Pierre Van Damme: ‘De artsen van vandaag dreigen de ziekenhuizen van gisteren te worden’

Pierre Van Damme (UA) © Belga
Kamiel Vermeylen
Kamiel Vermeylen Journalist Knack.be

Epidemioloog Pierre Van Damme (UAntwerpen) is tevreden met de strengere maatregelen die de Nationale Veiligheidsraad woensdag van kracht laat gaan. Wel waarschuwt Van Damme voor de toenemende druk op de huisartsen. ‘Als we geen maatregelen nemen, dreigt onze testcapaciteit te halveren.’

De Nationale Veiligheidsraad besloot om de vijftien wisselende contacten in te ruilen voor vijf vaste contacten. Een broodnodige stap?

Pierre Van Damme: Gezien de epidemiologische omstandigheden is dat inderdaad de belangrijkste maatregel. We hebben gemerkt dat de verspreiding vooral plaatsvindt onder de sociale contacten in de privésfeer. Daarom hebben we zo veel mogelijk in die sfeer proberen in te grijpen. Door de sociale bubbels kleiner en gesloten te maken, heeft het virus minder kans om in zo’n bubbel binnen te dringen. Gebeurt dat toch, dan kan het er ook moeilijker uit ontsnappen. Op basis van wat we uit de literatuur leren en de projecties die we gemaakt hebben, verwachten we dat het een significante impact zal hebben op de verspreiding van het coronavirus.

Alweer ontstond er na de persconferentie onduidelijkheid over de sociale bubbels. De communicatie van zowel minister van Volksgezondheid Maggie De Block als Vlaams minister-president Jan Jambon kwam namelijk niet overeen met wat premier Sophie Wilmès eerder liet optekenen.

Van Damme: Als maatschappij hebben we recht op heel duidelijke communicatie en dat is inderdaad niet altijd het geval geweest. Dat is jammer, want iedereen moet goed begrijpen waarom de maatregelen genomen worden. Wat mij betreft is Sophie Wilmès maandag wel helder geweest: mensen die onder hetzelfde dak wonen, kunnen vier weken lang maximaal vijf vaste andere mensen zien waarmee ze nauw sociaal contact hebben. Dat is de kern van de zaak.

Volgens Jambon en De Block mogen we opnieuw handen geven en elkaar al kussend begroeten. Vanwaar die versoepeling?

Van Damme: We gaan ervan uit dat de meeste mensen dat reeds doen wanneer ze bij elkaar op bezoek komen of een etentje hebben. De versoepeling komt er dus niet omdat we de transmissie willen bevorderen, wel zodat een beperkt aantal mensen met elkaar kunnen omgaan zoals in de periode voor het coronavirus. Maar zolang mensen zich aan de regels houden en de bubbels gesloten blijven, vormt dat eigenlijk geen probleem. Moest een handdruk of een kus toch voor een besmetting zorgen, dan is het de bedoeling dat het virus nog steeds binnen de bubbel van vijf blijft.

Als iedereen zich zeer strikt en kordaat aan de afspraken houdt, dan zou de curve binnen drie à vier weken opnieuw moeten beginnen dalen.

U sprak daarnet over ‘projecties’. Wat voorspellen de statistische modellen als deze maatregelen vier weken lang worden aangehouden?

Van Damme: Als iedereen zich zeer strikt en kordaat aan de afspraken houdt, dan zou de curve binnen drie à vier weken opnieuw moeten beginnen dalen. Maar zulke inschattingen en assumpties zijn bijzonder gevoelig en alles staat of valt met de manier waarop we ons de komende weken zullen gedragen.

Als we niet dezelfde fout willen maken als voordien en een streefcijfer van slechts tien besmettingen per dag willen halen, zullen die maatregelen toch verlengd moeten worden?

Van Damme: Binnen vier weken zal het virus natuurlijk niet verdwenen zijn. Wel hopen we tegen dan opnieuw in een fase te zitten waarin we opnieuw een exitstrategie kunnen uitrollen. De vraag is dan vooral op welke manier we voorzichtig en gericht kunnen versoepelen en tegelijk zo min mogelijk sectoren treffen.

Contactonderzoek speelt daarbij een belangrijke rol, maar stond de afgelopen weken nog steeds niet helemaal op punt.

Van Damme: Het aantal geteste mensen neemt momenteel drastisch toe omdat we met een doorlopend kwaliteitsonderzoek gerichte verbeteringen aan het systeem hebben toegebracht. Zeker tegen eind augustus zou het optimaal moeten functioneren zodat we iets vlotter kunnen versoepelen als de epidemiologische situatie verbetert.

Waar begeven we ons momenteel als we naar de eerste curve zouden kijken?

Van Damme: Dat is moeilijk te zeggen. Tijdens de eerste golf hadden we amper testcapaciteit en moesten de artsen voortdurend uitgaan van een vermoeden van een besmetting. Momenteel biedt ongeveer een op de drie besmette gevallen zich aan voor een test, waardoor er veel minder mensen onder de radar verdwijnen en we door middel van quarantaine de verspreiding van het virus kunnen tegenhouden.

Hebben we voldoende capaciteit om dat nog verder op te drijven?

Van Damme: Daar schuilt ‘m net het gevaar. Tijdens de eerste golf heeft het normale klinische werk van verpleegkundigen en huisartsen een aanzienlijke achterstand opgelopen. Die zijn ze momenteel nog steeds aan het inhalen. Tegelijkertijd wordt er van hen ook verwacht dat ze steeds meer testen afnemen en verwerken. Door een gebrek aan mankracht is dat simpelweg onhoudbaar, zeker als we de testcapaciteit op termijn nog verder willen opvoeren. Op termijn riskeren we daardoor dat slechts een op de zes besmette gevallen effectief getest wordt. Dat betekent een halvering ten opzichte van de huidige situatie. De huisartsen en verpleegkundigen van vandaag dreigen de ziekenhuizen van gisteren te worden. Er is dringend nood aan bijkomende ondersteuning.

Wordt daaraan gewerkt?

Van Damme: Er zijn verschillende teams aan het bekijken hoe we dat nijpend probleem zo snel en goed mogelijk kunnen aanpakken. Lokale besturen, provincies, studenten geneeskunde en vrijwilligers van de brandweer en het Rode Kruis springen momenteel bij voor administratieve en geneeskundige ondersteuning.

Dat biedt op termijn geen structurele oplossing.

Van Damme: Nee, normaal dient het enkel om tijdens acute piekmomenten kort op de bal te kunnen spelen. Het federale niveau, het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid en de lokale besturen zijn aan het bekijken hoe dat kan worden aangepakt.

Momenteel circuleert het virus gemiddeld genomen meer onder de jonge bevolking. Verwacht u daarom minder hospitalisaties en overlijdens dan tijdens de eerste golf?

Van Damme: Inderdaad, in vergelijking met de eerste golf zien we nu al dat het aantal ziekenhuisopnames trager op gang komt. Het feit dat jongeren minder kwetsbaar zijn, is trouwens nog een van de redenen waarom de huisartsen overbevraagd worden. Tijdens de eerste golf gingen de ouderen vooral naar de ziekenhuizen en triagecentra om zich te laten controleren of opnemen. Jongeren hebben daarentegen meer nood aan eerstelijnszorg en bieden zich eerder bij de huisarts aan. Wel moeten we goed bewaken dat het gros van de besmette jongeren zo weinig mogelijk in contact komen met hun ouders en grootouders.

Weten we daar meer over?

Van Damme: Uit enkele contactstudies blijkt dat jongeren vroeg of laat toch eens in contact komen met hun ouders of grootouders. Dat kan er binnen enkele weken voor zorgen dat een aanzienlijke groep ouderen alsnog moet gehospitaliseerd worden en het aantal overlijdens sterker zal stijgen. Die kettingreactie proberen we met de nieuwe maatregelen tegen te houden.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content