Woensdagmiddag in Koekelberg. Op de speelplaats van de Unescoschool ontmoeten we Colette Victor, de drijvende kracht achter Krijt vzw, een vereniging die leraren en directies wil sensibiliseren voor het armoedeprobleem. Volgens Victor wordt dat probleem systematisch onderschat. Over de Unescoschool weet Victor dat ongeveer 30 procent van de leerlingen er elke dag met armoede wordt geconfronteerd. 'Maar al bij al valt het hier wel mee', zegt ze. 'Het is een aso-school. Er zijn scholen waar meer dan de helft van de scholieren opgroeit in armoede.'
...

Woensdagmiddag in Koekelberg. Op de speelplaats van de Unescoschool ontmoeten we Colette Victor, de drijvende kracht achter Krijt vzw, een vereniging die leraren en directies wil sensibiliseren voor het armoedeprobleem. Volgens Victor wordt dat probleem systematisch onderschat. Over de Unescoschool weet Victor dat ongeveer 30 procent van de leerlingen er elke dag met armoede wordt geconfronteerd. 'Maar al bij al valt het hier wel mee', zegt ze. 'Het is een aso-school. Er zijn scholen waar meer dan de helft van de scholieren opgroeit in armoede.' Om het probleem concreet te maken doet Krijt vzw al drie jaar lang een 'boekencheck': een rondvraag bij scholen om na te gaan hoeveel leerlingen wegens een onbetaalde factuur niet over de nodige schoolboeken beschikken. Dat aantal stijgt elk jaar en is ondertussen opgelopen tot bijna 3 procent. Een verklaring is gauw gevonden. 'Vandaag betaal je makkelijk 300 euro per leerling', zegt Victor. 'Als je drie kinderen hebt, gaat het over bijna duizend euro. Voor veel mensen is dat een smak geld.' De stijgende kostprijs heeft allicht veel te maken met de opkomst van de invulboeken. Anders dan handboeken zijn die niet herbruikbaar. Colette Victor: Dat speelt uiteraard een grote rol. Het is ook duidelijk dat vooral de uitgeverijen die evolutie toejuichen. Aan invulboeken valt nu eenmaal meer te verdienen dan aan handboeken. Maar of ze ook educatief een meerwaarde bieden? Ik kom in veel scholen. Nog nooit heb ik directeurs of leraren horen zeggen dat ze die invulboeken een goede zaak vinden. Integendeel. Ze klagen er alleen maar over. De grootste distributeur van schoolboeken is Iddink. Directeur Frank Vercalsteren verklaarde in de media dat het niet aan verdelers is om sociale problemen op te lossen. 'Je kunt toch moeilijk van de bakker of beenhouwer verwachten dat hij het sociaal beleid van Vlaanderen zal verzorgen?' Victor: De vergelijking met de bakker of de beenhouwer is natuurlijk niet correct. Iddink werkt in het onderwijs. Daar gelden andere verantwoordelijkheden. Als distributeur is het weinig ethisch om te zeggen: wij kijken alleen naar onze cijfers, en van de rest trekken we ons niets aan. Onderwijs is misschien wel dé hefboom om mensen uit de spiraal van armoede te krijgen. Maar die hefboom kan natuurlijk alleen maar werken als de leerlingen het nodige lesmateriaal hebben. Hebt u al met Iddink gesproken? Victor: Toen we drie jaar geleden met onze boekencheck begonnen, kregen we meteen telefoons. Van Iddink, maar ook van andere leveranciers. Ze vertelden ons dat het belangrijk was dat de problematiek werd aangepakt. We zijn dan gaan samenzitten en hebben een ethisch charter geschreven dat we ter ondertekening wilden voorleggen aan de leveranciers. Ze hebben beslist om dat charter niet te ondertekenen, waarschijnlijk omdat de druk vanuit de politiek en de media wat was weggevallen. Voor gezinnen in armoede is er de Robin-pas. Wie zo'n pas heeft, mag de schoolboeken renteloos afbetalen. Volgens de stichting Robin maken ongeveer 20.000 ouders er gebruik van. Victor: Voor veel ouders zal die pas helpen, maar een structurele oplossing biedt hij niet. Om te beginnen werken niet alle scholen met de stichting Robin samen. En zelfs als scholen ermee samenwerken, wordt de doelgroep vaak niet bereikt. Ouders worden op het bestaan van die pas gewezen via een brief. Dat veronderstelt dat ze die brief begrijpen en dat ze proactief het probleem aanpakken. Wie iets van armoede begrijpt, weet dat dat niet altijd het geval is. Hoe moet het probleem dan wel aangepakt worden? Victor: Wij stellen voor dat de distributeurs aan iedereen toestaan om de factuur in meerdere keren af te betalen, en dat ze ook voldoende duidelijk maken dat die mogelijkheid bestaat. Ligt de verantwoordelijkheid ook niet bij de scholen? Ze besteden de aankoop en levering van schoolboeken steeds meer uit aan distributeurs. Zouden ze de regie niet beter in handen houden? Victor: Ik begrijp wel waarom ze dat doen. De werkdruk op de scholen is enorm toegenomen, waardoor ze de tijd niet meer hebben om het zelf te doen. Maar dat wil niet zeggen dat ze hun verantwoordelijkheid kunnen ontlopen. Al te veel scholen gedragen zich als toeschouwers, en zien die onbetaalde factuur als een probleem tussen de ouders en de leverancier. Terwijl de scholen ook een bepalende rol kunnen spelen. Een middelbare school in Aalst waarmee we samenwerken heeft bij de onderhandelingen met de leveranciers geëist dat er bij onbetaalde facturen geen incassobureau wordt ingeschakeld en dat leerlingen - betaalde factuur of niet - hun boeken krijgen. Scholen gebruiken hun onderhandelingspositie vaak als het over de prijs gaat. Ze zouden dat ook veel meer moeten doen als het gaat over ethische principes. Kan een onderwijsminister een rol spelen? Victor: Zeker. Een aantal jaren geleden heeft het Nederlandse ministerie van Onderwijs beslist om het systeem helemaal om te draaien, en de scholen 280 euro per leerling te geven. Met dat geld moesten de scholen hun schoolmateriaal kopen. Plots gingen ze veel beter nadenken over de boeken waarmee ze wilden werken. Invulboeken kwamen er niet meer aan te pas. Het lijkt me geen toeval dat Nederlandse leveranciers hun pijlen sindsdien gingen richten op Vlaanderen, waar scholen nog altijd volop invulboeken voorschrijven. De minister zou kunnen beslissen om het Nederlandse model over te nemen, maar goed, ik verwacht niet dat het zal gebeuren. Er is geld voor nodig, en dat is er niet. Maar je hebt natuurlijk geen geld nodig om te onderhandelen met de uitgeverijen, bijvoorbeeld als het gaat over de invulboeken. Vaak zijn ze onnodig, en kunnen ze perfect vervangen worden door oefeningen op de pc of de laptop. De coronacrisis leerde dat zeker niet iedereen over een computer beschikt. Victor: Uit onze enquête kwam naar voren dat in 10 procent van de scholen 5 tot 10 procent van de leerlingen er geen heeft. Er was zelfs een school waar dat aantal opliep tot meer dan 50 procent. Daarom zeggen we aan de scholen: doe het een of het ander. Kies voor digitalisering of hou vast aan handboeken. Als je geen duidelijke keuze maakt, wordt het voor veel leerlingen onbetaalbaar. Nogal wat scholen blijven sneeuwklassen organiseren. Bekeken vanuit het armoedeperspectief kun je je daar vragen bij stellen. Victor: Als je met mensen in armoede praat, zijn dat vaak de pijnlijkste herinneringen: het moment waarop de bus met hun klasgenoten vertrok en zij moesten achterblijven om een alternatief programma te volgen. Dat moeten we proberen te vermijden. Er zijn parlementsleden die ons gevraagd hebben of we de schoolreizen willen afschaffen. Het antwoord is nee. Net voor kinderen in kansarmoede is het vaak de enige manier om ook eens op reis te gaan. Wel vragen we aan scholen die met ons samenwerken om creatief te zijn, en de kosten zo laag mogelijk te houden, zodat elk kind mee kan. Ik heb weet van een school in het buitengewoon secundair onderwijs die elk jaar gaat zeilen. Hoogstens 20 procent van de leerlingen doet eraan mee. Als je dan vraagt waarom ze zoiets organiseren, zegt de school dat het voor die leerlingen de enige manier is om met zo'n sport in aanraking te komen. Met permissie, maar dat is onzin. Nergens in de eindtermen staat dat kinderen moeten leren zeilen of skiën. Als je me kunt uitleggen dat het wél een pedagogische meerwaarde heeft, is het goed voor mij, maar dan moet elk kind eraan kunnen deelnemen. Speelt hier ook niet mee dat veel leerkrachten zich weinig bij armoede kunnen voorstellen? Victor: Zeker. De overgrote meerderheid van de leerkrachten behoort tot de middenklasse. Vanuit die positie is het, hoe goed zo'n leerkracht het ook bedoelt, bijzonder moeilijk om te beseffen wat het betekent om dag in, dag uit in armoede te leven. Daarom zou armoede ook altijd een thema moeten zijn in de lerarenopleidingen. In die opleidingen wordt leerkrachten wel aangeleerd hoe ze moeten omgaan met dyslexie, maar hoe ze moeten omgaan met armoede behoort niet altijd tot het curriculum, terwijl daar veel meer leerlingen onder lijden dan onder dyslexie. In theorie zou onderwijs de beste kans op een sociale lift moeten bieden. Onderzoek van Itinera laat zien dat het Vlaamse onderwijs daar nauwelijks in slaagt. Een kind met rijke ouders heeft zeven keer meer kansen om het goed te doen op school dan een kind dat in armoede opgroeit. In Canada is dat 'maar' 2,5 keer meer. Victor: Een belangrijke verklaring ligt bij het fenomeen van de zogenaamde concentratiescholen, en wie daar voor de klassen staat. In Vlaanderen of Brussel zetten we de meest onervaren leerkrachten voor de meest kwetsbare groepen. Drie jaar geleden was ik voor een project in een school in Brussel. De directeur was 21. Die man was bang van zijn eigen personeel. Mijn dochter heeft net haar eerste jaar lerarenopleiding achter de rug. Ze werkt nu al in een school bij het Brusselse Noordstation. Omdat ze niemand anders vinden. Dat is natuurlijk de omgekeerde wereld. In Engeland proberen ze, onder meer door extra premies, de beste en meest ervaren leerkrachten naar de moeilijkste scholen te lokken. Zo zou het hier ook moeten zijn. In een ideale wereld zou je in de scholen in Molenbeek de beste leraren moeten krijgen. Kinderen uit Ukkel die excellent onderwijs willen, zouden dan naar Molenbeek gaan, en niet omgekeerd. Vlaanderen heeft de segregatie in het onderwijs proberen tegen te gaan door in het inschrijvingsbeleid voorrang te geven aan kinderen uit kansarme gezinnen. Victor: Ik betreur dat die maatregel van tafel is geveegd. Een goede sociale mix biedt iedereen meer kansen. Ook voor jongeren met veel kansen is het een verrijking om in contact te komen met leeftijdsgenoten met een andere achtergrond. Een goede sociale mix is trouwens minstens even belangrijk als het gaat over het lerarenkorps. Wij onderschatten hoe belangrijk het is om ook leraren te hebben die niet door de bril van de blanke middenklasse kijken. Ik verwijt die leraren niets - we kijken allemaal door onze eigen bril - maar onderzoek (door de KU Leuven en de UGent, in opdracht van Unia, nvdr) leert dat hun vooroordelen een belangrijke rol spelen. Wie Mohammed heet, zal makkelijker een B- of C-attest krijgen dan iemand met een Vlaamse naam, ook al hebben ze dezelfde punten. Leraren zijn, ook door die naam, geneigd te denken dat ze minder kunnen, dat hun ouders hen niet zullen kunnen helpen, en dat ze bovendien een taalprobleem hebben. Waarna ze, uiteraard goedbedoeld, het advies krijgen om naar het beroepsonderwijs te gaan. Dat is een variant op het bekende Pygmalioneffect: onbewust hebben leraren hogere of lagere verwachtingen van bepaalde leerlingen. Voor leerlingen van wie ze veel verwachten, zullen ze de lat hoog leggen. Omgekeerd zijn ze geneigd de lat lager te leggen voor iemand die Mohammed of Kimberly heet. De reproductie van armoede wordt vaak verklaard door de reproductie van genen: ouders met een lager IQ verwekken kinderen met een laag IQ. Victor: Dan is de vraag waarom het in andere landen zo veel beter lukt om mensen in armoede via onderwijs hogerop te brengen. De pedagoog Orhan Agirdag heeft daar een boek over geschreven ( Onderwijs in een gekleurde samenleving, nvdr). Zijn bevinding is dat het vooral het inkomen van je ouders is dat voorspelt wat je later zult studeren. Het onderwijs corrigeert nauwelijks, omdat het te veel op maat van de middenklasse is. U hebt tot 2001 in Zuid-Afrika gewoond. Speelt dat een rol in uw kijk op dit probleem? Victor: Ik ben nog opgegroeid in het apartheidsregime. Dat ik kon verder studeren, had alles te maken met het feit dat ik de 'juiste' huidskleur had. Voor mij is dat nog altijd een voorbeeld van hoe het niet moet. Toen ik aan het begin van de eeuw naar Limburg verhuisde, had ik al snel door dat er ook hier iets niet klopt. Ik zag kinderen uit sociale woonwijken die net zo slim en mondig waren als de mijne in het buitengewoon onderwijs terechtkomen of afhaken. Dat vond en vind ik nog altijd schrijnend, niet alleen voor hen, maar ook voor de hele samenleving. Ooit zullen we het heel sterk betreuren dat we niet méér in deze generatie hebben geïnvesteerd.