In de lente van dit jaar vond in de Kaukasus een politieke aardverschuiving plaats, die in onze pers geen rimpeling veroorzaakte. De geslaagde opstand tegen het regime van de Republikeinse Partij in Armenië werd al snel de Fluwelen Revolutie gedoopt door zijn vreedzame karakter.
...

In de lente van dit jaar vond in de Kaukasus een politieke aardverschuiving plaats, die in onze pers geen rimpeling veroorzaakte. De geslaagde opstand tegen het regime van de Republikeinse Partij in Armenië werd al snel de Fluwelen Revolutie gedoopt door zijn vreedzame karakter. Om de wortels van die recente gebeurtenissen te begrijpen, gaan we even terug naar 1995 en meer bepaald naar de faculteit journalistiek van de Staatsuniversiteit van Jerevan. In de Armeense hoofdstad wil een zekere Nikol Pasjinjan journalist worden. De universiteit verbant hem echter, omdat hij de corruptie in zijn alma mater aanklaagt. Ontslagen uit de opleiding journalistiek wegens té kritisch. Dat zegt veel over Armenië dat sinds zijn onafhankelijkheid in 1991 tot op vandaag kampt met hardnekkige corruptie op alle niveaus.Pasjinjan keert niet meer terug naar de auditoria en begint meteen als journalist bij oppositiekranten. Zijn activisme brengt hem uiteindelijk in de politiek, maar eigenlijk speelt hij nooit een belangrijke rol. Tot hij deze lente actie onderneemt tegen de lepe truc van president Serzj Sargsjan om aan de macht te blijven. Hij was al president van Armenië sinds 2008 en zijn familie kreeg belangrijke functies in het staatsapparaat en de zakenwereld.In 2018 zou er een einde komen aan de macht van president Sargsjan. Zijn tweede ambtstermijn liep op zijn einde en meer liet de grondwet niet toe. In 2015 liet hij echter de grondwet veranderen, waardoor de macht van de president zou verschuiven naar de premier. Toen beloofde Sargsjan geen kandidaat te zullen zijn voor dat premierschap, maar in maart 2018 droeg zijn Republikeinse Partij hem toch voor en werd hij door het parlement verkozen. Met een andere titel zou Sargsjan de touwtjes even strak in handen kunnen houden. Dat was echter buiten de gewezen journalist Pasjinjan gerekend, die zich nu opwierp als oppositieleider. Voor een protestactie liet hij zich inspireren door de geweldloze mars waarmee Mahatma Gandhi in 1930 het zoutmonopolie van de koloniserende Britten in India aankaartte. Pasjinjan besloot zelf een voettocht van bijna 200 km te houden van de tweede grootste stad van Armenië, Gyumri, naar de hoofdstad.Bij de start van zijn protestactie op 1 april 2018 leek het eerder een grap. Veel persaandacht kreeg de 43-jarige politicus uiteraard niet van de staatsgeleide tv-kanalen. Langzaamaan groeide echter de aandacht voor de politieke bedevaart van de charismatische bebaarde man in t-shirt met camouflageprint en Adidas-pet. Toen hij op 13 april in Jerevan aankwam had hij dat versleten hoofddeksel geruild voor een nieuw exemplaar met daarop in het Armeens 'moed!'. Met die boodschap ging hij meteen naar de universiteitsgebouwen waar hij 23 jaar eerder was buitengetrapt. Daar riep hij de studenten op om zich aan te sluiten bij de vreedzame protesten en de burgerlijke ongehoorzaamheid tegen het nakende premierschap van Sargsjan. De jeugd kwam massaal op straat, richtte wegblokkades op en de protesten zwollen aan tot heel Jerevan een feestend voetbalstadion leek met 100.000 supporters.Waarom sloeg dit protest aan, terwijl protesten in de voorgaande jaren nooit een groot bereik kenden? 'Vorige keren werden die opstanden steeds snel en brutaal onderdrukt. Nu riepen de demonstranten onmiddellijk slogans om de politie aan hun kant te krijgen. Doordat zij niet reageerden, durfden ook ouderen zich aansluiten en werd het een breed gedragen opstand', vertelt professor Internationale Politiek Ria Laenen (KU Leuven).Op 22 april werd Pasjinjan opgepakt. Hij was al eerder om politieke redenen in de gevangenis gegooid, maar nog niet met de ogen van heel Armenië op hem gericht. De volgende dag volgde een U-bocht, waarvan elke waarnemer van zijn stoel viel. Pasjinjan werd vrijgelaten en Sargsjan schreef een brief aan de bevolking. Daarin gaf hij, na amper vijf dagen in het ambt, zijn ontslag als premier en boog ootmoedig voor de volksopstand.'Ik kan het bijna niet geloven, maar het had veel weg van een oprechte schuldbekentenis', zegt Laenen. 'Misschien zijn we allemaal te cynisch geworden.' Op 8 mei stemde het parlement Pasjinjan tot de nieuwe premier van Armenië. Voor het eerste sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie zit de Republikeinse Partij niet in de Armeense regering.De situatie van Pasjinjan doet denken aanMikheil Saakasjvili die in 2004 na de Rozenrevolutie in buurland Georgië aan de macht kwam. Ook hij werd door het volk op handen gedragen met de belofte om een einde te maken aan de corruptie, maar hij zat zelf met zijn handen in de staatskas. Hij bleef aan de macht tot 2013 en werd dan vervolgd en het land uitgezet.Laenen ziet een belangrijk verschil in de cv's van beide heren. 'Saakasjvili kwam uit het politieke establishment en bezondigde zich daardoor zelf snel aan machtsmisbruik. Pasjinjan daarentegen komt niet uit het politieke establishment en heeft ook geen zakenbelangen. Geef hem maar een kans.'Die kans grijpt hij. Pasjinjan is stevig bezig met de augiasstallen uit te kuisen. Het regent onderzoeken naar corruptie op het hoogste niveau. Zo werd het hoofd van de veiligheidsdienst van ex-president Sargsjan opgepakt op verdenking van illegale verrijking en belastingontduiking. Pittig detail, op het moment van zijn arrestatie stapte hij met een miljoen dollar cash uit een bankgebouw. Ook de Amerikaanse inlichtingendienst FBI opende al onderzoeken naar de broers van de ex-president.'Voorlopig is het geen heksenjacht en verloopt alles juridisch aanvaardbaar. De ultieme test komt er met de eerste verkiezingen. Als Pasjinjan dan oppositie zou viseren, moeten we ons veel vragen beginnen stellen', aldus Laenen.Een ander verschil met Saakasjvili is hun omgang met de betwiste gebieden. Saakasjvili deed meteen grote uitspraken en zou Abchazië en Zuid-Ossetië snel terug bij Georgië krijgen, maar kon die ambities niet waarmaken. Pasjinjan is voorzichtiger in zijn uitspraken en beseft dat de heikele kwestie Nagorno-Karabach sowieso muurvast zit.Azerbeidzjan probeerde Pasjinjan meteen te testen met opgedreven militaire oefeningen rond de betwiste Armeense enclave. Pasjinjan deed niet mee aan het opbod. Als signaal ging zijn zoon wel vrijwillig in het leger om in die buurt gestationeerd te worden. 'Daarin zie ik geen signaal naar de vijand, maar naar het eigen publiek', oordeelt Laenen. 'Hij maakt duidelijk dat hij Nagorno-Karabach een belangrijke kwestie vindt, zonder zware uitspraken te moeten doen.'Dat Pasjinjan vorige week nog belde met de Russische president Vladimir Poetin, moeten we ook in dat licht bekijken. Armenië heeft de steun van Rusland nodig tegen het militair veel sterkere Azerbeidzjan. Het is opmerkelijk dat Poetin Pasjinjan meteen erkent als legitieme premier, want Poetin houdt niet van geslaagde revoluties in zijn achtertuin. Mogelijk was hij wel blij om van Sargsjan af te zijn, omdat die een associatieverdrag met de Europese Unie tekende.Al zal ook Pasjinjan aan dat verdrag niet tornen. Hij houdt op buitenlands vlak voorlopig de lijn van het vorige regime: zowel Rusland als het westen te vriend te houden en uit beide vriendschappen voordeel halen.Zo liet de minister van buitenlandse zaken van de Verenigde Staten, Mike Pompeo, weten dat een financieel hulpprogramma voor irrigatie mogelijk weer wordt opgestart, nadat het bij de corrupte verkiezingen van 2008, toen Sargsjan aan de macht kwam, werd stopgezet. De Armeense lobby in Washington zit daar zeker voor iets tussen. Bijna een half miljoen Armenen wonen in Amerika. Dat is een gevolg van de diaspora na de Armeense genocide door de Turken in 1915. Die Amerikaanse Armenen zouden, door de nieuwe wind die waait, interesse hebben om meer te investeren in hun moederland.Het positieve investeringsklimaat en de inperking van de corruptie kan een belangrijke invloed hebben op de Armeense economie. Mede daardoor heeft Pasjinjan goede kaarten om te slagen waar Saakasjvili faalde, al is de weg nog ontzettend lang. Laenen: 'Het risico bestaat dat de bevolking teveel verandering ineens verwacht. Democratiseren gaat niet op een paar jaar, dat heeft een generatie of langer nodig.''Nu is Armenië een echt democratisch land', zei Pasjinjan al. Daarvoor is het natuurlijk nog veel te vroeg. Een eerste eerlijke verkiezingscyclus na de Fluwelen Revolutie zou al een stap in de goede richting betekenen. Kan Pasjinjan zich van charismatisch volksmenner ontpoppen tot een betrouwbaar en eerlijk staatsman? Hij krijgt in elk geval het voordeel van de twijfel.