Liefst 90 procent van de Vlaamse secundaire scholen en 40 procent van het lager onderwijs werkt met Smartschool. Sinds de corona-uitbraak nam de impact van het online onderwijsplatform nog toe. Leren werd een serie mails, taken in de online schoolagenda, documenten in 'Mijn Vakken' en resultaten in het 'Skore Puntenboekje'.
...

Liefst 90 procent van de Vlaamse secundaire scholen en 40 procent van het lager onderwijs werkt met Smartschool. Sinds de corona-uitbraak nam de impact van het online onderwijsplatform nog toe. Leren werd een serie mails, taken in de online schoolagenda, documenten in 'Mijn Vakken' en resultaten in het 'Skore Puntenboekje'. Het platform wordt gerund door Jan en Geert Schuer, met hun 25-koppige Limburgse bedrijf Smartbit. De kmo begon in 1999 als een studentenproject van een van de broers, die toen in de lerarenopleiding zat. 'Dat is er ook aan te merken', meent Kristof Van der Stadt, hoofdredacteur van Data News. 'Smartschool oogt oubollig en onder de motorkap is het niet anders. De basissoftware dateert uit de jaren negentig en gradueel werd daar van alles aan toegevoegd en bijgebouwd. Virtuele Vlaamse koterijen, zoiets.' Jan Schuer is het daar, niet onverwachts, grondig mee oneens. Hij is ervan overtuigd dat de overgrote meerderheid van de gebruikers zeer tevreden is. 'We innoveren permanent en investeerden het voorbije jaar zelf 1,3 miljoen euro om afstandsonderwijs op grote schaal mogelijk te maken. Tijdens de afkoelweek net voor de krokusvakantie uploadden leerlingen van het secundair onderwijs elk gemiddeld tien taken, en met onze liveoptie werden sinds het begin van de lockdown meer dan 3 miljoen lessen en een half miljoen oudercontacten gerealiseerd. Zonder ons wáren er geen lessen, zo simpel is het.' Veel leerlingen vinden dat het platform in sommige opzichten juist té goed werkt. Vroeger konden ze blijven ontkennen dat ze het resultaat van die moeilijke toets al hadden gekregen. Nu worden hun ouders via Smartschool automatisch op de hoogte gehouden. Met welke frequentie of vertraging dat gebeurt, wordt niet door het platform bepaald, maar door de scholen. 'Er is een nieuw resultaat beschikbaar', zo begint het soms vervelende nieuws dat in de mailbox van pa of ma belandt. 'Ik snap dat de ouders van twaalf- of dertienjarigen een oogje in het zeil moeten kunnen houden', meent Ted (17). Maar voor derdegraadsscholieren vind ik de controle te verregaand. Als ik alleen zou werken om mijn ouders niet boos te maken, dan zou ik niets bijleren.' 'Ik zou zelf nooit voor Smartschool kiezen', zegt ICT-coördinator Kenny Kerckx van Atheneum Brussel, een Brusselse aso-school met ongeveer 220 leerlingen. 'Het platform mag dan een goed administratief pakket hebben, gebruiksvriendelijk kun je het niet noemen en de pedagogische meerwaarde is gering. En de kosten zijn hoog: onze school betaalde in 2020 zo'n 3500 euro.' 'Het bedrijf heeft de voorbije jaren te veel op zijn lauweren gerust en heeft te weinig geïnnoveerd', vindt zijn collega Stijn Moreel. 'Dat leek ook niet nodig, gezien het gigantische marktaandeel.' Ook OESO-onderwijsexpert Dirk Van Damme was vorige week in Knack vernietigend voor Smartschool. Hij noemde het 'een veredeld managementplatform'. Schuer: 'Zouden we zo groot zijn geworden als iedereen ontevreden was over onze diensten? We hebben geen verkoopteam, doen niet aan publiciteit. De klanten komen zelf naar ons toe. Het zijn net die paar misnoegden die je het luidst hoort roepen, vaak omdat ze Smartschool niet genoeg kennen. 99,99 procent van de tijd verloopt alles rimpelloos. Maar die paar maandagochtenden (vorig jaar na de Paasvakantie, en tijdens de recente afkoelweek, nvdr) dat het mis ging, ho maar. Dan haal je het nieuws. Denkt u echt dat het andere platforms niet overkomt? Midden december werkten ook veel diensten van Google tijdelijk niet door problemen met authenticatie.' Zijn er alternatieven voor Smartschool? Van Damme betreurde in het interview met Knack alvast 'de grote weerstand in Vlaanderen tegen grote spelers als Microsoft, Amazon en Google, die in andere landen wel degelijk de technologie leveren'. Maar in Nederland ging het ministerie van Onderwijs de voorbije dagen net op de rem staan. Daar wordt G Suite for Education gebruikt, wat vorige maand werd herdoopt in Google Workspace for Education Fundamentals. Uit een onderzoek naar de privacyrisico's blijkt dat de technologiegigant de gebruikersgegevens commercieel kan inzetten. Den Haag zal de kwestie met Google opnemen, maar wat dat oplevert, is onduidelijk. 'Het gevaar bij samenwerking met big tech is dat onderwijs dan de private belangen van een groot bedrijf dient', meent ICT-advocaat Hans Graux. 'Zal het de gevoelige informatie verkopen over ziekte, afwezigheid of problematische thuissituaties, die op een onderwijsplatform te vinden is? Misschien niet. Ik ga er niet van uit dat grote privébedrijven per definitie onbetrouwbaar zijn. Maar zo'n techgigant kan de metadata wel voor nieuwe algoritmes gebruiken. Dat zogenaamde gratismodel moet uiteindelijk centen opleveren. Het voordeel van een bijna-monopolie zoals dat van lokale speler Smartschool is dat je slechts één gesprekspartner hebt, die bij problemen of incidenten makkelijker te controleren valt.' Een ander probleem is dat de techreuzen allemaal Amerikaanse bedrijven zijn, en dat de regelgeving die daar geldt veel minder streng is dan die in de EU. Had Europa dan een eigen gigant moeten bouwen, een Europese Smartschool, zeg maar? Dat zou niet alleen erg duur zijn, de onderwijsnoden en -systemen binnen de Unie zijn zó verschillend dat een Europees platform geen haalbare kaart is. Kijk naar Vlaanderen: drie onderwijsnetten, die elk op maat gemaakte software vereisen. Het is die complexiteit die ervoor zorgde dat er in Vlaanderen zo weinig concurrentie is, meent Schuer. 'Tegelijk zit daar ook de kracht: de grote diversiteit in het onderwijsaanbod maakt dat er bij ons weinig centraal gestuurde eenheidsworst bestaat. Elk net, elke scholengroep en eigenlijk ook elke school, heeft grote autonomie.' Toch zijn ongeveer alle experts het erover eens dat het gebrek aan concurrentie tussen digitale onderwijsplatforms nadelig is. Kristof Van der Stadt: 'In plaats van Smartschool 200.000 euro toe te stoppen om voor afstandsonderwijs te zorgen, had Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) er beter aan gedaan om basispuzzelstenen uit te werken voor softwareontwerpers, zodat zij concreet met de eindtermen en leerdoelen van de verschillende netten aan de slag konden. Je zou daar veiligheidsgaranties en transparantievoorwaarden aan kunnen koppelen.' 'Ik wil graag meer concurrentie zien', countert Schuer. En ook Jasper Goyvaerts, die twee jaar geleden medestichter was van concurrent Noteble, meent dat de markt groot genoeg is voor meerdere spelers. 'Onze sterkte is dat de leerling centraal staat. Dat zorgt ervoor dat zowel de scholen met een klassikaal systeem als die met een individuele opvolging bij ons aankloppen. Iedereen heeft een eigen leertraject. Dat is waar de overheid met de modernisering van het onderwijs naartoe wil.' Ook Smartschool komt in de komende maanden met verschillende nieuwe functies. Maar de échte discussie, meent Schuer, gaat niet daarover. 'Het grote probleem is dat we de voorbije twintig jaar nauwelijks hebben ingezet op de digitalisering van het onderwijs. De coronacrisis legde de gigantische verschillen tussen scholen bloot. Bij de ene vervangt de ICT-coördinator hoogstens een kapotte beamerlamp, bij de andere is de digitale school al lang een werkelijkheid. Of de aangekondigde digisprong (de overheid trekt 375 miljoen euro uit zodat elk kind vanaf 10 jaar een eigen tablet of laptop krijgt, nvdr) daar vanaf volgend schooljaar écht een verschil in zal maken, valt nog af te wachten. Ik ben hoopvol, maar simpel is het niet.'