En opnieuw doen de Chinezen het: genadeloos de zwakke plekken van democratische landen bespelen. De Amerikaanse president Donald Tump werd bij zijn bezoek aan Peking kundig het hof gemaakt en breed lachend naar huis gestuurd met Chinese concessies die eigenlijk nauwelijks concessies waren. Het blijft verbazingwekkend hoe China het diplomatieke spel beheerst en daardoor verder aan macht wint.
...

En opnieuw doen de Chinezen het: genadeloos de zwakke plekken van democratische landen bespelen. De Amerikaanse president Donald Tump werd bij zijn bezoek aan Peking kundig het hof gemaakt en breed lachend naar huis gestuurd met Chinese concessies die eigenlijk nauwelijks concessies waren. Het blijft verbazingwekkend hoe China het diplomatieke spel beheerst en daardoor verder aan macht wint. Trump had op voorhand oorlogstaal gesproken aan het adres van China. Hij eiste dat er wat werd gedaan aan het handelstekort én dat president Xi Jinping meer druk zou uitoefenen opdat Noord-Korea zijn kernwapenprogramma stopzet. De reactie van Peking was gewiekst. Om te beginnen werd de Amerikaanse president bespeeld op zijn grootste gevoeligheid: zijn ego. Hij werd als een keizer op de thee onthaald in de Verboden Stad. De Chinese overheid mobiliseerde zelfs een schare studenten om met vlaggetjes naar 'Broeder Trump' te zwaaien. Het doel van die protocollaire generositeit werd niet gemist: Trump straalde zijn hele bezoek lang als een kind in een snoepwinkel. Ook de diplomaten hadden hun werk gedaan en vooral hun economische charmeoffensief was briljant. China had van tevoren aangeboden om meer landbouwproducten - vooral varkensvlees en soja - te betrekken uit Amerika. Voor Trump vormt de bevolking in rurale gebieden een belangrijk deel van zijn kiezers en dus is een stijging van de export in die sector meer dan welkom. Voor China zelf is de invoer van landbouwproducten niet zo'n probleem, zolang zijn producten uit de oververzadigde industrie toegang behouden tot de Amerikaanse markt. Trump heeft het dus misschien nog helemaal niet door, maar eigenlijk bouwt dat handelsverdrag voort op wat China al jarenlang doet met ontwikkelingslanden: industriële goederen met hoge toegevoegde waarden ruilen voor primaire goederen met een lage toegevoegde waarde. Die toegift lijkt dus op een overwinning voor Trump, maar in werkelijkheid wint China weer nét iets meer. Een ander belangrijk akkoord, ter waarde van 83 miljard dollar, betreft de participatie van de China Energy Investment Corporation in de ontginning van schaliegas in West-Virginia. Het is wellicht niet toevallig dat China nét die deelstaat uitkiest, want ook daar hebben de kiezers overwegend voor Trump gestemd. En alweer is het de primaire sector in de VS die er zijn voordeel mee doet. Wellicht verkleint de uitvoer van schaliegas naar China het handelstekort, maar het uiteindelijke resultaat van het akkoord is niet zozeer dat meer ruimte wordt verschaft aan de Amerikaanse maakindustrie, maar wel dat de invoer van producten van de Chinese maakindustrie niet in het gedrang komt door een harder Amerikaans handelsbeleid. Onrechtstreeks wordt de concurrentiepositie van China dus versterkt. De totale waarde van de handelsovereenkomsten die gesloten werden tussen de Verenigde Staten en China bedroeg 250 miljard dollar. Van die 250 miljard dollar had ongeveer 165 miljard dollar betrekking op grondstoffen. Behalve dat ze een hard Amerikaans handelsbeleid vermijden en de toegang voor de Chinese maakindustrie tot de Amerikaanse markt handhaven, leveren de deals nog andere voordelen op. Veel contracten worden gerealiseerd voor Chinese staatsbedrijven, waardoor Washington indirect terugkomt op zijn eis naar wederzijdsheid: eerlijke concurrentie volgens de regels van de markt. China slaagt er door de deals ook in zijn buitenlandse deviezenreserves verder te diversifiëren: minder in Amerikaanse staatsschuld en méér in strategische sectoren. Verder lijken de Chinese orders voor producten van de Amerikaanse industrie uiteindelijk toch weer vooral China te begunstigen. De bestelde Boeingvliegtuigen zullen wellicht in de fabriek in China worden gebouwd. Ook Caterpillar, dat een contract bij een Chinees mijnbouwbedrijf in de wacht sleepte, heeft intussen 25 fabrieken in China. Een flink deel van de Amerikaanse contracten die Trump mee naar Washington neemt, zal uiteindelijk dus toch op 'Made in China' uitdraaien. China bevestigt Amerika eigenlijk in de rol van een aftakelend land en grondstoffenleverancier. Grondstoffen zijn nu reeds de snelst groeiende component van de Amerikaanse uitvoer naar China. Het aandeel van technologie-intensieve producten is geslonken van 50 procent in 2002 tot een gemiddelde van rond de 26 procent de voorbije jaren. De Chinezen winnen en toch laten ze Trump toe de schijn van een eigen overwinning op te houden. Je moet het ze maar nadoen.