Regionaal verschil in werkloosheid nergens in Europa zo groot als in België

© BelgaImage
Ewald Pironet
Ewald Pironet Senior writer van Knack

Aan de vooravond van de Vlaamse feestdag is het communautaire debat weer opgelaaid. Met een nieuwe berekening van de transfers én een studie die aantoont dat het regionale verschil in werkloosheid binnen één land nergens in Europa zo groot is als in België.

Jaarlijks gaat 7 miljard euro van de rijke Vlaamse belastingbetaler naar de armere Franstaligen. Dat blijkt uit een nieuwe berekening van de transfers door de Leuvense professor André Decoster en onderzoeker Willem Sas. Vorige studies kwamen meestal uit op een transferbedrag tussen de 5 en 6 miljard per jaar.

Vlaams minister-president Geert Bourgeois (N-VA) presenteerde de nieuwe cijfers eind vorige week. Hij stipte daarbij aan dat Vlaanderen met die 7 miljard euro heel wat zou kunnen doen. Dat is misleidend: de transfers zijn geen dotaties van Vlaanderen aan Wallonië. Maar het geeft wel weer wat de Belgen aan de overheid betalen en wat ze daarvoor terugkrijgen. Omdat de Vlamingen gemiddeld rijker dan de Franstaligen zijn, vloeit via de federale belastingen (4,7 miljard euro) en de sociale zekerheid (2 miljard euro) Vlaams belastinggeld naar Franstalige landgenoten. En omdat er per inwoner meer Franstalige dan Nederlandstalige ambtenaren zijn, loopt een deel van de geldstroom (300 miljoen euro) ook via de ambtenarenweddes.

Met de PTB/PVDA aan de macht zal Wallonië pas echt een economisch kerkhof worden

Al sinds de tweede helft van de jaren zeventig stroomt er jaarlijks een groot bedrag naar Wallonië. Volgens Decoster en Sas zullen de transfers nog een tijdje aanhouden, ook al zullen ze door de zesde staatshervorming in 2020 naar 6,6 miljard euro dalen. Zonder de transfers zou Wallonië in een sociale noodsituatie terechtkomen. In bijna een halve eeuw is de regio er niet in geslaagd om een economische ommezwaai te realiseren en de kloof met Vlaanderen te dichten. Internationale studies wijzen erop: hoe meer herverdeling er tussen regio’s is, hoe trager de inhaalrace verloopt.

Transparante solidariteit met armere regio’s is best verdedigbaar, maar het zou goed zijn als die geldstromen de economie zouden aanzwengelen. Dan kunnen de transfers op termijn verminderen en zelfs uitdoven. Daar is in ons land geen sprake van. Bovendien is de vraag of de Vlamingen (zelfs als ze dat willen) die transfers kunnen blijven betalen, nu iedereen steeds meer geld nodig heeft voor de oplopende vergrijzingskosten. Het debat daarover blijft uit.

Het is van het grootste belang dat de economie in Wallonië opveert en er meer mensen aan de slag kunnen. Om de transfers af te bouwen, maar ook om de Walen zelf enig toekomstperspectief te bieden: ze hebben nu een armoederisico van 18 procent, bijna het dubbele van Vlaanderen. De extreemlinkse PTB/ PVDA, die volgens peilingen in Wallonië meer dan 20 procent van de stemmen kan halen en er mogelijk de grootste partij wordt, zal daar niet voor zorgen. Integendeel: haar economische programma kost, voorzichtig berekend, 50 miljard euro per jaar. Het staat garant voor een explosie van onze overheidsschuld en een verarming van de bevolking. Met de PTB/PVDA aan de macht zal het zuiden van het land pas echt een economisch kerkhof worden.

De transfers zijn geen dotaties van Vlaanderen aan Wallonië. Maar het geeft wel weer wat de Belgen aan de overheid betalen en wat ze daarvoor terugkrijgen

Ondertussen belooft CD&V-vicepremier Kris Peeters tegen 2025 de ‘volledige tewerkstelling’ in België. Dat zou betekenen dat minder dan 3 procent van de beroepsbevolking werkloos zou zijn. Daar zijn we vandaag, met een werkloosheidsgraad van bijna 8 procent, mijlenver van verwijderd. Het verschil in werkloosheidsgraad tussen de regio’s is wel groot: in het Vlaamse Gewest bedraagt hij 4,9 procent, in het Waalse Gewest 10,6 procent en in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest 16,9 procent.

Zulke grote regionale verschillen bestaan in alle landen, hoor je vaak beweren. Een recente berekening van Eurostat, verspreid door het Steunpunt Werk (KU Leuven), spreekt dat tegen. In 2016 was het verschil in werkloosheid binnen een land nergens in Europa zo groot als in België. Het contrast met de Scandinavische landen en Nederland, waar je de kleinste regionale verschillen terugvindt, is groot.

Tot dusver werden voor de slechte economische prestaties van het zuiden van het land altijd verzachtende omstandigheden ingeroepen. Dat de economie er verouderd is, bijvoorbeeld. Maar het grote regionale verschil in werkloosheidsgraad in een klein landje als België kan niemand nog vergoelijken. Politici en sociale partners zouden daarvan wakker moeten liggen. Anders wachten hun straks nachtmerries.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content