Regent het nu vaker dan vroeger? 5 vaststellingen

© Getty Images
Trui Engels
Trui Engels Gezondheids- en wetenschapsjournalist Knack.be

Tijdens een verzopen zomer durven we ons al eens af te vragen of het nu meer regent dan vroeger. ‘Niet significant’, zegt het KMI. Maar er zijn wel enkele tendensen.

Voor iedereen die dacht dat de klimaatverandering gezellig tropisch weer naar België zou brengen, valt de zomer flink tegen. Wereldwijd was juli 2023 de heetste maand ooit gemeten, maar in België was ze met 21 regendagen vooral nat.

De laatste tien dagen van de voorbije maand heeft het bij ons sinds 1971 nooit meer zo veel geregend, zo berekende het Koninklijk Meteorologisch Instituut (KMI). Toch komt de maand juli niet in de buurt van de top 20 van julimaanden met de meeste regendagen. Ter info: In 1936 regende het maar liefst 29 dagen in juli. Het kan dus nog erger.

De zomer van 2021, het jaar van de ‘waterbom’ en de overstromingen, is nog steeds de natste ooit (lees: sinds de metingen van start gingen). En de lente van 2023 was de op een na natste lente sinds 1991.

1. Het regent niet significant meer

Maar regent het de laatste jaren nu meer dan vroeger? De neerslagtrends zijn minder uitgesproken dan die van de temperatuur vanwege de erg grote interjaarlijkse variabiliteit van de neerslag in onze regio’s. Uit het KMI-Klimaatrapport 2020 blijkt dat de voorbije dertig jaar voor ons land de totale neerslag jaarlijks slechts heel licht is toegenomen. Ten opzichte van het begin van de metingen in 1833 regent het wel beduidend meer.

2. Het regent minder in de lente, maar meer in de winter

Het regent dus iets meer dan voorheen, maar niet per se in de zomer. De plensbuien vallen steeds meer in de winter, in de vorm van druppels of vlokken, namelijk meer dan 30 procent sinds de eerste waarnemingen. In het voorjaar regent het dan weer significant minder (ongeveer 9 millimeter minder om de tien jaar) sinds 1981. Dat betekent ook dat het in het voorjaar opvallend droger wordt in België (+ 1,48 droge dagen per decennium sinds 1981). Dat heeft uiteraard gevolgen voor de natuur, niet alleen op het moment zelf maar ook daarna. Zo heeft de droogtestress van 2018 gevolgen gehad voor latere groeiseizoenen, omdat bomen droogte kunnen onthouden.

3. Het weer wordt extremer

Het door klimatologen voorspelde extreme weer zien we nu al. Uit cijfers van het KMI blijkt dat het aantal dagen met zware neerslag tijdens de zomer en op jaarbasis in vergelijking met de totale jaarlijkse hoeveelheid regen sinds 1981 met ongeveer 2 procent per decennium is toegenomen.

Zijn er dan ook meer onweersbuien? Volgens het meest recente klimaatrapport van het KMI is dat inderdaad zo sinds het begin van de jaren 2000, maar dat heeft vooral met een technische reden te maken: vanaf 1996 werden er meer sensoren geïnstalleerd die blikseminslagen naar de grond registreren en elektrische ontladingen in de wolken. Het is dus nog te vroeg om conclusies te trekken over de mogelijke evolutie van de onweersactiviteit en in het bijzonder de link met de waargenomen temperatuursveranderingen van voorbije decennia.

4. Als het regent, regent het ook harder

Ook de intensiteit van de neerslag neemt toe: de maximale hoeveelheid neerslag die in Ukkel in één uur valt, stijgt sinds 1981 met meer dan 3 millimeter per decennium. In een dichtbebouwd Vlaanderen verhoogt dat het risisco op overstromingen en modderstomen, vooral na periodes van droogte wanneer de grond de regen niet goed doorlaat.

5. Wat brengt de toekomst?

Het weer op langere termijn voorspellen is onmogelijk, maar het KMI ziet wel enkele tendensen. In de loop der jaren zal er in de winter steeds minder sneeuw zijn. Niet alleen door de klimaatverhitting, maar ook door de vele regen die de sneeuw doet smelten. Dat zien we nu al in de skigebieden.

Ook wat de droogte betreft, verwacht het KMI een toename. Zo tonen klimaatmodellen aan dat uitzonderlijke droogteperiodes, zoals die van 1976, tegen het einde van deze eeuw tot vijf keer vaker kunnen voorkomen. Hoe intenser de toekomstige opwarming van de aarde, hoe sneller de toename van het aantal maanden met meteorologische droogte de komende jaren. Vooral rond het Middellandse Zeegebied, maar ook in België.

En wat met die verzopen zomers in de toekomst? In het onwaarschijnlijke geval van een hoogemissiescenario (waarbij we in de 21e eeuw niets doen aan de uitstoot van CO2) zouden we volgens het KMI rond 2085 slechts een toename van 5 procent van jaarlijkse neerslag kennen, in vergelijking met de periode 1975-2005. We hoeven dus nog niet te wanhopen wat dat betreft. Maar in dat doemscenario zouden tegen het einde van de eeuw de winters wel aanzienlijk meer regen zien, 20 tot 25 procent meer. En ook het aantal dagen met hevige neerslag zal toenemen.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content