Pascal Smet bijt van zich af: ‘Een groot deel van de mobiliteitsproblemen in Brussel komt uit Vlaanderen en Wallonië’

© Saskia Vanderstichele
Olivier Mouton
Olivier Mouton Politiek redacteur bij Le Vif/L'Express

Na de onverwachte sluiting van het viaduct Herrman-Debroux rijzen er vragen over de bekwaamheid van Brussels minister van ‘immobiliteit’ Pascal Smet (SP.A). Hij verdedigt zich fel en valt de aanhangers van de autolobby aan. ‘Ik ben in de politiek gebleven om Brussel te veranderen’, zegt hij.

Eerlijk, had de sluiting van het viaduct Herrmannn-Debroux op zaterdag 7 oktober niet voorzien kunnen worden (het viaduct ging op donderdag 12 oktober weer open, nvdr.)?

PASCAL SMET: Ik begrijp dat de huidige minister het mikpunt is. Maar ik pak juist de problemen aan om ze op te lossen.

U betaalt voor de fouten van het verleden?

SMET: Ik was natuurlijk al minister van 2004 tot 2009. Maar ik stelde toen al vast dat de tunnels en de viaducten met een onderhoudsprobleem kampten. Ik maakte een budget vrij, wierf ambtenaren aan, stuurde inspecteurs op pad… In 2009 stond alles klaar.

Maar in de periode 2009-2014, toen ik niet in de regering zat, was er geen enkele opvolging. Toen ik terugkwam, meldde het bestuur geen enkel probleem. Maar het beheer van de infrastructuur valt echter onder de verantwoordelijkheid van de ambtenaren, niet van een minister!

Toch heb ik gevraagd om de infrastructuur in drie maanden tijd te controleren. Wat betreft Hermann-Debroux: de brug verkeerde in maart 2016 in goed staat, maar het risico op verborgen gebreken bestond. Grondigere inspecties waren nodig. Maar het zijn de ingenieurs die over de sluiting beslissen, niet de minister!

Het is intellectueel onrechtvaardig om me verantwoordelijk te stellen. Mocht ik het gevoel hebben gehad dat ik mijn verantwoordelijkheid niet genomen had, had ik mijn ontslag ingediend!

Vincent De Wolf, MR-fractieleider in het Brussels Parlement, beschuldigt u van onbekwaamheid.

SMET: Inderdaad, maar u moet hem vragen waarom hij als burgemeester van Etterbeek twaalf jaar nodig heeft om het Jourdanplein te vernieuwen terwijl iedereen, de Europese Unie inbegrepen, dat vroeg. En hij zou mij lessen in snelheid moeten geven! Ik waan me niet beter dan de ingenieurs. Ik heb mijn politieke verantwoordelijkheid genomen.

‘Ik wil dat dit een stad wordt voor de mensen, niet voor de auto’s.’

Dat incident wordt gebruikt om u aan te vallen?

SMET: Ja, want ik ben een hindernis. En ik weet ook waarom: omdat ik een koerswijziging doorvoer in Brussel. Ik wil dat dit een stad voor de mensen wordt, niet langer voor de auto’s. Een deel van de MR is allergisch aan dat idee. Ze willen verder blijven rijden met hun luxeauto aan om het even welke snelheid. Ik ben hun vijand.’

U wordt er van beschuldigd die incidenten bewust te veroorzaken om de automobilisten te ontmoedigen…

SMET: Hoe durft men dat te denken. Ik wil juist dat alles in orde en gepland is. We weten dat onze infrastructuur op zijn laatste benen loopt. Zoals in veel steden, trouwens. Ga maar eens kijken naar de staat van de bruggen in Montréal!

De bevolkingsgroep die me aanvalt is zeer conservatief en deinst er niet voor terug anti-Nederlandstalige en anti-homoargumenten te gebruiken. (Smet is zelf homoseksueel, nvdr.) Zo las ik al op de sociale media: ‘Retourne vers la Flandre avec ton vélo sans selle et tu vas aimer ça, enc… !(Ga terug naar Vlaanderen met je fiets zonder zadel, je zal het nog leuk vinden ook!, nvdr.)

Wie me uitscheldt spuwt de Brusselaars in het gezicht! Ik ben een man van mijn overtuiging. Ik wil in Brussel wat in Bordeaux, Kopenhagen, Madrid of Milaan al realiteit is: minder auto’s, meer ruimte voor voetgangers, fietsers en openbaar vervoer.’

Is die visie moeilijk in de praktijk te brengen?

SMET: De Brusselse situatie is complex: je moet altijd met negentien gemeentes onderhandelen. Sommige daarvan stribbelen tegen of veranderen elke week van mening. Dat geldt gelukkig niet voor alle gemeentes.

‘Waarom subsidiëren we files met bedrijfswagens?’

In Jette bijvoorbeeld heeft burgemeester Hervé Doyen het belang van verandering begrepen – en het is een CDH’er, ik word niet verondersteld vriendelijk te zijn na de crisis die we doormaakten. Als er een probleem is belt hij om het samen op te lossen.

In Etterbeek daarentegen waarschuwt Vincent De Wolf de media voor hij met ons spreekt. Dat is politique politicienne van de oude stempel.

Laat ons duidelijk zijn, er geen Brusselse wet die files afkondigt! Eén Brussels gezin op twee heeft geen auto. Het zijn de pendelaars die de files veroorzaken. Een groot deel van onze mobiliteitsproblemen komen van Wallonië en Vlaanderen. Ik heb daar echter niets te zeggen. Ik ben blij dat de ministers van Mobiliteit Bellot (federaal, MR, nvdr.), Di Antonio (Wallonië, CDH, nvdr.) en Weyts (Vlaanderen, N-VA, nvdr.) eindelijk begrepen hebben dat dat probleem ook van hen is.’

U spreekt eindelijk met elkaar?

SMET: We zien elkaar al twee jaar op regelmatige basis. Na de crisis met de tunnels heb ik het initiatief genomen om samen te werken, want het is de enige manier om de problemen op te lossen. Vandaag bestaat de overtuiging dat we samen een interfederale visie over mobiliteit moeten uitwerken.

We moeten op carpooling inzetten: 10 procent minder auto’s is 40 procent minder file. We moeten een fietsrijstrook voorzien en die fiscaal stimuleren.

Ik kan altijd foeteren over het feit dat we al dertig jaar wachten op het Gewestelijk ExpresNet (GEN), maar dat is een federale bevoegdheid. En waarom subsidiëren we files met bedrijfswagens? Het zijn de OESO en de Europese commissie die zich dat afvragen, niet de linkse clubs.

‘Alles is traag en moeilijk, omdat je constant moet onderhandelen. Daarom ben ik voor exclusieve bevoegdheden.’

‘Mijn auto is mijn vrijheid’: die cultuur zit in het DNA van de Belgen. Vandaag zeg je beter: ‘Mijn auto is mijn file.’ Ik wil het evenwicht herstellen! Een stad heeft nood aan ontmoetingsplaatsen, die bron zijn van creativiteit en economische ontwikkeling. Het is trouwens daarom dat er zoveel werven zijn. Er wordt me soms verweten dat er onvoldoende alternatieven zijn, fietspaden, tram-of metrolijnen – maar dat is net waar aan we aan werken. Zelfs dat is moeilijk.

De Confederatie Bouw stuurde me een brief om kritiek te leveren op het feit dat ik veel werken ’s nachts, in de vakantie en in het weekend laat uitvoeren! Allemaal goed en wel, maar een deel van de economische wereld verwijt me traag te zijn, een ander snel te zijn! En als ik een fietspad aanleg in de Rooseveltlaan tekent de stad Brussel beroep aan! Alles is traag en moeilijk, omdat je constant moet onderhandelen. Daarom ben ik voor exclusieve bevoegdheden.

Moet mobiliteit een strikt gewestelijke bevoegdheid worden ?

SMET: Natuurlijk. Voor mij is het de efficiëntie die telt.

Hebt u het gevoel dat sommigen uw werk bewust saboteren in afwachting van uw vertrek?

SMET: Ja ! Maar sorry, ik heb de ambitie om te blijven. Er wordt vaak gezegd dat politici op lange termijn moeten denken en dat doe ik ! Het is makkelijk om te zeggen: ‘Pascal Smet is tegen de auto, hij is een idioot!’ Maar wat lost dat op? Helemaal niets.

Voelt u zich als een don quichot die tegen windmolens vecht?

SMET: Toen ik dertien jaar geleden begon, had ik had dat gevoel. Ik had toen een ijsbreker nodig om vooruit te geraken. Vandaag hebben veel mensen de situatie begrepen en denken ze zoals ik.

Dit is een vertaling van een stuk dat op 13 oktober in Le Vif/Express verscheen.

Partner Content