Een snelle rondleiding voor het interview? Het aanbod van gastvrouw Karin Heremans kunnen we niet weigeren. Het Koninklijk Atheneum Antwerpen is een eerbiedwaardig instituut, opgericht in 1807 door niemand minder dan Napoleon Bonaparte. Eddy Van de Velde geeft zijn ogen de kost. Imposante schoolgebouwen, daar kent hij wat van als gewezen directeur van het Sint-Jan Berchmanscollege in Brussel. Infrastructuur houdt hem ook bezig als hoofd van de Brusselse afdeling van de onderwijskoepel van de jezuïeten. Zijn vzw Ignatius Scholen in Beweging start in september 2023 in Sint-Jans-Molenbeek met de gloednieuwe Egied Van Broeckhovenschool.
...

Een snelle rondleiding voor het interview? Het aanbod van gastvrouw Karin Heremans kunnen we niet weigeren. Het Koninklijk Atheneum Antwerpen is een eerbiedwaardig instituut, opgericht in 1807 door niemand minder dan Napoleon Bonaparte. Eddy Van de Velde geeft zijn ogen de kost. Imposante schoolgebouwen, daar kent hij wat van als gewezen directeur van het Sint-Jan Berchmanscollege in Brussel. Infrastructuur houdt hem ook bezig als hoofd van de Brusselse afdeling van de onderwijskoepel van de jezuïeten. Zijn vzw Ignatius Scholen in Beweging start in september 2023 in Sint-Jans-Molenbeek met de gloednieuwe Egied Van Broeckhovenschool. Secundair onderwijs organiseren in een superdiverse en door kansarmoede getekende grootstad: ziedaar een van de raakvlakken tussen twee gesprekspartners die elkaar nooit eerder hebben ontmoet. Heremans zal niet zuinig omspringen met adviezen voor de collega's van het andere net. Van de Velde pikt ze gretig op, maar zit niet verlegen om eigen inzichten en meningen als we de balans van een woelig jaar in het Vlaams onderwijs opmaken. Een van de meest prangende kwesties komt ons haast letterlijk in de armen lopen tijdens de rondleiding. 'Dat was dus onze nieuwe leerkracht toerisme', zegt Heremans na een korte begroeting. 'Het is zijn eerste dag, hij heeft pas de switch gemaakt. Van B&B-uitbater naar het onderwijs, een typisch coronaverhaal.' Ieder nadeel heeft zijn voordeel, zij-instromers zijn meer dan welkom nu het lerarentekort ongeziene proporties aanneemt. Kon u dit schooljaar een volledig team op de been brengen? Karin Heremans: Met Pasen had ik mijn personeelskader voor september al helemaal rond. Onze school staat bekend om haar wervende pedagogisch project, dat is een groot voordeel. Dat trekt spontane sollicitaties aan, stagiairs uit hogescholen maar ook zij-instromers. Intrinsiek gemotiveerde kandidaten, die zie ik graag komen. Toch is het nog spannend geworden, want we konden voor de zomer niet voorzien dat onze school met 120 leerlingen zou groeien. Dat hebben we vooral intern opgevangen door te schuiven met lesroosters. We laten daarnaast ook twee laatstejaarsstudenten als volwaardige leerkrachten meedraaien. Een win-winsituatie: ze krijgen een loon en worden nauwgezet begeleid door een mentor. We hebben ook een gepensioneerde leerkracht van 68 die vervangingen opneemt en een gewezen ingenieur die bijles wiskunde geeft. Ik mag dus niet klagen. Alleen vervelend dat onze ICT-coördinator door covid-19 is uitgevallen en ik al wekenlang tevergeefs een vervanger zoek. Het lerarentekort nijpt nergens harder dan in Brussel. Zet dat geen hypotheek op het project in Molenbeek? Waar gaat u de mensen vinden voor de Egied Van Broeckhovenschool? Eddy Van de Velde: We gaan geleidelijk uitrollen, per leerjaar of per graad, dat moeten we nog uitmaken. We schatten dat we een dertigtal leerkrachten nodig hebben om op te starten. Ik maak me daar niet al te veel zorgen over. Zoals Karin al heeft gezegd: een wervend project wekt veel enthousiasme. We hebben nog geen bouwvergunning, september 2023 is nog ver weg, en toch lopen er nu al sollicitaties binnen. Maar als voorzitter van de scholengemeenschap Sint-Gorik, die alle katholieke secundaire scholen in Brussel omvat, zie ik wel het bredere plaatje. Het lerarentekort is dramatisch, in alle netten, in het basisonderwijs zelfs nog meer dan in het secundair onderwijs. Ironisch genoeg is de toestand nog erger geworden door enkele ondersteuningsmaatregelen die minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) heeft getroffen om de coronadruk te verlichten. Hoezo? Van de Velde: Er werden allerlei potjes geopend voor meer pedagogisch comfort. Extra uren kerntaakondersteuning, aanvangsbegeleiding, bijspronguren...Allemaal goedbedoeld, maar het perverse effect was dat er daardoor in Vlaanderen heel wat vacatures openvielen. Als je dan weet dat de overgrote meerderheid van de Brusselse leerkrachten in Vlaanderen woont, laat het effect zich raden. In het Brusselse onderwijs kwam een grote uitstroom richting Vlaanderen op gang. Tot in september en oktober bleven er leerkrachten vertrekken. Die ondersteuningsmaatregelen gelden toch ook voor Brussel? Van de Velde: Zeker, er bestaat zelfs zoiets als de Brussel-bonus: extra pedagogische ondersteuning voor Nederlandstalige scholen in de hoofdstad. Maar er is helemaal niemand om al die nieuwe functies in te vullen. Integendeel, heel wat zorgleerkrachten moeten nu weer voor de klas staan om gaten te vullen. Zo ontstaat de paradoxale situatie dat de kinderen die het meest gebaat zijn bij dergelijke maatregelen, er het minst van profiteren. Heremans: Het is vijf over twaalf, we moeten creatief zijn. Een herwaardering van het beroep is noodzakelijk maar het is ook een werk van lange adem. Het is daarom jammer dat de hele moderni-seringsoperatie in het secundair onderwijs compleet voorbijgaat aan het statuut van de leerkracht. Van de Velde: Dat is inderdaad onbegrijpelijk. Waar blijft het loopbaanpact dat ons al jaren wordt beloofd? Ik mis op dat vlak een algemene visie. Het beleid komt niet verder dan gemorrel in de marge. Wat valt eraan te doen? Heremans: Op korte termijn moeten we maximaal inzetten op zij-instromers. Ik heb goede ervaringen met Teach for Belgium, een organisatie die in Antwerpen en Brussel mensen uit de privésector klaarstoomt voor het onderwijs, onder meer via stages in zomerscholen met een kansarm publiek. We hebben via dat kanaal al zeven geweldige leerkrachten aangeworven. Het probleem bij zij-instromers is de anciënniteit: ze mogen maar tien jaar meenemen, en dan nog alleen voor knelpuntvakken. Ik heb een alleenstaande moeder gekend die een deeltijdse opdracht overwoog. Maar toen ze haar loonvoorstel zag, is ze teruggekrabbeld. Sorry, zei ze, hier kan ik echt niet van leven. Van de Velde: Hoe geweldig ook, Teach for Belgium alleen kan het verschil niet maken. We moeten die aanpak voor zij-instromers veralgemenen en er veel meer middelen tegenaan gooien. Heremans: Helemaal mee eens. Nog een deeloplossing zit in de technologie. Dankzij streaming kan één leerkracht wiskunde samen met twee studiebegeleiders drie klassen bedienen, als ze hetzelfde programma volgen. Onlangs laaide het hoofddoekendebat weer op, deze keer in de leraarskamer. In het GO! geldt een algemeen verbod, en ook de meeste katholieke scholen willen geen vrouw met hoofddoek voor de klas. Gevolg? Moslimmeisjes laten de lerarenopleiding links liggen. En wie toch met een lerarendiploma afstudeert, kiest uiteindelijk niet voor het onderwijs. Hoe valt dat te verantwoorden in het licht van het nijpende lerarentekort? Heremans: Je kunt die kwestie ook omdraaien. Wij hebben heel wat leerkrachten en stagiairs die er geen probleem van maken om hun hoofddoek af te leggen wanneer ze lesgeven. Als ze daar toch vragen over stellen, geef ik dezelfde uitleg als aan de ouders. We zijn gebonden aan het grondwettelijke neutraliteitsbeginsel van het gemeenschapsonderwijs. Alleen tijdens levensbeschouwelijke vakken zijn kentekens wel toegelaten. Geloof me, na de ervaring van twaalf jaar geleden weet ik hoe belangrijk rust en sereniteit zijn voor een school (in 2009 was er veel protest na het hoofddoekenverbod op haar school. Heremans kreeg zelfs een tijdje politiebescherming, nvdr). De heisa werd toen van buitenaf door Sharia4Belgium georkestreerd. De hoofddoek is op deze school al lang geen discussiepunt meer. Zeker, als je rondvraagt zul je wel enkele leerlingen vinden die het verbod betreuren. Daar staat tegenover dat ik geregeld oud-leerlingen zie die me bedanken omdat ze hier de waarde van levensbeschouwelijke neutraliteit hebben leren inzien. Dat gaf hen de flexibiliteit waarmee ze op de arbeidsmarkt hun voordeel kunnen doen. Hoe zal de Egied Van Broeckhovenschool met die kwestie omspringen, in een Brusselse wijk met een grote concentratie van moslims? Van de Velde: Dat is een van de vele open vragen waarvoor we binnenkort een taskforce oprichten. Het wordt geen club van witte mannen, we gaan er ons netwerk bij betrekken. De school bestaat nog niet, maar we werken al samen met partners zoals de jongerenorganisatie D'Broej en de Brussels Boxing Academy (BBA). Zij trekken een interessant publiek aan, jongeren van wie we voelen dat ze op onze school zouden kunnen zitten. Een boksclub in jullie netwerk? Van de Velde: De BBA gebruikt nu al onze infrastructuur. Met plezier, want die club draait niet alleen rond sport maar doet aan samenlevingsopbouw. Jongeren met een rugzak vinden er gepaste naschoolse begeleiding en leren er via de sport ook te werken aan doorzettingsvermogen en discipline. De BBA is bovendien een voorbeeld van diversiteit: meisjes met een hoofddoek trainen er naast jongens, allochtoon en autochtoon, Franstalig en Nederlandstalig. Zonder vooruit te lopen op die taskforce: de hoofddoek is voor het jezuïetenonderwijs geen volslagen onbekende meer. Sinds 2016 maakt Hivset deel uit van onze koepel, een grote, middelbare school in Turnhout waar de hoofddoek zowel voor leerlingen als voor leerkrachten toegelaten is. Radicalisering is een thema dat jullie beiden moet aanspreken. Mevrouw Heremans, u bent dankzij de hoofddoekenrel uitgegroeid tot een veelgevraagd expert rond radicalisering en polarisering in het onderwijs. Als we even de schotten tussen de onderwijsnetten wegdenken, komt die expertise misschien van pas in de Egied Van Broeckhovenschool. Tenslotte is Sint-Jans-Molenbeek een naam die onwillekeurig met geradicaliseerde moslims wordt geassocieerd. Van de Velde: (geïrriteerd) Dat is een cliché, we moeten ophouden met Molenbeek en zijn inwoners te demoniseren. We zijn ons bewust van het fenomeen, maar de strijd tegen radicalisering is niet wat ons drijft. We streven naar een schoolklimaat waarin gelijkheid van kansen vooropstaat en waarin alle leerlingen in hun eigenheid worden gerespecteerd. Dat is een vorm van preventie op zich. Zo vermijd je dat radicalisering wortel kan schieten. Heremans: Klopt, de beste preventie is inzetten op verbinding en op het ontwikkelen van een netwerk rond jongeren. Dat wisten ze bij Sharia4Belgium. Hun hele groomingstrategie was gericht op knippen in het netwerk om jongeren te isoleren. *** Op kruissnelheid zal de Egied Van Broeckhovenschool 840 leerlingen tellen. Het project trekt veel aandacht, om verschillende redenen. De school past in de ontwikkeling van een beruchte Brusselse stadskanker, het terrein van de vroegere brouwerij Vandenheuvel vlak bij metrostation West. Bovendien werd gekozen voor een domeinschool: leerlingen kunnen in de studiedomeinen STEM en Maatschappij & Welzijn zowel aso, tso als bso volgen. Innovatief, zeker voor het Vlaamse jezuïetenonderwijs, dat zijn faam ontleent aan elitaire aso-colleges. Ook al zal Eddy Van de Velde dat imago sterk relativeren, eens te meer blijkt hoe hardnekkig het aan zijn organisatie kleeft. Zelfs een onderwijsexpert zoals Karin Heremans moet toegeven dat ze haar vooroordeel pas tijdens de voorbereiding van dit gesprek heeft bijgesteld. Ze was aangenaam verrast door het maatschappelijke engagement in het pedagogisch project van de jezuïeten. Heremans staat niet aan het hoofd van een domeinschool, maar what's in a name? Het KA Antwerpen heeft vijftien jaar geleden de schotten tussen de onderwijsvormen weggehaald en de termen aso, tso en bso geschrapt - niet uit het studieaanbod maar wel uit het vocabularium. In Antwerpen geldt het instituut nog altijd als een springplank naar hoger onderwijs, maar er zijn ook leerlingen die na een zevende jaar rechtstreeks doorstromen naar de arbeidsmarkt. Is het organiseren van bso en tso voor de jezuïeten een stap in het onbekende? Van de Velde: Ik ga niet ontkennen dat het buiten onze comfortzone ligt, maar het wordt geen stap in het onbekende. Voor het studiedomein Maatschappij en Welzijn kunnen we bijvoorbeeld op Hivset rekenen, een school met veel ervaring in tso en bso. Het Vlaamse jezuïetenonderwijs is trouwens al lang aan het verbreden, vooral in het lager onderwijs, waar heel wat scholen zich de voorbije jaren bij ons netwerk hebben aangesloten. Toen ik dertig jaar geleden als leerkracht aan het Sint-Jan Berchmanscollege begon, klopte het elitaire imago nog helemaal, intellectueel maar ook sociaal. Ik heb dat zien evolueren, vooral onder druk van inschrijvingsregels die voorrang verleenden aan GOK-leerlingen (Gelijke OnderwijsKansen, nvdr). Dat heeft gewerkt, het Sint-Jan Berchmanscollege zit intussen zelfs boven de opgelegde norm. Helaas heeft ons imago zich nog niet aan de realiteit aangepast. Heremans: Boven de norm? Wij hebben meer dan 90 procent kinderen met SES-kenmerken (Sociaal-Economische Status, nvdr), verspreid over een zestigtal nationaliteiten. Het is bij ons een gezegde: wij hoeven ons niet te verplaatsen, de wereld komt naar ons toe. (lacht)Van de Velde: We verwachten soortgelijke percentages in onze nieuwe school. Brussel is extra complex door de taalcontext. Kleuterscholen zien een grote instroom van kinderen die nog Nederlands moeten leren. Ook in de lagere en middelbare school is extra inzetten op taal een blijvende uitdaging. Het vraagt veel van onze leerkrachten, maar het doet wel deugd dat leerlingen bij het afstuderen beide landstalen vlot beheersen. Waarom kozen jullie voor een domeinschool? Van de Velde: Omdat we vaststellen dat heel wat leerlingen ons ontglippen. In het eerste jaar starten we met een gezonde sociale mix, maar en cours de route zie je veel kwetsbare leerlingen uitvallen. Als die van school veranderen, kun je ze niet meer begeleiden en dreigen velen aan het einde van de rit ongekwalificeerd uit te stromen. Met een domeinschool kun je dat vermijden, want leerlingen blijven ook na een eventuele heroriëntering op onze school. Heremans: Daarom hebben wij vijftien jaar geleden voor een driepolig studieaanbod gekozen, met nieuwe richtingen die nauw aansluiten bij de arbeidsmarkt. We hebben het ons nog geen seconde beklaagd. Al jaren wordt gepleit voor het opwaarderen van het bso. Wij gebruiken die term niet meer, maar aan opwaarderen doen we wel. Het curriculum 'logistieke en maritieme administratie' hebben we in nauw overleg met de haven en de werkgevers opgesteld. Er zitten vier talen in, en leerlingen mogen in het laatste jaar op buitenlandse stage, een vooruitzicht waar ze ieder jaar weer ontzettend naar uitkijken. Ze voelen zich geen slachtoffer van een watervalsysteem, ze vinden trouwens vlot werk. Maar we zien ook 'bso-leerlingen' die niet meteen solliciteren en naar de hogeschool trekken. Ik ken er zelfs een die een universitair diploma TEW heeft behaald. Van de Velde: In een domeinschool kunnen dezelfde leraren in de verschillende stromen lesgeven, van aso tot bso, en ook dat helpt bij de herwaardering van het beroepsonderwijs. Wij willen in Molenbeek een brug slaan met de arbeidsmarkt, het studieaanbod werd er volledig op afgestemd. Natuurlijk is de nieuwe school in de eerste plaats een antwoord op een capaciteitsprobleem. Brussel kent een demografische boom. Bovendien werd de voorbije decennia zwaar ingezet op Nederlandstalig basisonderwijs. Zonder bijkomende investeringen in het secundair dreigen straks honderden kinderen in de kou te staan. We zijn niet de enige, ook het GO! heeft nieuwe scholen geopend. Maar we wilden meer dan alleen maar capaciteitsnood lenigen. Vertrekkend van de missie van de jezuïeten was het onze nadrukkelijke bedoeling een maatschappelijke uitdaging aan te gaan. De school moest en zou worden ingeplant in de zogenaamde 'Brusselse sikkel van de armoede', grofweg de kanaalzone die van Laken over Molenbeek tot in Anderlecht loopt. De keuze voor de Vandenheuvelsite was snel gemaakt. Er zijn in Brussel niet veel percelen waar je nog een grote school kunt bouwen. *** We kunnen er in dit gesprek niet aan voorbij: het eind oktober voorgestelde rapport van de Commissie Beter Onderwijs, ook bekend als de commissie-Brinckman. Een jaar lang hebben vijftien experts, wetenschappers en vertegenwoordigers uit het werkveld sterke en zwakke punten van ons lager en secundair onderwijs in kaart gebracht. Het eindrapport met 56 aanbevelingen is een genuanceerd werkstuk, maar bij de presentatie overheerste één algemene conclusie: onderwijs moet back to basics. De focus moet opnieuw op kennisoverdracht liggen, met de leerkracht als de regisseur die heldere instructies geeft en consequent evalueert. Heremans en Van de Velde geven er een opvallend gelijklopende en vooral kritische commentaar op. Die eensgezindheid ontbreekt totaal als het gaat over het verzet van Katholiek Onderwijs Vlaanderen tegen de nieuwe eindtermen voor de tweede en derde graad van het secundair onderwijs. Van de Velde staat vierkant achter Lieven Boeve, de topman van het katholiek onderwijs, die naar het Grondwettelijk Hof stapte om de eindtermen te laten vernietigen. Onwerkbaar wegens te veel en te gedetailleerd, luidt het voornaamste bezwaar. Karin Heremans komt dan weer met voorbeelden uit de praktijk van haar lerarenkamer die juist het tegendeel bewijzen. De eindtermen bepalen slechts een streefdoel, scholen hebben de grootst mogelijke pedagogische vrijheid om de weg ernaartoe uit te stippelen. Van de Velde luistert geïnteresseerd, maar hertaalt de suggesties weer tot voorbeelden van doorgeslagen regulitis. Toch eindigt het dovemansgesprek met een gedeelde conclusie. Heremans: Ik snap niet waarom minister Weyts de nieuwe eindtermen niet minstens een jaar heeft uitgesteld. De voorbereiding viel vorig jaar midden in de pandemie, toen alle scholen de handen vol hadden met afstandsonderwijs en quarantainemaatregelen. Ook de hogescholen waren er totaal niet klaar voor. We krijgen nog altijd stagiairs over de vloer die amper een woord uitleg hebben gekregen over de hele modernisering waarvan de eindtermen het sluitstuk vormen. Van de Velde: Daar ben ik het volmondig mee eens. Tijdsgebrek, dat is het verhaal van alle onderwijsvernieuwingen in Vlaanderen. De plannen komen altijd te laat, en dan moeten ze er ineens op een drafje worden doorgejaagd. Die kritiek klonk ook in de commissie Beter Onderwijs. Toch zijn jullie geen van beiden enthousiast over het eindrapport. Waarom? Heremans: Er zitten heel wat goede aanbevelingen in, zoals de verlaging van de leerplicht tot drie jaar, de aandacht voor taalondersteuning, de professionalisering van leerkrachten. Het is de algemene teneur die me teleurstelt. Het rapport ademt een nostalgische visie uit op de school die sommige commissieleden misschien zelf nog hebben gekend, maar die in de realiteit niet meer bestaat. Zowel de samenleving als de leerlingen zijn veranderd, en dat vind ik er niet in terug. Een integrale kijk op leren ontbreekt. Bovendien rekent het rapport af met het pedagogische concept van zelfontdekkend leren, uitgerekend een van de troefkaarten van het GO! Naast kennisoverdracht is het toch belangrijk dat we leerlingen 'goesting' geven om te leren. Van de Velde: Ik kan de commissie-Brinckman tot op zekere hoogte volgen. Gebrek aan cognitieve vaardigheden is een bekommernis, ook in onze lerarenkamers. Begrijpend lezen is daar een goed voorbeeld van, het lijkt alsof we dat in Vlaanderen helemaal hebben losgelaten. Daar is de slinger doorgeslagen: te weinig instructie, te veel rekenen op zelfontdekkend leren. Dus ja, er moet worden bijgestuurd, maar met dit rapport lijkt de slinger weer naar de andere kant door te slaan. Er wordt voortdurend op dezelfde spijker gehamerd: feitenkennis, instructie, toetsen op punten. De opstellers van het rapport beseffen wel dat ieder kind een rugzak meedraagt, en dat daar het best rekening mee wordt gehouden. Maar zelfs dat wordt dan weer afgezwakt met de bedenking dat de leerkracht zich moet concentreren op zijn kerntaak, de realisatie van het curriculum. De commissie-Brinckman werd niet zomaar in het leven geroepen. Ons onderwijs zakt steeds verder weg in internationale vergelijkende onderzoeken zoals PISA, TIMSS en PIRLS. Is dat niet zorgwekkend? Van de Velde: Dat we de aansluiting met de top missen, daar til ik niet zwaar aan. Al die rankings worden door Aziatische landen aangevoerd, met onderwijsrecepten die we niet willen kopiëren. Iets heel anders zijn de vergelijkingen met de eigen cijfers van twintig jaar geleden. Die achteruitgang vind ik wel verontrustend. Heremans: Inderdaad, en ik vrees dat het er door corona niet beter op geworden is. Wondermiddelen bestaan natuurlijk niet, maar we kunnen alvast beginnen met investeren in het basisonderwijs. Dan zullen de PISA-resultaten vanzelf volgen. Ook dat vind ik een minpunt voor de commissie-Brinckman: los van de verlaging van de leerplicht, kijkt ze te weinig naar de overgang van het kleuter- naar het lager onderwijs. Een gemiste kans, want als je ergens kunt ingrijpen om de kloof tussen kansarm en kansrijk te verkleinen, dan is het wel in het basisonderwijs.