'Als we willen verhinderen dat het lerarentekort blijft oplopen, dan moeten we jonge leerkrachten meer werkzekerheid geven', zegt onderwijsjuriste Evelien Timbermont (VUB), die eerder dit jaar haar doctoraat over de rechtspositie van het Vlaamse onderwijspersoneel verdedigde. 'Vandaag kunnen ze onbeperkt met opeenvolgende contracten van bepaalde duur worden ingeschakeld. Dat geldt zowel voor leerkrachten in het basis- en secundair onderwijs als voor sommige groepen in het hoger onderwijs. Dat is niet alleen demotiverend voor de betrokkenen, het gaat ook tegen de Europese regelgeving in.'
...

'Als we willen verhinderen dat het lerarentekort blijft oplopen, dan moeten we jonge leerkrachten meer werkzekerheid geven', zegt onderwijsjuriste Evelien Timbermont (VUB), die eerder dit jaar haar doctoraat over de rechtspositie van het Vlaamse onderwijspersoneel verdedigde. 'Vandaag kunnen ze onbeperkt met opeenvolgende contracten van bepaalde duur worden ingeschakeld. Dat geldt zowel voor leerkrachten in het basis- en secundair onderwijs als voor sommige groepen in het hoger onderwijs. Dat is niet alleen demotiverend voor de betrokkenen, het gaat ook tegen de Europese regelgeving in.' Wat schrijft Europa dan voor? Evelien Timbermont: Er bestaat een Europese richtlijn die de lidstaten oplegt om opeenvolgende tijdelijke contracten bij dezelfde werkgever aan banden te leggen. Daarvoor mogen ze verschillende methodes gebruiken. Zo kan een lidstaat ervoor kiezen om de totale duur van de opeenvolgende tijdelijke arbeidsovereenkomsten te beperken. Dan legt ze bijvoorbeeld vast dat een werkgever iemand hoogstens twee jaar met zulke contracten mag laten werken. Een tweede mogelijkheid is dat het maximaal aantal tijdelijke contracten wordt beperkt. Doet een lidstaat geen van beide, zoals in Vlaanderen het geval is, dan kan ze ook nog objectieve redenen aandragen om het gebruik van die contracten te rechtvaardigen. Dat is wat Italië heeft gedaan. Zonder succes: het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft het land uiteindelijk veroordeeld. Waarom? Timbermont: Omdat Italië die opeenvolgende tijdelijke contracten in het onderwijs gebruikt om een structureel lerarentekort het hoofd te bieden. Het hof heeft er begrip voor dat de onderwijssector flexibiliteit nodig heeft. Omdat het aantal leerlingen in een school of studierichting soms moeilijk te voorspellen valt, kan men niet altijd inschatten hoeveel leerkrachten er nodig zullen zijn. In zo'n geval kunnen arbeidscontracten van bepaalde duur soelaas bieden, maar ze mogen niet worden ingezet om aan een permanente behoefte te voldoen. Die redenering geldt voor een groot stuk ook voor het Vlaamse onderwijs, want ook bij ons is er een structureel lerarentekort. Het is dus een kwestie van tijd voor ook Vlaanderen door het Europees Hof van Justitie wordt veroordeeld? Timbermont: Dat kan. Op dit moment buigt het Hof zich al over een vraag in verband met het Vlaamse hoger onderwijs. Het gaat om een zaak tegen de Universiteit Antwerpen, waarin een docent claimt dat de Europese richtlijn met voeten wordt getreden. Waarschijnlijk valt de uitspraak volgend jaar. Ik sluit niet uit dat er nog claims in verband met het lager of secundair onderwijs zullen volgen. Hoe komt het eigenlijk dat jonge leerkrachten zo lang met tijdelijke contracten moeten werken? Timbermont: Zo zit het systeem in elkaar. In het basis- en secundair onderwijs begint iedereen met een tijdelijke aanstelling voor bepaalde duur (TABD), die uit allemaal korte contracten bestaat. Daarna stap je over naar het tweede niveau: de tijdelijke aanstelling voor doorlopende duur (TADD), maar in wezen zijn dat nog altijd tijdelijke contracten. Pas na minstens twee jaar kun je vast worden benoemd. Maar dat is geen afdwingbaar recht. Het kan dus heel goed zijn dat je nog jaren langer op een vaste benoeming moet wachten. Ondertussen moet je je keer op keer met een nieuwe leerlingenpopulatie vertrouwd maken en nieuwe leerstof voorbereiden. Bovendien is de grote werkonzekerheid echt een probleem voor jonge mensen die een leven willen opbouwen. Werk je met tijdelijke contracten, dan is het bijvoorbeeld heel moeilijk om een lening te krijgen als je een huis wilt kopen. Geen wonder dat sommigen het geluk op den duur elders gaan zoeken. 20 tot 50 procent van de beginnende leerkrachten stopt binnen de vijf jaar alweer. Jonge leerkrachten haken af omdat ze geen werkzekerheid hebben? Timbermont: Precies. Daarom begrijp ik echt niet dat het systeem in stand wordt gehouden. Zeker omdat uit onderzoek blijkt dat er vanaf 2028 jaarlijks 5000 tot 7000 nieuwe leerkrachten zullen moeten bijkomen. Als we willen vermijden dat het tekort blijft toenemen, zullen we echt iets moeten veranderen. Waarom geven scholen hun leerkrachten dan niet sneller een vaste benoeming? Timbermont: Om te beginnen kan een school pas een nieuwe leerkracht aanwerven als er een vaste benoeming vrijkomt doordat er bijvoorbeeld iemand met pensioen gaat. Wat ook niet helpt, is dat de financiering van het onderwijs jaren achteroploopt. Als de klassen vandaag overvol zitten, dan duurt het nog een paar jaar voor die school extra middelen krijgt voor meer klassen en leerkrachten. Daarnaast zijn schooldirecties vaak heel terughoudend om iemand aan te werven omdat ze denken dat ze nooit meer van hem af kunnen komen zodra hij vastbenoemd is. Ook niet als hij zijn werk slecht blijkt te doen. Moeten de vaste benoemingen dan op de schop? Timbermont: Door alleen maar het systeem van vaste benoemingen te herzien, is het probleem niet opgelost. De huidige regelgeving dateert van het begin van de jaren 1990, kort nadat de gemeenschappen bevoegd waren geworden voor het onderwijs. In de loop der jaren werd er geregeld een artikel toegevoegd of aangepast. Vaak gebeurde dat in een poging om het een of andere brandje te blussen. Gevolg: vandaag is de regelgeving een draak, niemand raakt er nog wijs uit. Zo is het totaal onlogisch dat elke nieuwe leerkracht eerst met tijdelijke aanstellingen van bepaalde duur en vervolgens met tijdelijke aanstellingen van doorlopende duur moet werken voor hij of zij vastbenoemd kan worden. Die regels werden bijna dertig jaar geleden uitgewerkt omdat er een overschot aan leerkrachten was. Het slaat nergens op dat ze nog altijd gelden in een tijd dat er een lerarentekort is. Pleit u dan voor een volledig nieuw systeem? Timbermont: Inderdaad. Dat is natuurlijk een revolutionair idee, maar het is de enige mogelijkheid om het probleem écht aan te pakken. En dat is nodig, want een tekort aan leraren heeft onvermijdelijk impact op de kwaliteit van het onderwijs. De onderwijskoepels, de vakbonden en de leerkrachten zullen dat niet graag horen. Timbermont: Gemakkelijk wordt het inderdaad niet. Maar wat gebeurt er vandaag? Men doet er alles aan om tot compromissen te komen en uiteindelijk komt er een oplossing uit de bus waar niemand beter van wordt. Het levert niets op om ter plaatse te blijven trappelen en telkens weer brandjes te blussen, zoals elke minister van Onderwijs van de voorbije twintig jaar heeft gedaan. Het wordt tijd dat er grondig wordt nagedacht over een andere structuur. Essentieel is dat er in die nieuwe regelgeving genoeg aandacht wordt besteed aan de eigenheden van elk onderwijsnet en bijgevolg ook aan de verschillende manieren waarop ze hun personeel werk geven. En verder moet de regelgever zeker terugtreden, zodat de scholen meer vrijheid krijgen. Het omgekeerde van wat er vandaag gebeurt.