Plichtsbewuste en vindingrijke jongeren hebben baat gehad bij de schoolsluiting tijdens de eerste coronagolf. Op scholieren die extravert zijn of snel van streek raken, had die periode een negatief effect. Dat blijkt uit onderzoek van onderwijseconoom Kristof De Witte en onderzoekster Kaat Iterbeke van het onderzoekscentrum Leuven Economics of Education Research (LEER) van de KU Leuven, dat deze week in de reeks Leuvense economische standpunten verschijnt. 'Tot nu toe werd ervan uitgegaan dat alle leerlingen de schoolsluiting op dezelfde manier hebben ervaren, maar dat blijkt dus niet te kloppen', zegt Kristof De Witte. 'Hoe je zo'n lockdown doorkomt, hangt duidelijk van je persoonlijkheid af. Daar moeten we lessen uit trekken voor eventuele volgende sluitingen of quarantaines.'
...

Plichtsbewuste en vindingrijke jongeren hebben baat gehad bij de schoolsluiting tijdens de eerste coronagolf. Op scholieren die extravert zijn of snel van streek raken, had die periode een negatief effect. Dat blijkt uit onderzoek van onderwijseconoom Kristof De Witte en onderzoekster Kaat Iterbeke van het onderzoekscentrum Leuven Economics of Education Research (LEER) van de KU Leuven, dat deze week in de reeks Leuvense economische standpunten verschijnt. 'Tot nu toe werd ervan uitgegaan dat alle leerlingen de schoolsluiting op dezelfde manier hebben ervaren, maar dat blijkt dus niet te kloppen', zegt Kristof De Witte. 'Hoe je zo'n lockdown doorkomt, hangt duidelijk van je persoonlijkheid af. Daar moeten we lessen uit trekken voor eventuele volgende sluitingen of quarantaines.' In januari, twee maanden voor de scholen sloten, brachten de onderzoekers de persoonlijkheidskenmerken in kaart van 347 leerlingen uit de tweede en derde graad van 35 Vlaamse middelbare scholen. In een gedetailleerde vragenlijst peilden ze naar extraversie (sociaal), aardigheid (attent, behulpzaam), nauwgezetheid (ordelijk, plichtsbewust), emotionele stabiliteit (snel van streek zijn) en vindingrijkheid (nieuwsgierig, geïnteresseerd in nieuwe ervaringen). Eind juni werden dezelfde leerlingen bevraagd over hun ervaringen met afstandsonderwijs en hun sociale en familiale leven tijdens de schoolsluiting. Sommigen, vooral zesdejaars, gingen toen alweer een paar weken naar school, maar de meesten kregen nog altijd op afstand les. In sommige gevallen moesten ze de leerstof grotendeels zelfstandig verwerken, maar veel leerkrachten gaven ook geregeld online les. Uit de enquête blijkt dat meisjes betere ervaringen hebben met afstandsonderwijs dan jongens maar het gewone schoolleven wel meer hebben gemist. Scholieren uit het aso zijn positiever over het afstandsonderwijs dan leeftijdgenoten uit het bso en tso. Opvallend is dat liefst een op de drie leerlingen aangeeft samen te wonen met een of meer gezinsleden die tot de risicogroep voor het coronavirus behoren. Zij hadden tijdens de lockdown meer stress dan de anderen. De leeftijd van de betrokkenen blijkt dan weer geen invloed te hebben op de impact van de schoolsluiting. 'Aangezien de zeventien- en achttienjarigen sneller weer naar school zijn gegaan dan de jongere leerlingen, kunnen we daaruit afleiden dat de lengte van de schoolsluiting niet doorslaggevend is geweest', zegt Kaat Iterbeke. 'Het is dus niet omdat een leerling al na vijf weken weer naar school is kunnen gaan dat hij minder onder de sluiting heeft geleden.' Doorslaggevend voor de manier waarop jongeren de schoolsluiting wisten door te komen, is hun persoonlijkheid. Zo signaleerden extraverte tieners dat er in hun gezin meer spanningen waren. Omdat zij erg sociaal zijn, misten ze het gewone schoolleven erg. Plichtsbewuste en ordelijke scholieren leden daar minder onder en konden zich gemakkelijker aan het voltijdse afstandsonderwijs aanpassen. Ook intellectueel nieuwsgierige leerlingen floreerden in die periode. Zij waren vaker bereid om thuis of elders anderen te helpen en ze leerden zichzelf ook vaak nieuwe vaardigheden aan. Leerlingen die van nature minder attent en behulpzaam zijn, ervoeren thuis veel meer spanningen. De onderzoekers vroegen de jongeren ook hoe ze hun schoolresultaten inschatten. Opvallend is dat maar 20 procent van de leerlingen verwachtte dat de coronacrisis een negatieve impact op hun schoolse prestaties zou hebben. 40 procent ging van een status quo uit en nog eens 40 procent dacht zelfs dat hun resultaten vooruit zouden gaan. 'Extraverte leerlingen waren ervan overtuigd dat ze slechter zouden scoren terwijl plichtsbewuste en ordelijke scholieren eerder een vooruitgang verwachtten', zegt Iterbeke. 'Het is natuurlijk geen toeval dat die laatste groep ook aangeeft betere ervaringen te hebben gehad met het afstandsonderwijs.' Die eigen inschatting van de leerlingen komt in veel gevallen niet met de werkelijkheid overeen. Eind vorige maand nog bleek uit een ander onderzoek van Kristof De Witte dat Vlaamse leerlingen tijdens de schoolsluiting gemiddeld een half schooljaar achterstand hebben opgelopen. 'Ze blijken zelf dus niet te beseffen dat het werk dat ze in die periode hebben geleverd minder effect had doordat er maar een beperkte instructietijd was', zegt hij. 'Dat is niet onbelangrijk. Scholen moeten hun leerlingen duidelijk maken dat ze minder hebben geleerd dan anders en dat er dus het een en ander moet worden ingehaald. Zeker met het oog op een eventuele volgende schoolsluiting.' Zowel de overheid als de scholen zelf kunnen heel wat uit het onderzoek leren. 'Het is duidelijk dat we meer oog moeten hebben voor de verschillen tussen leerlingen', legt De Witte uit. 'Iedereen ervaart zo'n lockdown op zijn eigen manier en daar moet rekening mee worden gehouden. Niet alleen tijdens een schoolsluiting, maar ook wanneer de leerlingen naar school terugkeren.' Vandaag worden veel scholen geconfronteerd met de emotionele gevolgen van de schoolsluiting in het voorjaar, die veel zwaarder blijken te wegen dan verwacht. 'Dat heeft men inderdaad onderschat', zegt De Witte. 'Nog altijd wordt beweerd dat jongeren veerkrachtig zijn en vanzelf wel over een schoolsluiting of quarantaine heen komen. Voor sommigen klopt dat inderdaad: zij hebben zichzelf thuis verder ontwikkeld, zijn tot rust gekomen en presteren nu misschien zelfs beter dan voordien. Maar anderen, die erg onder die periode hebben geleden en moeite hadden met het afstandsonderwijs, hebben wel degelijk hulp nodig om erover te raken. Voor hen moeten we meer aandacht hebben. Zeker nu er alweer groepjes jongeren in quarantaine moeten.' Ook bij het opzetten van gedeeltelijk of volledig afstandsonderwijs moet volgens de onderwijseconoom meer rekening worden gehouden met de verschillende persoonlijkheden van jongeren. 'Voor een groep leerlingen, die zelfstandig door de leerstof kunnen gaan, intellectueel nieuwsgierig zijn en het gewone schoolleven niet al te veel missen, zou het afstandsonderwijs op zich ook na corona kunnen worden voortgezet. Zij zouden daar zelfs baat bij kunnen hebben, terwijl andere scholieren met diezelfde aanpak binnen de kortste keren achterop zouden raken', waarschuwt De Witte. 'De vraag is dus niet of afstandsonderwijs al dan niet een blijver moet zijn, maar wel hoe leerkrachten meer op maat van de persoonlijkheid van hun leerlingen kunnen werken.'