Carina Van Cauter (Open VLD)

‘Waarom we de abortuswet moeten aanpassen aan de tijdgeest’

Carina Van Cauter (Open VLD) Kamerlid voor Open VLD

Naar aanleiding van de 27ste verjaardag van de abortuswet, diende Kamerlid Carina Van Cauter (Open VLD) een wetsvoorstel in om de wet op zes punten te moderniseren. “De abortuswet was een mijlpaal voor de emancipatie van de vrouw en de vrouwenrechten. 27 jaar na datum is het tijd om een aantal bepalingen in de wet aan te passen aan de huidige tijdsgeest en praktijkervaringen.”

Dankzij de Wet betreffende de zwangerschapsafbreking van 3 april 1990 is abortus onder bepaalde voorwaarden niet strafbaar. Deze wet kwam er op initiatief van de senatoren Lallemand (PS) en Herman-Michielsens (PVV). Deze wet was een belangrijke mijlpaal voor de emancipatie van de vrouw en een gigantische stap vooruit op vlak van vrouwenrechten. Na jaren van strijd door feministische bewegingen, werden vrouwen helemaal meester over hun eigen lichaam. Ons land was een progressieve pionier. 27 jaar later is het tijd om de abortuswet tegen het licht te houden, aan te passen aan de huidige tijdsgeest en bovenal de praktijkervaringen. Ik diende een wetsvoorstel in om de wet op zes punten te wijzigen.

Abortus uit de strafwet

Ons eerste -en symbolisch belangrijkste- voorstel handelt over de strafbaarstelling van abortus. In principe blijft een zwangerschapsafbreking een misdrijf, tenzij de arts aan alle wettelijke voorwaarden voldoet. Ook de vrouw is strafbaar als niet aan alle voorwaarden is voldaan. Het feit dat abortus in ons strafwetboek staat, is culpabiliserend en stigmatiserend voor de vrouw. Uiteraard moet een vruchtafdrijving waarbij niet aan de voorwaarden wordt voldaan; een vruchtafdrijving zonder toestemming; of een vruchtafdrijving met of zonder geweld strafbaar blijven.

‘Waarom we de abortuswet moeten aanpassen aan de tijdgeest’

Wij stellen wel voor om de vrijwillige abortus uit het strafwetboek te halen, en onder te brengen in een aparte wet. Op die manier geven we een duidelijk signaal dat het een medische ingreep betreft waarbij de nodige voorwaarden en garanties voor de vrouw worden voorzien. Abortus is een recht, het stigma en taboe moeten volledig doorbroken worden.

Eerste consultatie en wachttijd

Daarnaast doen we nog vijf voorstellen die tegemoet komen aan praktische problemen. Een vrouw die een abortus wenst, kan zich richten tot een abortuscentrum of ziekenhuis met abortushulpverlening. Daar moet ze bij de eerste consultatie een verklaring afleggen waarin ze aangeeft zich in een noodsituatie te bevinden. Deze voorwaarde werd in de originele abortuswet ingeschreven als compromis. Nochtans had de Raad van State hier een negatief advies over geformuleerd, omdat de term noodsituatie vaag is. Vrouwen die een abortus overwegen, weten dat dit een ingrijpende ingreep is, en uit 27 jaar ervaring met de abortuswet blijkt dat vrouwen hier niet lichtzinnig overgaan. Daarom willen we de subjectieve term noodsituatie uit de wet halen.

We willen voorts de wettelijke wachttijd van zes dagen na de eerste consultatie inkorten. De bedenktijd is zeer nuttig, maar 48 uren moeten kunnen volstaan. In sommige gevallen dringt de tijd immers. Ook zijn er soms dwingende medische redenen die een snel optreden vereisen. Daarom moet een abortus ook onmiddellijk mogelijk zijn wanneer de gezondheid van de vrouw in gevaar is.

Versoepeling deadline

Vandaag kan een abortus plaatsvinden voor de twaalfde week na bevruchting. Nadien kan het enkel nog wanneer er een ernstig gevaar is voor de gezondheid van vrouw of kind. Per jaar moeten een duizendtal vrouwen zich naar het buitenland begeven om na die periode nog een abortus te plegen. In Zweden kan een abortus tot 18 weken na bevruchting. Het lijkt ons redelijk om hier naar te evolueren. Een uitbreiding tot 14 weken is het minimum.

Zoals gezegd, kan van die uiterste termijn worden afgeweken wanneer ‘vaststaat dat het kind geboren zal worden, zal lijden aan een uiterst zware kwaal die als ongeneeslijk wordt erkend’. Die vereiste zekerheid vormt een probleem. Dergelijke zware afwijkingen en kwalen kunnen immers niet altijd met 100% zekerheid worden vastgesteld, maar vaak doet zich een aan zekerheid grenzend risico voor. In ons wetsvoorstel volstaat een ernstig risico, dat steeds door twee artsen wordt ingeschat, om na de deadline alsnog over te gaan tot een abortus.

Doorverwijsplicht

Een arts is nooit verplicht om een abortus uit te voeren. Dit willen we uiteraard zo houden. Maar er moet wel een doorverwijsplicht worden ingeschreven in de wet. Het kan immers niet dat een vrouw die wil overgaan tot abortus, niet geholpen wordt omdat de eerste arts tot wie ze zich richt gewetensbezwaren heeft.

Partner Content