65,6 miljoen mensen waren eind 2016 volgens de Verenigde Naties wereldwijd op de vlucht, in hun eigen land of daarbuiten. Dat is het hoogste aantal sinds de vluchtelingencrisis van de Tweede Wereldoorlog. Vluchtelingenorganisaties spelen daarbij een essentiële rol in de bescherming van vluchtelingen. Wereldwijd werden diverse landen de laatste decennia namelijk terughoudender om hierrond samen te werken en/of verstrengden ze hun asielbeleid.

Een negatieve perceptie

Aan de oorzaak daarvan liggen diverse socio-culturele, economische en politieke redenen die een negatieve publieke opinie rond vluchtelingen creëren en botsen met overheidsbelangen. Zo percipieert men binnen gastlanden vluchtelingen vaak als bedreigend voor de lokale samenleving en economie, crimineel of zelfs als potentiële veiligheidsrisico's.

Nieuwsmedia reproduceren deze negatieve publieke opinie vaak door vluchtelingen als fundamenteel ambivalente figuren voor te stellen. Zo worden vluchtelingen tegelijkertijd als 'slachtoffers' van een politiek conflict en als 'gevaren' voor westerse samenlevingen afgebeeld.

Dat staat in groot contrast met beeldvorming uit de prille geschiedenis. Tijdens de Koude Oorlog en in de jaren 1990 beschouwde men vluchtelingen dikwijls als respectievelijk vrijheidsvoorstanders en oorlogsslachtoffers. Het huidige negatieve klimaat leidt evenwel vaak tot xenofobie en verhoogt de populariteit van extreemrechtse politieke partijen. Uit electorale overwegingen voeren verkozen politici daarom vaak strenge migratiemaatregelen in.

Publieke communicatie als tegengewicht

In dergelijke context is publieke communicatie - zoals persberichten, artikels, foto's en filmpjes - cruciaal voor de werking van vluchtelingenorganisaties. Met dergelijke communicatie proberen vluchtelingenorganisaties te informeren en sensibiliseren en crisissen uiteindelijk op de politieke agenda te plaatsen.

Om deze doelstellingen te verwezenlijken is het meestal noodzakelijk om media-aandacht aan te trekken. Nieuwsberichtgeving is voor de meeste burgers namelijk de belangrijkste informatiebron rond vluchtelingencrisissen. Hoewel journalisten persberichten van ngo's meestal niet zomaar overnemen, draagt de publieke communicatie van deze vluchtelingenorganisaties wel in belangrijke mate bij tot de publieke beeldvorming rond vluchtelingen.

'Dit is waarom we vluchtelingen niet mogen ontmenselijken'

David Ongenaert

Het is dan ook erg relevant om na te gaan hoe vluchtelingenorganisaties solidariteit voor vluchtelingen bij overheden en burgers trachten op te wekken. Concreet onderzocht ik de persberichten van 2014 tot en met 2015 over de Syrische vluchtelingencrisis van drie internationale vluchtelingenorganisaties (VN-vluchtelingenagentschap UNHCR,International Rescue Committee en Danish Refugee Council). Aansluitend nam ik ook diepte-interviews af van pers- en regioverantwoordelijken van deze organisaties.

1. Hoe worden vluchtelingen voorgesteld?

Vluchtelingen worden in de persberichten meestal weergegeven als een homogene, lijdende massa. Dit kan verklaard worden door het belang van het aantrekken van media-aandacht. Nieuwsmedia hebben namelijk meestal een voorkeur voor negatief nieuws, cijfers en data. Met dergelijke info willen de organisaties op basis van medemenselijkheid solidariteit opwekken, maar soms dus met een nogal kwantificerend en ontmenselijkend effect tot gevolg.

2. Hoe trachten vluchtelingenorganisaties solidariteit bij het brede publiek op te wekken?

Verder trachten de organisaties steun te verkrijgen door solidariteit voor te stellen als een vorm van zelfexpressie en -ontplooiing van celebrities en het brede publiek. De vluchtelingen zelf vormen daarbij slechts nevenfiguren. Enerzijds wil men zo verhinderen dat de publieke bezorgdheid afneemt. Anderzijds is het ook een uiting van de commercialisering van de humanitaire sector en bij uitbreiding van de bredere maatschappij, waarin efficiëntie en winst steeds centraler staan.

3. Hoe proberen vluchtelingenorganisaties overheden te beïnvloeden?

Voorts linken vluchtelingenorganisaties vluchtelingenbescherming aan nationale staatsbelangen in de domeinen van migratie, veiligheid, economie en ontwikkeling. Vluchtelingen vormen daarbij een speelbal van geopolitieke belangen. Men kiest hiervoor omdat dergelijke overheidsbelangen dikwijls sterk het vluchtelingenbeleid bepalen en verwijzingen naar vluchtelingenwetgeving alleen meestal onvoldoende overtuigend zijn.

Conclusie:

Vluchtelingen worden binnen de onderzochte persberichten vaak ontmenselijkt en zijn ondergeschikt aan de zelfontplooiing van het brede publiek en nationale staatsbelangen.

Enerzijds is het gebruik van dergelijke publieke communicatiestrategieën wel goed bedoeld: vluchtelingenorganisaties trachten er immers diverse vormen van steun mee te verwerven voor vluchtelingen. Anderzijds zijn deze communicatiestrategieën soms nogal ontmenselijkend en houden ze mogelijks ook bredere gevaren in. Ze versterken immers het gepercipieerde ambivalente karakter van vluchtelingen waardoor ze op lange termijn aan efficiëntie zouden kunnen inboeten.

Nieuwe succesvolle, morelere en praktisch realiseerbare communicatiestrategieën moeten dan ook uitgedacht worden. Meer (online en face to face) interactie met vluchtelingen, hen zelf een grotere stem verlenen, en het verschaffen van bredere achtergrondinfo rond de crisissen in kwestie lijken mij daarbij cruciaal om de wederzijdse kennis en begrip te verhogen. En opdat mensen op de dool in de toekomst ook menswaardiger zouden worden voorgesteld.

David Ongenaert studeerde Conflict and Development aan de UGent en onderzocht in zijn thesiswelke communicatiestrategieën vluchtelingenorganisaties hanteren om de publieke opinie te verbeteren.

65,6 miljoen mensen waren eind 2016 volgens de Verenigde Naties wereldwijd op de vlucht, in hun eigen land of daarbuiten. Dat is het hoogste aantal sinds de vluchtelingencrisis van de Tweede Wereldoorlog. Vluchtelingenorganisaties spelen daarbij een essentiële rol in de bescherming van vluchtelingen. Wereldwijd werden diverse landen de laatste decennia namelijk terughoudender om hierrond samen te werken en/of verstrengden ze hun asielbeleid.Aan de oorzaak daarvan liggen diverse socio-culturele, economische en politieke redenen die een negatieve publieke opinie rond vluchtelingen creëren en botsen met overheidsbelangen. Zo percipieert men binnen gastlanden vluchtelingen vaak als bedreigend voor de lokale samenleving en economie, crimineel of zelfs als potentiële veiligheidsrisico's. Nieuwsmedia reproduceren deze negatieve publieke opinie vaak door vluchtelingen als fundamenteel ambivalente figuren voor te stellen. Zo worden vluchtelingen tegelijkertijd als 'slachtoffers' van een politiek conflict en als 'gevaren' voor westerse samenlevingen afgebeeld.Dat staat in groot contrast met beeldvorming uit de prille geschiedenis. Tijdens de Koude Oorlog en in de jaren 1990 beschouwde men vluchtelingen dikwijls als respectievelijk vrijheidsvoorstanders en oorlogsslachtoffers. Het huidige negatieve klimaat leidt evenwel vaak tot xenofobie en verhoogt de populariteit van extreemrechtse politieke partijen. Uit electorale overwegingen voeren verkozen politici daarom vaak strenge migratiemaatregelen in.In dergelijke context is publieke communicatie - zoals persberichten, artikels, foto's en filmpjes - cruciaal voor de werking van vluchtelingenorganisaties. Met dergelijke communicatie proberen vluchtelingenorganisaties te informeren en sensibiliseren en crisissen uiteindelijk op de politieke agenda te plaatsen.Om deze doelstellingen te verwezenlijken is het meestal noodzakelijk om media-aandacht aan te trekken. Nieuwsberichtgeving is voor de meeste burgers namelijk de belangrijkste informatiebron rond vluchtelingencrisissen. Hoewel journalisten persberichten van ngo's meestal niet zomaar overnemen, draagt de publieke communicatie van deze vluchtelingenorganisaties wel in belangrijke mate bij tot de publieke beeldvorming rond vluchtelingen.Het is dan ook erg relevant om na te gaan hoe vluchtelingenorganisaties solidariteit voor vluchtelingen bij overheden en burgers trachten op te wekken. Concreet onderzocht ik de persberichten van 2014 tot en met 2015 over de Syrische vluchtelingencrisis van drie internationale vluchtelingenorganisaties (VN-vluchtelingenagentschap UNHCR,International Rescue Committee en Danish Refugee Council). Aansluitend nam ik ook diepte-interviews af van pers- en regioverantwoordelijken van deze organisaties.Vluchtelingen worden in de persberichten meestal weergegeven als een homogene, lijdende massa. Dit kan verklaard worden door het belang van het aantrekken van media-aandacht. Nieuwsmedia hebben namelijk meestal een voorkeur voor negatief nieuws, cijfers en data. Met dergelijke info willen de organisaties op basis van medemenselijkheid solidariteit opwekken, maar soms dus met een nogal kwantificerend en ontmenselijkend effect tot gevolg.Verder trachten de organisaties steun te verkrijgen door solidariteit voor te stellen als een vorm van zelfexpressie en -ontplooiing van celebrities en het brede publiek. De vluchtelingen zelf vormen daarbij slechts nevenfiguren. Enerzijds wil men zo verhinderen dat de publieke bezorgdheid afneemt. Anderzijds is het ook een uiting van de commercialisering van de humanitaire sector en bij uitbreiding van de bredere maatschappij, waarin efficiëntie en winst steeds centraler staan.Voorts linken vluchtelingenorganisaties vluchtelingenbescherming aan nationale staatsbelangen in de domeinen van migratie, veiligheid, economie en ontwikkeling. Vluchtelingen vormen daarbij een speelbal van geopolitieke belangen. Men kiest hiervoor omdat dergelijke overheidsbelangen dikwijls sterk het vluchtelingenbeleid bepalen en verwijzingen naar vluchtelingenwetgeving alleen meestal onvoldoende overtuigend zijn.Vluchtelingen worden binnen de onderzochte persberichten vaak ontmenselijkt en zijn ondergeschikt aan de zelfontplooiing van het brede publiek en nationale staatsbelangen.Enerzijds is het gebruik van dergelijke publieke communicatiestrategieën wel goed bedoeld: vluchtelingenorganisaties trachten er immers diverse vormen van steun mee te verwerven voor vluchtelingen. Anderzijds zijn deze communicatiestrategieën soms nogal ontmenselijkend en houden ze mogelijks ook bredere gevaren in. Ze versterken immers het gepercipieerde ambivalente karakter van vluchtelingen waardoor ze op lange termijn aan efficiëntie zouden kunnen inboeten.Nieuwe succesvolle, morelere en praktisch realiseerbare communicatiestrategieën moeten dan ook uitgedacht worden. Meer (online en face to face) interactie met vluchtelingen, hen zelf een grotere stem verlenen, en het verschaffen van bredere achtergrondinfo rond de crisissen in kwestie lijken mij daarbij cruciaal om de wederzijdse kennis en begrip te verhogen. En opdat mensen op de dool in de toekomst ook menswaardiger zouden worden voorgesteld.David Ongenaert studeerde Conflict and Development aan de UGent en onderzocht in zijn thesiswelke communicatiestrategieën vluchtelingenorganisaties hanteren om de publieke opinie te verbeteren.