Tegenwoordig laait het debat over het niveau van ons onderwijs hoog op. De afgelopen jaren is immers een dalende trend ingezet. Dat blijkt jaar na jaar uit de resultaten van het PISA-onderzoek die de leesvaardigheid en de wiskundige en wetenschappelijke geletterdheid test van vijftienjarigen in geïndustrialiseerde landen.

Men is terecht bekommerd om het niveau van het Vlaamse onderwijs. Onderwijs is van fundamenteel belang in onze samenleving. Het is echter betreurenswaardig vast te stellen dat diezelfde bekommernissen ontbreken wanneer het gaat om een ander fundamenteel probleem in ons onderwijs: de etnische kloof.

De etnische kloof in ons onderwijs wordt onderbelicht.

Uit 'De veerkracht van studenten met een migratieachtergrond', een OESO-rapport dat vorig jaar verscheen, blijkt nochtans dat leerlingen met een migratieachtergrond in België dubbel zoveel risico lopen slechter te presteren op academisch vlak. Hiervoor baseerde de onderzoekers zich op de resultaten van het PISA-onderzoek en de European Social Survey.

Het gebrek aan belangstelling voor deze cijfers is misschien deels te wijten aan het feit dat men er redelijk gemakkelijk, vaak onbewust, vanuit gaat dat die etnische kloof in ons onderwijs wordt veroorzaakt door de tekortkomingen die jongeren met een migratieachtergrond hebben op sociaal en cultureel vlak.

Hoewel sociale en culturele factoren beslist een belangrijke rol spelen, kan de oorzaak van deze kloof geenszins gereduceerd worden tot deze simplistische visie die sterk getuigt van een breder deficit-denken. De basis van dat deficit-denken is de gedachte dat jongeren met een migratieachtergrond slechter presteren omdat ze thuis onvoldoende normen, waarden, kennis en attituden meekrijgen. Men gaat ervan uit dat deze bagage bij autochtone jongeren thuis wel wordt meegegeven.

Er wordt te weinig onderzocht of er structurele problemen aan de basis liggen van deze kloof. Een blik naar het buitenland zou nochtans moeten volstaan om deze hypothese dieper te onderzoeken. Uit het eerder aangehaalde OESO-rapport komt immers naar voor dat België op het vlak van gelijkheid tussen autochtone en allochtone studenten één van de slechtste leerlingen is van de klas. Dit impliceert dat er wel degelijk landen zijn waarbij deze kloof minder of zelfs niet aanwezig is.

De ongelijkheid is dus niet te wijten aan een individuele tekortkoming van de student met een migratieachtergrond, maar wel het resultaat van een complexer probleem. De complexiteit van het probleem impliceert dat er geen allesomvattende analyse kan gemaakt worden van alle oorzaken. Het impliceert ook dat er voor elk van die oorzaken geen hapklare oplossing voor het rapen ligt.

Toch lijkt het plausibel dat één van de factoren de blik is die men heeft ten aanzien van leerlingen en studenten met een migratieachtergrond. Het is belangrijk om eerst en vooral te begrijpen dat studenten met een migratieachtergrond niet per se onvoldoende normen, waarden en attituden meekrijgen, maar wel andere.

Hun culturele en sociale bagage is gewoonweg anders dan die van een student die deze migratieachtergrond niet heeft. Dit verschil kan leiden tot een mismatch tussen de voorkeuren en interesses van de leerlingen met een migratieachtergrond en die van de onderwijzers en onderwijsinstellingen. Daardoor kunnen die leerlingen zich minder thuis voelen op school, wat ook wel het gebrek aan 'sense of school belonging' wordt genoemd.

Nochtans is zich thuis voelen op school van essentieel belang. Uit een onderzoek uit 2015 blijkt namelijk dat een 'sense of school belonging' voor een stijging van de academische resultaten zorgt. Er zijn verschillende oplossingen denkbaar om dit gevoel te vergroten.

Zo kan men de verschillende gemeenschappen betrekken bij het opstellen van de leerplannen. Voorts zou men kunnen proberen het onderwijs niet steeds vanuit een westerse bril te bekijken door ook niet-westerse wetenschappers, filosofen, geleerden en rolmodellen te integreren in het huidig curriculum.

Daarnaast kan men de leerlingen ook meer vrijheid geven om hun eigen cultuur en identiteit naar voor te brengen aan de hand van onder meer spreekbeurten, cultuurdagen, enzovoort. Deze oplossingen bieden bovendien ook een meerwaarde aan de autochtone student, want hun blik zal hierdoor zeker en vast worden verruimd.

De toekomst van het onderwijs zal grotendeels afhangen van hoe men omgaat met de etnische kloof.

Een gebrek aan 'sense of school belonging' is uiteraard niet het enige probleem dat zich stelt en de oplossingen daarvoor zullen de kloof niet volledig dichten. Toch is het alvast een stap in de goede richting. Daarnaast zal men de andere factoren van die ongelijkheid moeten trachten bloot te leggen en hiervoor structurele oplossingen naar voor moeten schuiven.

Ik nodig dan ook de verschillende onderwijsexperts en politici in ons land uit om dit probleem ter harte te nemen in plaats van enkel te focussen op het dalende niveau. Onderwijs bekleedt immers een steeds prominentere plaats in onze maatschappij. Aangezien het aantal studenten met een migratieachtergrond steeds toeneemt, zal de toekomst van dat onderwijs grotendeels afhangen van hoe men omgaat met die etnische kloof.

Rith Tshimanga (21) is masterstudent Rechten aan de Universiteit van Antwerpen en bestuurslid bij de studentenvereniging AYO, die zich richt op studenten met Afrikaanse roots.

Naar aanleiding van het diversiteitspact van de Universiteit Antwerpen wordt op 27 maart een debat georganiseerd rond diversiteit in het hoger onderwijs.