Griet Smaers (CD&V)

‘Waarom we zieke zelfstandigen sneller moeten vergoeden’

Griet Smaers (CD&V) Kamerlid voor CD&V

‘De afgelopen vijf jaar steeg het aantal arbeidsongeschikten van 33.345 naar 38.919 personen. Het is hoog tijd voor een zorgvuldig preventie- en re-integratiebeleid voor zelfstandigen’, schrijft CD&V-Kamerlid Griet Smaers.

Ondernemerschap zit in de lift. Eind 2016 waren er in ons land 1.057.393 zelfstandigen. Dat zijn er 2,3% meerdan in 2015. Op zich is dat een hoopvolle evolutie die we alleen maar kunnen toejuichen. Toch is er ook minder positief nieuws. Zo is het aantal arbeidsongeschikte zelfstandigen vorig jaar opnieuw gestegen en wel met 7,12%. De afgelopen vijf jaar steeg het aantal arbeidsongeschikten van 33.345 naar 38.919 personen. Het is hoog tijd voor een zorgvuldig preventie- en re-integratiebeleid voor zelfstandigen.

Het aantal zelfstandigen in de primaire arbeidsongeschiktheid – dat is het eerste jaar arbeidsongeschiktheid – evolueerde in aantal van 12.434 in 2012 naar 14.447 vorig jaar, ofwel een stijging van ongeveer 16 %. Ook de gemiddelde duur dat een zelfstandige ‘buiten strijd’ is, kende lange tijd een stijgende trend. In 2016 kwam er echter een kentering en was er een lichte daling merkbaar tot 201 dagen of 6,5 maanden. Wanneer we een blik werpen op de cijfers van invaliditeit – dan ben je langer dan een jaar arbeidsongeschikt – merken we eveneens een stijgende trend op. In 2012 zaten 20.911 zelfstandigen in de invaliditeit. In 2016 was hun aantal reeds gestegen tot 24.472.

‘Waarom we zieke zelfstandigen sneller moeten vergoeden’

Hun aantal stijgt jaarlijks gemiddeld met 4 %. De gemiddelde duur van de invaliditeit blijft de afgelopen vijf jaar ongeveer stabiel rond de zes jaar. De oorzaken achter deze cijfers zijn grotendeels tweeledig. Met stip op 1 staan nog steeds musculoskeletale (spier- en wervel-) aandoeningen, zeg maar ernstige fysieke ongemakken. De laatste jaren neemt echter ook het aantal psychische problemen onder zelfstandigen toe, een trend die ook geregeld wordt vastgesteld bij werknemers. Dat het statuut vervrouwelijkt en veroudert, verklaart voor een deel deze cijfers.

De bovenstaande cijfers houden geen rekening met zelfstandigen die minder dan 30 dagen ziek zijn. Voor zelfstandigen geldt immers een carensperiode van een maand, waarbij zij geen arbeidsongeschiktheidsvergoeding ontvangen. Uit een recente rondvraag onder zelfstandigen is gebleken dat 76 % van hen deze carensmaand onrechtvaardig vindt. Daar valt wat voor te zeggen. Voor werknemers is het meestal al niet evident om langdurig afwezig te zijn van het werk, laat staan voor zelfstandigen. De continuïteit komt in gevaar en vaak worden zelfstandigen geconfronteerd met financiële moeilijkheden. Verder stijgt het armoederisico naar gelang de arbeidsongeschiktheid langer duurt.

Uit studies blijkt dat de jaarlijkse kost van de volledige schrapping van de carensperiode op 19,8 miljoen euro wordt geraamd. Een vermindering met de helft zou 9,7 miljoen euro kosten. Geld valt niet als manna uit de hemel, dat beseffen we maar al te goed. Maar veiligheid en bescherming zijn twee termen die veel ladingen kunnen dekken. Moeten we in dat opzicht deze regeling niet eens durven herbekijken?

Alleen is dit niet de manier om de arbeidsongeschiktheidscijfers terug te dringen. Alles start met preventie. Eerder dit jaar diende Smaers een resolutie in die expliciet aan de regering vraagt om hierop meer in te zetten. Zo kan men een gezondheidsbudget voorzien voor zelfstandigen die tijdens hun loopbaan een beroep willen doen op gespecialiseerde hulp. Problemen als werkdruk of emotionele belasting die mogelijks leiden tot psychische aandoeningen kunnen dan op gepaste wijze aangepakt worden vooraleer de situatie escaleert. Verder moet er ook dringend werk gemaakt worden van re-integratietrajecten, zodat zelfstandigen de mogelijkheid krijgen om deeltijds hun zaak terug op te nemen of om zich te heroriënteren naar een ander statuut met het oog op een andere job.

De tijd dat een zelfstandige stiefmoederlijk werd behandeld ten opzichte van een werknemer, is gelukkig voorbij. Er werden – mede onder impuls van CD&V – heel wat sprongen voorwaarts gemaakt op vlak van mantelzorg, minimumpensioen, moederschapsverlof, overbruggingsrecht en ga zo maar door. De toename van het aantal arbeidsongeschikten vraagt echter grotere inspanningen van onze sociale zekerheid. De stijging van het aantal psychische aandoeningen moet ons aanzetten tot een verhoogde waakzaamheid. Ook een zelfstandige heeft recht op voldoende preventie in het kader van zijn zelfstandigenstatuut. Het is een cliché van jewelste, maar investeren op voorhand vermijdt extra kosten achteraf. Het sociaal statuut van zelfstandigen voorziet momenteel echter niet in dergelijk preventieluik. Het wordt tijd om dit debat open te breken.

Partner Content