Opinie

François Levrau

Praktijktests kledingwinkels: ‘Waarom we beleid nodig hebben dat ingaat tegen de kracht van stereotypes’

François Levrau Dr. Sociale Wetenschappen, verbonden aan Centrum Pieter Gillis (UAntwerpen)

Uit recent onderzoek blijkt dat nogal wat winkelbediendes klanten van vreemde origine minder bereidwillig bijstaan. François Levrau (Universiteit Antwerpen) over hoe we deze vormen van dagdagelijks racisme kunnen tegengaan.

Uit onderzoek van Dounia Bourabain blijkt dat nogal wat winkelbediendes klanten van vreemde origine minder bereidwillig bijstaan in hun zoektocht naar een bepaald kledingstuk. Volgens Bourabain komt dat doordat winkelbediendes, meestal onbewust, aan raciale profilering doen. Die profilering gebeurt via het proces van categorisatie waarbij mensen snel en inderdaad vaak onbewust in groepen worden verdeeld en waarbij datgene wat dan over de groep geweten is, wordt gebruikt om het individu al dan niet naar waarde te schatten. Met ‘categorisatie’ en met de ‘stereotypering’ die daaruit voortvloeit, is op zich niks mis; sterker nog, het is een goede strategie om de grote hoeveelheid aan prikkels die we voortdurend op ons zien afkomen snel te verwerken. Zien we in een open ruimte een boom, dan wordt die boom in al zijn uniciteit waargenomen. Bevinden we ons in een bos, dan letten we niet op de individuele bomen, maar zien we een bos, samengesteld uit bomen die er voor ons allemaal hetzelfde uitzien. Wie in een bos elke boom in al zijn unieke facetten zou waarnemen, die zou… ja, die zou nauwelijks nog een stap vooruit komen.

De kaarsvlam van het stereotype

Hoewel het ‘categorisatiemechanisme’ een spontaan karakter heeft en hoewel het zijn dienst bewijst in de overleving van de homo sapiens, is het toch iets waarvan we ons voldoende rekenschap moeten geven. Voor de meeste mensen is een bos en zijn de bomen waaruit dat bos bestaat neutraal of zelfs positief ingekleurd, wat maakt dat de perceptie van bomen zal worden opgeladen met neutrale of positieve aspecten. Maar, wat nu als de ‘multiculturele ander’ voortdurend in een negatief daglicht wordt gesteld? De kans is groot dat er in ons brein een categorie ontstaat die haar schaduw werpt op onze perceptie van individuen met een andere afkomst.

Praktijktests kledingwinkels: ‘Waarom we beleid nodig hebben dat ingaat tegen de kracht van stereotypes’

Van het stereotype gaat bovendien ook een soort magnetische kracht uit: eens het stereotype in het brein is ingekapseld, trekt het confirmerende observaties aan en stoot het ontkennende percepties af. Alle observaties vallen met andere woorden in de kaarsvlam van het stereotype, vandaar dat het moeilijk (maar wel noodzakelijk) is om niet onverschillig te zijn tegenover de manier waarop het stereotype onze blik op de wereld bepaalt. Hannah Arendt wees er op dat mensen vaak niet denken of handelen uit eigen overtuiging, maar gewoon gedwee en gedachteloos een bepaalde ideologie (die het vaak net moet hebben van stereotypen) volgen. Het is dus belangrijk na te denken van waar het stereotype komt en hoe we ervan afgeraken opdat we niet al slaapwandelend in de val lopen van zij die erop uit zijn de paukenslag in de samenleving te laten weerklinken (i.c. moslimfundamentalisten en extreemrechts).

‘Het is één zaak om geen racistische partijstandpunten te ondersteunen, het is een andere om in het dagelijkse leven geen (latent) racistisch gedrag te vertonen.’

Hieronder overloop ik drie handvaten om voorbij het stereotype te geraken. Het is mijn overtuiging dat het welvaren van de multiculturele samenleving niet alleen afhangt van de rechtvaardigheid van de basisstructuur (het samenhangend geheel van wetten, instituties en sociale systemen dat enerzijds de fundamentele rechten, vrijheden en plichten gelijk verdeelt en anderzijds bepaalt hoe de kansen en sociaaleconomische voordelen van sociale samenwerking op een faire wijze kunnen worden verdeeld), maar ook van de vele (dagdagelijkse) handelingen en keuzes van individuele burgers. Het is één zaak om geen racistische partijstandpunten te ondersteunen, het is een andere om in het dagelijkse leven geen (latent) racistisch gedrag te vertonen. De beide zijn van belang.

Mensen met een gelijke morele status

Het bewustzijn dat alle mensen moreel gelijkwaardig zijn en als zodanig ook dienen te worden behandeld dient te worden aangescherpt. Dat veronderstelt een doortastend antidiscriminatie- en antiracismebeleid, een rigoureus multicultureel beleid en objectieve media. Van discriminatie is sprake wanneer iemand in een vergelijkbare situatie minder goed behandeld wordt vanwege bepaalde criteria zoals geslacht, taal, afkomst. Er is geen sprake van discriminatie wanneer een verschil in behandeling objectief en redelijk kan worden verklaard. Mystery calls of anonieme praktijktesten zijn wat dat betreft noodzakelijk. Ik zie weinig andere opties. Antiracismebeleid dient al even pregnant aanwezig te zijn: het aanzetten tot haat, discriminatie en geweld wegens ras moet bestraft worden. Allerhande campagnes dienen de negatieve beeldvorming bij te stellen. Wat dat betreft is het – ondanks alle contra-argumenten – vooral pijnlijk dat (uitgerekend) minister van Diversiteit, Liesbeth Homans recent een vacaturemelding van de Vlaamse overheid waarbij een foto van een vrouw met hoofddoek te zien was liet verwijderen op Twitter.

‘Multiculturele beleidsmaatregelen bieden geen unfaire voordelen voor bepaalde groepen, maar compenseren unfaire nadelen zodat de wetgeving op gelijke wijze op iedereen van toepassing is.’

Ook de implementatie van een multicultureel beleid dat rekening houdt met claims van etnisch-culturele/religieuze minderheden is van belang. Multiculturele beleidsmaatregelen bieden geen unfaire voordelen voor bepaalde groepen, maar compenseren unfaire nadelen zodat de wetgeving op gelijke wijze op iedereen van toepassing is. Het punt hier is dat de samenleving sterk is gevormd volgens de patronen van de meerderheidsgroep (vb. kalender, curriculum, religie) waardoor minderheidsgroepen er niet of minder worden door gerepresenteerd. Multicultureel beleid poogt de samenleving open te stellen voor alle burgers, en niet enkel voor de autochtone en dominante blanke meerderheidsgroep.

Het belang van objectieve berichtgeving spreekt voor zich: niet alle werklozen zijn profiteurs, niet alle moslims zijn terroristen, niet alle vluchtelingen zijn verkrachters, etc. Antidiscriminatie- en antiracismebeleid, multicultureel beleid en objectieve media zijn van belang omdat ze de morbide obesitas van het stereotype en de daarmee gepaard gaande sociale angstkramp kunnen bestrijden. Wie moslims enkel associeert met terrorisme, die zal begrijpelijk extra op zijn qui vive zijn wanneer een moslim een kledingzaak binnenstapt en zal, al even begrijpelijk, een zucht van verluchting slaken wanneer de moslim de winkelzaak weer verlaat.

Samenwerken in functie van gemeenschappelijke doelstellingen

Mensen categoriseren graag en snel, maar ze werken ook graag samen. Correcter is te zeggen dat ze graag samenwerken met anderen die ze als “één van hen” beschouwen. Het is daarom zaak voorbij “wij-zij” te geraken teneinde een “gedeeld ons” te bekomen. Dat kan door ontmoeting te stimuleren, alsook door een gezamenlijke participatie aan gedeelde projecten en sociale mix. Solidariteit groeit uit reële contacten (liefst in samenwerkingsverbanden) waardoor kan worden ingezien dat men dezelfde verlangens en bezorgdheden heeft (gezonde buurt, propere straat, aanbod van sportinfrastructuur, etc.). Echte en doorvoelde persoonlijke ontmoetingen kunnen onder meer via het onderwijs gestimuleerd worden. Leerlingen krijgen de mogelijkheid om met elkaar om te gaan, van elkaar te leren en aan den lijve te ervaren dat die “ander” eigenlijk best wel meevalt. Het pleidooi voor LEF en het feit dat het GO! dit schooljaar wil experimenteren met een nieuw vak dat burgerschap moet bijbrengen vallen wat dat betreft alleen maar toe te juichen. Jongeren leren over religieuze diversiteit en over democratisch burgerschap en krijgen daardoor een kans om de kaarsvlam van het stereotype te doven en het dictum “onbekend maakt onbemind” minder te laten gelden.

Een interpersoonlijk ethos

Een derde handvat omvat de aanwezigheid van een sociaal, egalitair en interpersoonlijk ethos dat de sociale normen van de gemeenschap vormt dat dient om het interculturele contact mee te ondersteunen. Hoewel mensen de vrijheid moeten blijven behouden om hun dagelijks leven te leiden volgens de eigen opvattingen van het goede, is een samenleving er wel degelijk mee gebaat wanneer haar burgers zich in meer of mindere mate ook de rechtvaardigheidslogica eigen maken die de basisinstellingen van de samenleving (zie antidiscriminatie -en antiracismebeleid, multiculturalisme en objectieve media) begeestert.

‘Iedereen zou eens moeten stilstaan bij de eigen manier van handelen om na te gaan in hoeverre het dagelijks gedrag en u003cemu003editou003c/emu003e keuzes worden bepaald door het stereotype en de angst.’

Het blijft wat dansen op een slappe koord, maar het punt blijft overeind dat burgers mogen worden geappelleerd aan hun morele plicht om in hun alledaagse keuzes en interacties de samenleving leefbaar te houden. Zo kan men het vrije woord hanteren als een botte dolk, maar men kan elkaar ook steken met een degen die buigzaam meegeeft en die, om de steek wat pijnlozer te maken, wordt afgedekt met een dopje. Dat is geen paternalistische beperking van de vrijheid van meningsuiting, maar een poging om vrijheid in relatie te zien met gelijkheid, solidariteit en respect. Iedereen zou eigenlijk eens moeten stilstaan bij de eigen manier van handelen om na te gaan in hoeverre het dagelijks gedrag en dito keuzes worden bepaald door het stereotype en de angst. Waarom zit je niet naast die persoon met de hoofddoek op de bus? Waarom ga je niet naar de lokale Turkse winkel? Waarom zeg je dat de Islam “achterlijk” is en niet dat je het met bepaalde elementen van de Islam “moeilijk” hebt? Waarom stuur je je kind niet naar een school met veel “allochtone kindjes”? Iedereen behoudt uiteraard de vrijheid om te doen en te zeggen wat men wil, maar het punt hier is dat de keuzes toch maar best positieve keuzes moeten zijn: ik zit niet naast de persoon met de hoofddoek omdat ik even alleen tot rust wil komen en niet omdat ik de dame met hoofddoek niet vertrouw. Ik ga niet naar de Turkse winkel omdat ik niks met Turken te maken wil hebben, maar omdat ik in een andere winkel meer, betere of andere producten vindt, etc.

Besluit: “Un peu de bruit autour de notre âme?”

Mensen categoriseren graag, snel en vaak ook onbewust. Daar is op zich niks fouts mee, alleen kan het wel kwalijk zijn wanneer bijvoorbeeld individuen van een andere origine worden geassocieerd met en worden verengd tot de kwalijke elementen die van toepassing zouden zijn op de groep waartoe ze behoren. Het is daarom zaak na te denken van waar de stereotypes komen en hoe ze kunnen worden tegengegaan.

Dat is allerminst eenvoudig omdat de “ja” die het stereotype bevestigt, vaak harder doorklinkt dan de “nee” die het stereotype tegenspreekt. De kaarsvlam van het stereotype, zo stelden we, verleidt en verbrandt de percepties die zich, elke dag, in duizendvoud aan ons opdringen. Beleid dat ingaat tegen de kracht van het stereotype is daarom van belang. We wezen concreet op doortastend antiracismebeleid, antidiscriminatiebeleid, multicultureel beleid en de aanwezigheid van objectieve media. Dit vierledige beleid moet niet worden begrepen als de as van een idee (het welslagen van een multiculturele samenleving) dat in de hoofden van menig politici en burger al lang is gedoofd, maar moet net krachtig worden geïmplementeerd opdat men niet defaitistisch en cynisch zou worden.

Optimisme is een morele plicht. Ook het inzetten op sociale mix en participatie (in alle domeinen) is van groot belang. Onbekend maakt immers onbemind. Tot slot dient ook iedereen het peillood in de eigen ziel te laten vallen teneinde niet onverschillig en al slaapwandelend de wet van het stereotype te volgen. Wat Bourabain bij de kledingzaken heeft vastgesteld, had net zo goed kunnen worden gevonden in andere sectoren (arbeidsmarkt, onderwijs, huisvesting, politie, etc.) en in elk van die sectoren zou de reactie van verbazing wellicht vergelijkbaar zijn geweest als deze van Isolde Delange, directeur van Mode Unie. Mensen staan er eigenlijk gewoon niet bij stil. Racisme en discriminatie? Un peut de bruit autour de notre âme…

Partner Content