Als je naar een meeuwenkolonie kijkt in een omgeving met bruine kiekendieven, weet je meteen dat er zo'n roofvogel passeert: alle meeuwen gaan krijsend de lucht in en de jongen duiken ogenblikkelijk in beschermende vegetatie. Toch is de kiekendief geen echte vogelvanger. Hij eet vooral muizen, ratten en konijnen. Zijn naam zegt meer over hoe de doorsneemens tegen roofvogels aankijkt dan over zijn gedrag.
...

Als je naar een meeuwenkolonie kijkt in een omgeving met bruine kiekendieven, weet je meteen dat er zo'n roofvogel passeert: alle meeuwen gaan krijsend de lucht in en de jongen duiken ogenblikkelijk in beschermende vegetatie. Toch is de kiekendief geen echte vogelvanger. Hij eet vooral muizen, ratten en konijnen. Zijn naam zegt meer over hoe de doorsneemens tegen roofvogels aankijkt dan over zijn gedrag. De bruine kiekendief is een zorgenkind. Tot de jaren 1970 broedden er in Vlaanderen jaarlijks amper een twintigtal koppels. Meedogenloze verdelging en schadelijke effecten van pesticiden dreven de dieren in de vernieling. Nadat beide problemen door diervriendelijke wetgeving onder controle waren gebracht, steeg de broedpopulatie naar ongeveer 150 koppels. De soort broedt in riet- of graanvelden. De vrouwtjes zijn donkerbruin met crèmekleurige vleugelranden en kop, mogelijk om niet op te vallen als ze op hun nest zitten. De mannen zijn gevarieerder van kleur, misschien om indruk te maken op de vrouwtjes. Als ze een prooi gevangen hebben, geven ze die boven de nestplaats met een spectaculaire buiteling door aan hun eega. Sinds het begin van de jaren 2000 is het aantal broedkoppels van de kiekendief weer gehalveerd, hoewel andere roofvogels het goed doen. Dat is zorgwekkend. Oorspronkelijke broedgebieden in de Kempen zijn nu zo goed als kiekendiefloos. De soort komt overwegend in poldergebieden in Oost- en West-Vlaanderen voor. Zelfs in regio's die geschikt lijken voor kiekendieven, nemen de aantallen af. Om na te gaan of er ingegrepen kan worden, is er onder impuls van biologe Anny Anselin van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) een studie opgezet. Elk jaar worden tientallen jonge kiekendieven met goed zichtbare vlaggetjes gemerkt. Dat bevordert het onderzoek naar hun verspreiding. In Nederland zijn er kiekendieven met dataloggers uitgerust: apparaten die registreren waar ze geweest zijn en de gegevens automatisch doorgeven aan toestellen in hun broedgebied. Zo hoopt men inzicht te krijgen in waar het fout gaat. Mogelijk schuilt het probleem in een gebrekkig aanbod van geschikte voedselgronden in de broedgebieden. Hoe verder een vogel moet vliegen om te jagen, hoe minder jongen hij kan grootbrengen. Nederlandse gegevens wijzen uit dat kiekendieven graag jagen langs sloten en akkerranden. In ons geïndustrialiseerd landbouwbestel zijn die meestal omgeploegd of bespoten, zodat er amper begroeiing is waarin kiekendieven prooien kunnen vinden. Vandaar dat er onder meer in de Waaslandpolders gewerkt wordt aan kiekendiefvriendelijke landbouw, met bloemrijke akkerranden en gewassen als grasklaver en luzerne. De stromannen van de Boerenbond in het Vlaams Parlement waren er als de kippen bij om te eisen dat boeren voor die inspanningen vergoed worden - zo gaat dat met boeren: ze moeten betaald worden om een beetje natuurvriendelijk te opereren. De ironie wil dat een van de bevlagde kiekendieven in Sierra Leone terechtkwam - een deel van onze kiekendieven overwintert in West-Afrika, een klein deel probeert onze winters te doorstaan. Daar werd hij gevangen door een boer die uit de vangst een slaatje wilde slaan, met de dood van het dier tot gevolg. De kiekendief is dus niet alleen bij ons slachtoffer van de boerende medemens.