De natuur peilt onverdroten naar succesvolle levensstrategieën. Minimale inspanning voor maximaal succes lijkt een ideaal bestaan. Het komt ook voor in de mensenwereld, tot ergernis van wie het allemaal zélf moet doen. Onderzoek wijst uit dat een sociaal systeem maximaal 15 procent profiteurs verdraagt, anders gaat het onderuit.
...

De natuur peilt onverdroten naar succesvolle levensstrategieën. Minimale inspanning voor maximaal succes lijkt een ideaal bestaan. Het komt ook voor in de mensenwereld, tot ergernis van wie het allemaal zélf moet doen. Onderzoek wijst uit dat een sociaal systeem maximaal 15 procent profiteurs verdraagt, anders gaat het onderuit. Er is weinig in de natuur dat geen parasieten draagt - in het beste geval simpele mee-eters, in het slechtste wezens die je onderuit kunnen halen. De koekoek is misschien wel het bekendste voorbeeld: hij dumpt eieren in nesten van zangvogels die het koekoeksjong dan grootbrengen ten koste van hun eigen kroost. Hommels ontsnappen niet aan het parasietenverhaal. Er zijn een twintigtal soorten 'normale' hommels in Vlaanderen en zeven parasiterende koekoekshommels. Die hebben elk hun eigen gastheersoort. De grote koekoekshommel parasiteert bijvoorbeeld op onze algemeenste hommel: de aardhommel. En de rode koekoekshommel met haar rode achterlijf parasiteert op de steenhommel met zijn rode achterlijf. In het geval van koekoekshommels kan het helpen dat je wat op je slachtoffers lijkt. Koekoekshommels bouwen geen nest. De koninginnen dringen een nest van hun gastvrouwsoort binnen, waar ze hun eitjes dumpen. Ze kunnen actief in conflict gaan met de eigenares van het nest - de echte hommelkoningin. Soms wordt die gedood. Als er te veel werksters zijn die zich op de indringer storten, kan ook zij gedood worden. Een nest mag evenmin te klein zijn - anders zijn er te weinig werksters om het koekoekshommelbroed groot te krijgen. Koekoekshommels moeten verscheurende keuzes maken voor ze beslissen welk nest ze binnendringen. Dat binnendringen is een discreet en geduldig proces. Een koekoekshommel volgt het spoor van werksterhommels naar een nest. Als ze vindt dat ze op een goede locatie terecht is gekomen, kan ze er een maand over doen voor ze het nest binnendringt. Ze blijft dan roerloos aan de ingang zitten en probeert de geur van het nest zo veel mogelijk te absorberen. Pas als ze vindt dat het niet beter kan, stapt ze binnen. Koekoekshommels hebben hardere pantsers en langere angels dan gewone hommels, voor wanneer ze op weerstand stuiten. Ze zijn doorgaans ook wat groter. Maar ze hebben geen stuifmeelkorfjes op hun poten, want ze produceren geen werksters die rond moeten vliegen om stuifmeel van bloemen te verzamelen. Hun jongen worden gevoed door de werksters van de originele koningin. Uit de eitjes van koekoekshommels komen uitsluitend koninginnen en mannetjes. Die vliegen in de herfst uit, waarna er paringen volgen en de mannetjes sterven. De koninginnen overwinteren om de volgende lente aan de volgende generatie te beginnen. Dat onze hommels het kwaad krijgen, onder meer door massaal pesticidegebruik, is ook voor hen slecht: het impliceert dat ze minder nestgelegenheden vinden. Omdat ze geen rondvliegende eigen werksters hebben, zijn waarnemingen van koekoekshommels sowieso schaars. Koekoekshommels zijn veel zeldzamer dan gewone hommels. Als een parasiet te talrijk wordt, kan hij het succes van zijn gastheersoort zo sterk hypothekeren dat zijn eigen overleving in het gedrang komt. Een levensstijl zonder al te grote inspanningen heeft altijd een kostprijs.