Amerikanen door, via satellietfoto’s kunnen we aanduiden waar de IS zich bevindt. Na ontvangst van de locatie duurt het een paar minuten en dan is het: boem. Dat gaat de hele nacht door.’

Intussen duiken er ook andere buren op. Twee mannen willen het huis aan de andere kant van het hek binnengaan. Gabriël springt op. Er ontstaat een lange discussie. ‘In het huis vonden we een identiteitskaart van een politieagent van de IS’, legt de christencommandant uit. ‘Volgens de bewoner gaat het om zijn broer. Hij beweert bij hoog en laag dat hij niets met zijn hele broer en de IS te maken had, dat hij er honderd procent op tegen was.’ Gabriël zucht. ‘We weten absoluut niet wie bij wie hoort. De bewoners zeggen wat ze willen. Ze draaien met alle winden, zijn niet te vertrouwen.’

De zon gaat onder, het koelt eindelijk wat af. We drinken liters water, eten samen met de christenen rijst en schapenvlees op een kleed in de tuin onder de druivenranken.

Niet alleen de IS kampt met een gebrek aan motivatie, geeft Gabriël later op de avond toe. ‘We moeten onze eigen mannen echt overtuigen om te komen vechten. Velen zien er het nut niet meer van in. Ze zijn ook bang geworden nadat we een aantal mensen hadden verloren. Nu, degenen die hier zijn, vechten met volle overtuiging. We staan zij aan zij met de YPG en aan de frontlijn zijn we volledig gelijkwaardig, ook al zijn we ver in de minderheid. De YPG beschikt over 30.000 man. De helft daarvan zijn Koerden, de andere helft Arabieren. Los daarvan nemen ook 15.000 Arabische troepen deel aan het offensief, buiten de YPG. En dan zijn er nog 1500 tot 2000 strijders van het Vrije Syrische Leger die meevechten.’

Christenstrijders in Raqqa: de Amerikanen Kevin Hawer (links) en Paul Hetwood (rechts) hebben zich bij de strijders aangesloten. 'Ze zijn de spreekwoordelijke underdog.'
Christenstrijders in Raqqa: de Amerikanen Kevin Hawer (links) en Paul Hetwood (rechts) hebben zich bij de strijders aangesloten. ‘Ze zijn de spreekwoordelijke underdog.’© Sebastian Backhaus

Voor 35 procent bevrijd

De volgende dag rijden we naar de oostkant van de stad, waar we een ontmoeting hebben met de Koerdische commandant van de Raqqa-operatie. Een vrouw. Ze heet Clara en is zelf afkomstig van de hoofdstad van het kalifaat. ’35 procent van Raqqa is bevrijd. Onze belangrijkste tactiek is het verrassen van de vijand. We proberen de IS zo veel mogelijk te misleiden. Vallen aan op een plek waar ze het niet verwachten, nadat we ze eerst op een totaal andere plaats hebben beschoten. Soms komen we in hetzelfde flatgebouw terecht. Bevinden zij zich op de vierde verdieping en wij op de eerste. Of andersom. Makkelijk is het allesbehalve. We nemen onze tijd, willen het niet overhaasten. Beter traag en grondig dan ondoordacht en te snel. Ik ga niet speculeren over de duur van het offensief, maar ik ga uit van enkele maanden.’

Haar persoonlijke motief voor de strijd om Raqqa is wraak voor al het leed dat de vrouwen door de IS is aangedaan. ‘Er is maar één woord voor: walgelijk. Ik heb ze gezien, de dertienjarige meisjes die al vier keer waren getrouwd en werden verhandeld als beesten. Ik besef dat de IS het vreselijk vindt dat de strijd om Raqqa wordt geleid door een vrouw. Dat alleen al geeft me elke dag weer de moed om er keihard tegenaan te gaan.’

Clara, Koerdisch commandant: 'Ik heb ze gezien, de dertienjarige meisjes die al vier keer waren getrouwd en werden verhandeld als beesten.'
Clara, Koerdisch commandant: ‘Ik heb ze gezien, de dertienjarige meisjes die al vier keer waren getrouwd en werden verhandeld als beesten.’© Sebastian Backhaus

Partner Content