Een hongersnood treft niet alleen wie vandaag honger lijdt, maar ook kinderen die nog geboren moeten worden. Dat blijkt uit het onderzoek van biologe Tessa Roseboom naar de Nederlandse Hongerwinter van 1944-1945. Volgens haar is de gelijkenis met Gaza groot. ‘Zwangere vrouwen en baby’s moeten dringend voeding en medische hulp krijgen.’
In België doet de term ‘Hongerwinter’ nauwelijks een belletje rinkelen, maar in Nederland staat de laatste hongersnood in het nationale geheugen gegrift. De Hongerwinter vond plaats tijdens de laatste maanden van de Tweede Wereldoorlog. Naar schatting stierven 20 à 30 duizend mensen aan de gevolgen van honger. Biologe Tessa Roseboom, hoogleraar vroege ontwikkeling en gezondheid aan de Universiteit van Amsterdam, deed onderzoek naar de gevolgen van de Nederlandse Hongerwinter op kinderen die ten tijde van de hongersnood werden verwekt of destijds in de baarmoeder zaten. ‘De meesten van hen werden na de Hongerwinter geboren en beseften niet dat ze een slechte start hebben gehad. Het werd pas later duidelijk dat ze aan die Hongerwinter levenslange gezondheidsgevolgen hebben overgehouden. In Gaza zal dat niet anders zijn.’
Voor de onwetende Belg: kunt u even schetsen hoe de Nederlandse Hongerwinter is ontstaan?
Roseboom: De Hongerwinter vond plaats in de laatste maanden van 1944, op het einde van de Tweede Wereldoorlog. De geallieerden waren aan de bevrijding van Frankrijk, België en Nederland begonnen. Daarvoor probeerden ze strategische bruggen over de Rijn onder controle te krijgen. Ter ondersteuning van die operatie Market Garden riep de Nederlandse overheid, die in ballingschap in Londen zat, op tot een spoorwegstaking. De Duitse bezetter reageerde op die staking met een verbod op voedseltransporten. Daardoor kon er geen voedsel meer vanuit het landelijke oosten en noorden van Nederland naar het westen worden vervoerd, waar zo’n 4,3 miljoen mensen woonden. Toen het voedseltransport per water wel weer toegelaten werd, waren de waterwegen bevroren. Dat leidde tot een piek in de hongersnood.
Door de ineenstorting van het voedseltransport kelderde ook het aantal calorieën dat Nederlanders in de getroffen gebieden konden consumeren. Tijdens de oorlog bedroegen rantsoenen in Amsterdam 1800 calorieën, maar na het transportverbod kelderde het aantal calorieën naar 400 à 800 per dag. Een rantsoen bestond uit twee aardappels, twee sneetjes brood en een halve suikerbiet.
‘Op het einde van de Tweede Wereldoorlog bestond een rantsoen in Amsterdam uit twee aardappels, twee sneetjes brood en een halve suikerbiet.’
U onderzocht jarenlang de gevolgen van die hongersnood op de zogenaamde ‘Hongerwinterbaby’s’. Wat waren uw bevindingen?
Roseboom: We hebben dertig jaar lang de Hongerwinterbaby’s opgevolgd. De meesten waren al rond de vijftig jaar oud toen we het onderzoek hebben opgestart. We stelden vast dat ondervoeding het ontwikkelingsproces van de organen, waarmee je het de rest van je leven moet doen, erg beïnvloedt. Een gebrek aan nutritionele bouwstenen tijdens het aanmaken van organen beïnvloedt de structuur en daarmee de levenslange functie van je hart, hersenen, lever, long en nieren. Die schade is niet altijd meteen zichtbaar, maar wreekt zich wel in het latere leven.
Kunt u nog een voorbeeld geven?
Roseboom: De stofwisseling van baby’s verwekt tijdens een hongersnood, is zodanig ingesteld dat het kind met heel weinig voeding kan overleven. Dat is een slimme overlevingsstrategie. Maar als dat kind in kwestie toegang krijgt tot meer voedsel, kan dat leiden tot overgewicht, of meer hart- en vaatziekten. Hongerwinterbaby’s overleden vaker aan cardiovasculaire aandoeningen.
Zien we al de gevolgen van de hongersnood bij pasgeboren kinderen in Gaza?
Roseboom: Jazeker. In Gaza wordt momenteel een op de vijf kinderen te licht en te klein geboren. Ook al komen ondervoede kinderen later weer aan, zijn de effecten van de meegemaakte hongersnood reëel.
Ziet u gelijkenissen tussen de Nederlandse Hongerwinter en de huidige hongersnood in Gaza?
Roseboom: Net als de hongersnood in Gaza was de Hongerwinter een acute hongersnood die plaatsvond bij een daarvoor goed gevoede populatie. Die hongersnood had, net als in Gaza, niets te maken met een natuurramp of met een mislukte oogst, maar was het gevolg van menselijke beslissingen. Het grote verschil is dat de Gazaanse hongersnood nu al langer duurt dan de Hongerwinter.
‘Ondervoeding beïnvloedt het ontwikkelingsproces van de organen.’
U begon uw onderzoek toen de Hongerwinterbaby’s al rond de vijftig jaar oud waren. Hadden ze zelf door dat de hongersnood hun gezondheid had beïnvloed?
Roseboom: Niet onmiddellijk. De meeste mensen die we hebben onderzocht waren na afloop van de Hongerwinter geboren. Nederland was bevrijd, veel mensen hadden niet het gevoel dat ze een slechte start hadden gehad. Maar hoe meer onderzoeksresultaten bekend werden gemaakt, hoe meer reacties we kregen. ‘Nu snap ik waarom ik in ons gezin degene ben die gevoeliger is voor gezondheidskwalen, terwijl we dezelfde genen hebben en dezelfde opvoeding hebben gehad’, klonk het.
‘Waarom beelden van stervende kinderen in Gaza weinig veranderen’
Hebt u ook gesproken met vrouwen die de Hongerwinter hebben meegemaakt?
Roseboom: Lang niet alle ouders waren nog in leven toen we het onderzoek opstartten. Bovendien waren de ouders niet de focus van ons onderzoek. Maar ik heb wel met enkele vrouwen gesproken die zwanger waren tijdens de hongersnood. Daar zaten schrijnende verhalen bij. Ik heb een vrouw gesproken wier zoon aan ons onderzoek deelnam. Bij zijn geboorte zag hij eruit als ‘een gevild konijn’, vertelde ze, omdat hij zo mager was. Zelf was ze zo ondervoed dat ze geen borstvoeding kon geven. Uiteindelijk is ze uit wanhoop naar de kerk gegaan om iemand anders te vragen om voor haar kind te zorgen. Zelf kon ze dat niet meer. Ze heeft zich daar heel lang schuldig over gevoeld. Gelukkig trof ze iemand die haar extra voedselbonnen gaf zodat ze haar kind bij zich kon houden.
Liet de Hongerwinter ook op mentaal vlak een stempel na?
Roseboom: We zien dat de hersenen van Hongerwinterbaby’s anders ‘bedraad’ zijn. Hun brein is iets kleiner, ze hebben meer te kampen met angst en depressieve klachten en hun cognitieve functie is een fractie verminderd. Een ander onderzoek heeft aangetoond dat mensen die verwekt zijn tijdens de Hongerwinter vaker last hebben van schizofrenie. De gevolgen van een hongersnood laten zich zowel op fysiek als op mentaal vlak gelden.
Zijn die effecten onomkeerbaar?
Roseboom: Dat durf ik niet met zekerheid zeggen. Op basis van experimenten in diermodellen zien we dat die schade amper om te keren is. Je organen aanmaken kun je geen tweede keer. Maar natuurlijk kun je wel hulp bieden. Niet alles is verloren.
‘De hersenen van Hongerwinterbaby’s zijn anders “bedraad”. Ze hebben meer te kampen met angst en depressieve klachten.’
Tijdens de Hongerwinter waren er geen zware bombardementen, zoals in Gaza het geval is. Kan dergelijk geweld ook gevolgen hebben voor ongeboren kinderen?
Roseboom: Zeker. Zo is er onderzoek gedaan naar zwangere vrouwen die zich in de Twin Towers bevonden tijdens 9/11, een heel stressvolle ervaring. Ook daar vonden onderzoekers effecten bij toen nog ongeboren baby’s. De combinatie van ondervoeding en stressvolle bombardementen is voor ongeboren Gazaanse kinderen desastreus.
Uit uw onderzoek blijkt eveneens dat zelfs kleinkinderen effecten kunnen ervaren van de stressvolle draagtijd van hun grootmoeders. Hoe komt dat?
Roseboom: Daar zijn verschillende verklaringen voor. Er kunnen epigenetische effecten plaatsvinden. De volgorde van je DNA verandert niet, maar de mate waarin DNA aan- of uitgeschakeld wordt, kan wel beïnvloed zijn en doorgegeven worden. Bij Hongerwinterbaby’s zagen we dat de activiteit van bepaalde genen veranderde, en zo doorgegeven werd aan de volgende generatie.
Daarnaast is de eicel waaruit we zijn ontstaan, aangemaakt door onze moeder die in onze grootmoeders baarmoeder zat. Een vrouw die zwanger is van een meisje, is eigenlijk zwanger van twee generaties.
‘De combinatie van ondervoeding en stressvolle bombardementen is voor ongeboren Gazaanse kinderen desastreus.’
Dergelijke epigenetische effecten zullen zich dus ook voordoen bij baby’s die worden verwekt of geboren in Gaza.
Roseboom: Dat valt te vrezen. De situatie in Gaza is enorm traumatiserend. Als er niet voldoende hulp komt voor de mensen die dit meemaken, zullen die trauma’s onbedoeld doorgegeven worden aan de volgende generatie. En daarnaast kunnen ook de epigenetische effecten doorgegeven worden. Dat betekent dat toekomstige generaties een grotere kans hebben om fysieke en mentale gezondheidsproblemen te ontwikkelen en het minder goed te doen op school. Mensen hebben minder kansen om hun potentieel te ontwikkelen. Wie bijvoorbeeld een heel sterk afgesteld stresssysteem heeft, zal sneller afgeleid zijn omdat zijn of haar systeem altijd gevaar ziet. Dat maakt het moeilijker om een baan te krijgen of om relaties op te bouwen. Ook maatschappelijk kan deze hongersnood dus grote gevolgen hebben.
Kunnen hulporganisaties bepaalde lessen trekken uit uw onderzoek?
Roseboom: Aan de ene kant weten we uit het Hongerwinteronderzoek dat de gevolgen het grootst zijn voor de ongeboren generatie. Daarom moeten zwangere vrouwen en baby’s prioritair voeding en medische hulp krijgen. Aan de andere kant is het ongelooflijk deprimerend om vast te stellen dat we allemaal weten hoeveel invloed dit soort hongersnoden heeft op toekomstige generaties, maar dat dit toch nog kan gebeuren. We weten wat ons te doen staat, maar het lukt ons niet.
Caroline Willemen (Artsen Zonder Grenzen): ‘Ik zie dagelijks ondervoede kinderen in Gaza’