'Ontoelaatbaar", stelt 11.11.11-directeur Els Hertogen. 'De bouw en expansie van illegale nederzettingen zijn oorlogsmisdaden onder het internationaal recht. Banken en bedrijven zijn verplicht strenge maatregelen te nemen op vlak van mensenrechten.'

Israëlische nederzettingen op bezette gebieden zijn volgens de Europese Unie illegaal en bedrijven die er willen investeren moeten rekening houden met mogelijke mensenrechtenschendingen. Toch zijn er verschillende grote bedrijven die banden hebben met de Israëlische nederzettingen in bezette Palestijnse gebieden, blijkt uit het onderzoek met als titel "Don't buy into occupation'.

Onder meer het Belgische chemiebedrijf Solvay komt voor in het onderzoeksrapport. In 2019 zou het bedrijf actief betrokken zijn geweest bij een project waarbij ze Palestijnse waterbronnen via een pijpleiding afleidden naar Israëlische nederzettingen en het water daardoor ontoegankelijk maakten voor de Palestijnen zelf. Maar het bedrijf reageert dat na intern onderzoek 'ze geen spoor hebben gevonden van de verkoop van Solvay-producten in het kader van een dergelijk project in de regio'.

Ook de banken BNP Paribas, KBC, ING en Argenta zijn volgens het rapport indirect actief in de nederzettingen. Het gaat dan bijvoorbeeld om het verstrekken van kredieten en/of investeringen in bedrijven die opereren in de Israëlische nederzettingen. BNP Paribas, waarvan de Belgische overheid de grootste aandeelhouder is, is er de grootste Europese kredietverstrekker. Dit terwijl de bank in de gedragscode stipuleert 'niet medeplichtig te willen zijn aan een mogelijke schending van de mensenrechten door middel van haar financierings- en investeringsactiviteiten'.

11.11.11 en haar partnerorganisaties roepen de bedrijven die rechtstreeks opereren in de Israëlische nederezettingen op om deze activiteiten zo snel mogelijk stop te zetten en de nodige compensaties te voorzien voor Palestijnen die schade hebben geleden. Daarnaast dienen de financiële instellingen hun invloed aan te wenden om de betrokken bedrijven te doen afzien van verdere activiteiten in de bezette gebieden. Indien dat niet lukt, dan moeten de financiële instellingen desinvesteren, klinkt het.

'Ontoelaatbaar", stelt 11.11.11-directeur Els Hertogen. 'De bouw en expansie van illegale nederzettingen zijn oorlogsmisdaden onder het internationaal recht. Banken en bedrijven zijn verplicht strenge maatregelen te nemen op vlak van mensenrechten.'Israëlische nederzettingen op bezette gebieden zijn volgens de Europese Unie illegaal en bedrijven die er willen investeren moeten rekening houden met mogelijke mensenrechtenschendingen. Toch zijn er verschillende grote bedrijven die banden hebben met de Israëlische nederzettingen in bezette Palestijnse gebieden, blijkt uit het onderzoek met als titel "Don't buy into occupation'. Onder meer het Belgische chemiebedrijf Solvay komt voor in het onderzoeksrapport. In 2019 zou het bedrijf actief betrokken zijn geweest bij een project waarbij ze Palestijnse waterbronnen via een pijpleiding afleidden naar Israëlische nederzettingen en het water daardoor ontoegankelijk maakten voor de Palestijnen zelf. Maar het bedrijf reageert dat na intern onderzoek 'ze geen spoor hebben gevonden van de verkoop van Solvay-producten in het kader van een dergelijk project in de regio'. Ook de banken BNP Paribas, KBC, ING en Argenta zijn volgens het rapport indirect actief in de nederzettingen. Het gaat dan bijvoorbeeld om het verstrekken van kredieten en/of investeringen in bedrijven die opereren in de Israëlische nederzettingen. BNP Paribas, waarvan de Belgische overheid de grootste aandeelhouder is, is er de grootste Europese kredietverstrekker. Dit terwijl de bank in de gedragscode stipuleert 'niet medeplichtig te willen zijn aan een mogelijke schending van de mensenrechten door middel van haar financierings- en investeringsactiviteiten'. 11.11.11 en haar partnerorganisaties roepen de bedrijven die rechtstreeks opereren in de Israëlische nederezettingen op om deze activiteiten zo snel mogelijk stop te zetten en de nodige compensaties te voorzien voor Palestijnen die schade hebben geleden. Daarnaast dienen de financiële instellingen hun invloed aan te wenden om de betrokken bedrijven te doen afzien van verdere activiteiten in de bezette gebieden. Indien dat niet lukt, dan moeten de financiële instellingen desinvesteren, klinkt het.