Opinie

Aad De Marez

‘Prijsstijgingen in horeca worden onvermijdelijk’

Aad De Marez Horeca-ondernemer

We kennen de hoogste inflatie in meer dan 30 jaar. De horeca vreest dat klanten de onvermijdelijke prijsstijgingen niet zullen willen betalen en de overheid grijpt ook al niet in.

1983: zo ver moet België terug om een even hoge inflatie te vinden als nu. In bijna veertig jaar werd onze koopkracht nooit méér aangetast dan vandaag. Inderdaad, de inflatie schiet omhoog en onze koopkracht omlaag. Die hoge inflatie, op een moment dat we de coronacrisis nog aan het verteren zijn, verdient in onze sector meer waakzaamheid.

Van restaurant of dorpscafé tot de Brusselse hotellerie: tijdens de coronapandemie zag de horeca het omzetcijfer terugvallen. En nu maakt de inflatie dat we die achterstand moeilijk kunnen inlopen. Erger nog: de inflatie vreet verder én dieper aan onze omzetcijfers.

Eerste vaststelling: de energiekosten rijzen de pan uit. Dat merken we allemaal aan de pomp en op onze energiefactuur. Net energie is een zeer grote kostenpost in onze sector. Een eenpersoonshuishouden gebruikt gemiddeld zo’n 1200kWh elektriciteit per jaar. Een restaurant met een oppervlakte van pakweg honderd vierkante meter minstens tien keer zoveel. En dan hebben we de vergelijking voor de gasprijzen nog niet gemaakt. Kunt u onze rekening maken?

Prijsstijgingen in horeca onvermijdelijk.

Tweede vaststelling: grondstof- en productprijzen stijgen. Een kistje kleurrijke kerstomaten kostte ons twee jaar geleden net geen 12 euro. Vandaag bijna 18 euro. Een verschil van zo’n 6 euro, of meer dan 50 procent. De producenten zien zich door de schaarste aan grondstoffen, materialen en exploderende transportkosten genoodzaakt hun prijzen – en dus onze aankoopprijzen – te verhogen. De lijst van duurder wordende producten is eindeloos.

In normale omstandigheden is er ruimte om ten koste van de eigen winst hogere grondstof- en productprijzen tijdelijk op te vangen. Zo worden menukaarten vanzelfsprekend niet wekelijks aangepast om bij te blijven bij de ene of de andere prijsstijging. Maar de situatie is sinds de eerste strikte lockdown van maart 2020 en de huidige situatie met een oorlog aan de buitengrens van Europa allesbehalve normaal te noemen. Een mens durft zich af te vragen: waar zal dit eindigen?

Derde vaststelling: de lonen stijgen, en snel. Op 1 januari 2022 zijn de brutolonen geïndexeerd. Voor de horecasector was dat met 3,219 procentpunten. Een veelvoud daarvan wordt voorspeld. De Belgische lonen stijgen via de automatische indexering, en dat sneller dan in onze buurlanden. Dit is geen pleidooi voor of tegen deze automatische loonindexeringen. Het leven wordt immers voor iedereen en dus ook voor ons personeel duurder. Vaststelling blijft wel dat onze loonkosten op korte tijd aanzienlijk zijn toegenomen en dit jaar nog verder zullen toenemen.

Een restaurant met een oppervlakte van pakweg honderd vierkante meter verbruikt tien keer zoveel elektriciteit als een eenpersoonshuishouden.

Conclusie? De horeca staat met zijn rug tegen de muur. Het gevolg: een aanzienlijke prijsstijging dringt zich op. Dat is geen keuze meer, het is onvermijdelijk. Want personeel hoop je aan boord te houden en facturen wil je tijdig betalen. Onvermijdelijk is evident niet synoniem met wenselijk. Vraag is: in hoeverre is de consument bereid de hogere horecaprijzen te betalen?

Tot slot dit: er is ook een opvallend gebrek aan beleidsinitiatieven. Het blijft oorverdovend stil, behoudens wat gemorrel in de marge. Hoe zullen zij het ondernemersklimaat verbeteren én de koopkracht van elkeen verhogen? Wijlen premier Jean-Luc Dehaene (CD&V) zou het probleem ten minste oplossen nu het zich stelt – of dat zou hij toch gezegd hebben. Zoals steeds zullen ondernemers weerbaar moeten zijn om zichzelf in deze omstandigheden opnieuw heruit te vinden. Of om het in schoon Vlaams te zeggen: nie neute, nie pleuje. Samen met vele andere horecaondernemers wil ik wel plooien, maar niet breken.

Partner Content