Britse bioloog Howard Thomas: ‘Veel mensen zijn slaaf van hun gras’

'Als je je gras laat groeien, komen er allerlei bloemen tevoorschijn. Dat is niet alleen goed voor de bijen, het is ook mooi om naar te kijken.'
Dirk Draulans
Dirk Draulans Redacteur bij Knack

Als geen ander beschrijft de Britse bioloog Howard Thomas het succes van grassen. In zijn visie schakelden ze in hun strijd tegen bomen zelfs de mens in. ‘Ik heb me tijdens mijn onderzoek dikwijls afgevraagd: wie buit wie uit?’

Grassen hebben mensen gechanteerd om mee te stappen in hun samen- zwering tegen bomen. Daarbij gebruikten ze zetmeel als lokaas.’ Het zijn de sleutel- zinnen uit een boekje vol prikkelende gedachten: The War Between Trees and Grasses, geschreven door de gepensioneerde Britse biologiehoogleraar Howard Thomas. Hij wijdde veertig jaar van zijn leven aan de studie van grassen. Ruw samengevat komt zijn verhaal erop neer dat de aarde lang gedomineerd werd door bomen, tot 70 miljoen jaar geleden de grassen ontstonden.

Het beterde er niet op toen 7 miljoen jaar geleden mensachtige wezens op- doken, die hun oorspronkelijke bos- gebied verlieten voor een leven op de grassavanne. Gras en mens samen tegen het bos: het werd een ongelijke strijd. Nochtans overheerst het gevoel dat mensen bomen altijd bewonderden. De grote Charles Darwin gebruikte in zijn geschriften over de evolutietheorie de ‘levensboom’ ( tree of life) als model voor hoe soorten aan elkaar verwant zijn. De boom werd symbool voor de organisatie van het leven, niet het gras.

‘Er waren meerdere motiveringen voor het organiseren van levende organismen in de vorm van een boom’, vertelt Thomas. ‘Vanuit religieus oogpunt moest alles in een ultieme orde geplaatst worden. Later daagde het besef dat evolutie ook een soort orde in zich hield. De boom werd daar een mooie analogie voor. Je kon van de ene levenstak naar de andere springen om verwantschappen te illustreren.’

Mensen vereerden oude bomen ooit als wijs en spiritueel.

Howard Thomas: Inderdaad, maar toch hebben mensen nooit een goede relatie met bomen gehad. We hebben bomen vooral gekapt en in brand gestoken. Nu is het her en der hip om voor bomen te zorgen, maar de meeste mensen gaan er nog altijd nonchalant mee om. Ondanks nieuwe inzichten over het belang van bossen blijven ze verdwijnen.

We hebben geleerd om bomen te domesticeren, maar de relatie is nooit zo hartelijk geweest als die met grassen.

In uw boek beschrijft u een boom van 40.000 jaar oud. Dat is indrukwekkend.

Thomas: Ja, maar als je het breed bekijkt, is de oudste boom waarschijnlijk dubbel zo oud: 80.000 jaar. Het is een Amerikaanse ratelpopulier die zichzelf al die tijd bleef klonen. Hij heeft zelfs een naam gekregen: Pando. Een met uitsterven bedreigde struik uit Tasmanië, de King’s lomatia, zou 40.000 jaar zijn.

U schrijft dat bomen er fysiek uitgeput uit kunnen zien, maar zich toch probleemloos blijven voortplanten.

Thomas: Dat is een buitengewone prestatie. Wetenschappers hebben onderzocht of 3000 jaar oude ginkgobomen sporen van veroudering vertonen die vergelijkbaar zouden zijn met wat bij dieren gebeurt. Ze vonden er geen. Bladeren sterven wel af en worden vervangen, maar in hun geheel zijn bomen heel lang immuun voor aftakeling.

Is dat omdat bomen een grote weerstand tegen genetische instabiliteit hebben?

Thomas: Dat geldt voor planten in het algemeen. De meeste soorten hebben veel kopieën van belangrijke genen, of zelfs van hun hele genoom. Dat impliceert dat er altijd wel een intacte kopie van een gen tussen zit, zelfs als er grote druk op het genoom kwam, bijvoorbeeld van ultravioletstralen. Aanpassing aan potentieel schadelijke uv-stralen moet een belangrijke stap geweest zijn in de verovering van het land door planten uit de zee. Genoomvermenigvuldiging speelde daarin een belangrijke rol.

U omschrijft bomen als dode stammen, waarop takken staan die als afzonderlijke entiteiten kunnen worden beschouwd.

Thomas: Het is een mysterie: het grootste deel van een boom is dood. Groeien op dood weefsel heeft bomen de mogelijkheid geboden om heel groot te worden. Toch blijft het vreemd dat dood en levend weefsel perfect kunnen samengaan.

De stammen van bomen zijn een gevolg van overmatige energieproductie door losgeslagen fotosynthese, stelt u.

Thomas: (lacht) Dat schrijf ik, ja, maar de eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat niet alle wetenschappers me daarin volgen. Toen de eerste planten zo’n half miljard jaar geleden vanuit de zee het land optrokken, kwamen ze terecht in omstandigheden met veel licht. Fotosynthese – het proces waarbij planten zonlicht gebruiken om CO2 en water om te zetten in energierijke suikers met zuurstof als restproduct – ontstond in water, maar aan land ging het aanvankelijk compleet uit zijn dak omdat er zo veel licht was. Bomen konden groot worden, omdat ze veel meer koolhydraten produceerden dan ze nodig hadden.

De vermoedelijk oudste boom op aarde is een ratelpopulier van 80.000 jaar oud.
De vermoedelijk oudste boom op aarde is een ratelpopulier van 80.000 jaar oud.© Getty Images/iStockphoto

In dat proces zetten bomen zowel de atmosfeer als de bodem naar hun hand?

Thomas: Inderdaad. Planten maken in de regel hun eigen bodems en leefgemeenschappen. Dieren kwamen pas later en moesten zich aanpassen aan de leefwereld van planten.

Wat waren de eerste landplanten?

Thomas: Daar is discussie over, maar het ligt voor de hand dat ze sterk verwant waren aan wieren. Zodra die de problemen van leven in een droge en warme omgeving met veel licht fysiologisch hadden opgelost, kwam er ruimte voor nieuwigheden. Vanaf zo’n 390 miljoen jaar geleden kwamen er bomen. Ze groeiden uit tot een enorm succes, mogelijk ook omdat er aanvankelijk weinig planteneters waren. Waarschijnlijk waren planten lange tijd zo goed als oneetbaar.

De eerste bloemen kwamen er pas 150 miljoen jaar geleden bij. Zijn ze ontstaan uit bomen?

Thomas: Zeker. Dat lijkt niet veel steek te houden, want wij gaan ervan uit dat dingen klein beginnen en dan groot worden. Maar het basisontwerp van elke kleine landplant is een grote boom. Door verschuivingen van aardplaten ontstonden er nieuwe habitats die niet geschikt waren voor bomen, maar wel voor planten die snel konden leven en jong sterven. In feite zijn bloemen bomen die piepjong blijven.

De grassen kwamen er pas 70 miljoen jaar geleden. Ontstonden ze uit bloemen?

Thomas: Grassen zijn bloemen. Hun aanpassingen maakten dat ze superefficiënt zijn in competitie met andere soorten. Zo liggen de groeipunten van grassen laag, waardoor ze blijven leven als ze begraasd of gemaaid worden. Ze kunnen dus blijven groeien, wat niet voor bomen geldt: als je een boom kapt of een scheut afknaagt, is het meestal gedaan. Grassen zijn ook veel beter bestand tegen branden dan bossen. Je zou kunnen zeggen dat grassen branden en grazers gebruikt hebben om de bossen terug te dringen en de wereld te veroveren.

Is het toeval dat de opkomst van grassen min of meer samenviel met de verdwijning van de dinosaurussen?

Thomas: Ja, dat is toeval. Zonder de komeetinslag die de dinosaurussen de genadeslag gaf, zouden grazers waarschijnlijk grotendeels dino’s geweest zijn in plaats van zoogdieren.

Er zijn nu zo’n tienduizend soorten gras. Dat is een grote diversiteit.

Thomas: Grassen zijn enorm succesvolle planten die floreren in heel uiteenlopende omstandigheden. Vandaag exploiteren wij slechts een beperkt aantal soorten als gewas, waardoor we ons kwetsbaar maken voor de gevolgen van verwoestende plantenziekten. We zouden ook in de landbouw beter meer investeren in diversiteit.

Zo’n 7 miljoen jaar geleden kwamen dan de eerste mensachtigen.

Thomas: Voor zover we weten was de eerste interactie tussen mensachtigen en planten het opgraven van wortels en knollen die rijk waren aan zetmeel. Maar de mens begon snel zijn vernuft in te schakelen. Een genie kwam op het idee om vuur te gebruiken om bossen in brand te steken én water te koken, waardoor er meer energie uit planten kon worden gehaald. Dat genie was waarschijnlijk een vrouw, want terwijl de mannen op neushoorns gingen jagen, beredderden de vrouwen de praktische zaken. De combinatie van het gebruik van vuur en het koken van groenten had een significant effect op de afmetingen van onze hersenen.

U stelt dat de explosieve groei van onze hersenen niet een gevolg was van het eten van vlees, maar van zetmeel uit plantenwortels?

Thomas: Kijk naar wat we weten over het leven van prehistorische mensen. Het was veel gemakkelijker om aan wortels en knollen te raken dan aan vlees. Je ziet dat zelfs gedomesticeerde honden snel eiwitten voor de vertering van zetmeel ontwikkelden. Die zouden ze nooit nodig gehad hebben als vlees de hoofdmoot van hun voeding vormde.

In uw visie schakelden mensen finaal dieren in om meer energie uit planten te kunnen halen?

Thomas: Wij zijn nu zo sterk gefocust op vlees dat we denken dat mensen dieren domesticeerden voor hun vlees. Maar de verborgen sleutel was het exploiteren van de enorme voorraden cellulose in planten, die beschikbaar werden gemaakt in de vorm van melk en vlees. De helft van de koolhydraten die planten produceren, gaat in de cellulose die ze gebruiken om hun celwanden te verstevigen. Mensen kunnen dat niet verteren, maar grazers wel. Koeien zouden zelfs kunnen leven op krantenpapier. We gebruikten de omweg van dieren om meer energie uit planten te halen.

Ginkgobomen zijn heel lang immuun voor aftakeling.
Ginkgobomen zijn heel lang immuun voor aftakeling.© Getty Images/Westend61

Hoe werden grassen geconverteerd naar landbouwgewassen?

Thomas: Op afvalplekken rond de eerste menselijke nederzettingen kwamen planten terecht, en vooral grassen. Later zijn we ze actief gaan kweken. Dat heeft veel invloed gehad. De millennialange competitie tussen grassen en bizons op de Amerikaanse vlakten resulteerde in stevige grasmatten waar geen mens doorheen raakte. Pas na de ontwikkeling van de ijzeren ploeg door de Amerikaan John Deere in 1840 kwam er een landbouwrevolutie.

Het succes van grassen had zelfs een effect op de productiviteit van de oceaan. Kunt u dat uitleggen?

Thomas: Grassen zijn vanaf het begin goed geweest in het uit de bodem halen van silicium. Ze beschermen er hun blaadjes mee. Als je op een grassprietje kauwt, kraakt dat wat als gevolg van piepkleine stukjes natuurlijk glas die erin zitten. De grazers maakten dat silicium weer los, waarna het via onder meer mest in rivieren terechtkwam en zo de oceaan bereikte. Daar stimuleerde het de bloei van plantaardig plankton, wat voor een boost in productiviteit zorgde, inbegrepen het opslaan van gigantische hoeveelheden CO2. Grassen hebben veel op de aarde beïnvloed.

Ze hebben zelfs van de mens een succes gemaakt.

Thomas: Inderdaad. Ik heb me tijdens mijn onderzoek dikwijls afgevraagd: wie buit wie uit? Planten gebruiken ons voor hun eigen doelen. Neem de zandraket, een plantje dat veel voor wetenschappelijk onderzoek wordt gebruikt. Onderzoekers uit de hele wereld sturen zaden van de zandraket naar elkaar, die vervolgens uit hun laboratoria ontsnappen. Rond planteninstituten in de hele wereld zie je nu zandraketten, die dankbaar gebruik hebben gemaakt van menselijke verspreidingscapaciteiten. En dat is geen geïsoleerd voorbeeld.

In de recente mensengeschiedenis moesten landbouwers het afleggen tegen herders. Het kweken van dieren werd meer gerespecteerd dan het kweken van planten.

Thomas: Tja, in de Bijbel is Kaïn de boer én de slechterik, want hij vermoordde zijn jongere broer Abel, de herder. Het is vreemd, want boeren moeten veel harder werken, en in moeilijker omstandigheden, dan herders. Herders lagen lui onder een boom naar hun dieren te kijken en profiteerden ervan om muziek te maken en gedichten te schrijven, culturele ontwikkelingen die zelden aan boeren worden toegeschreven.

Bomen werden pas laat gedomesticeerd in de vorm van boomgaarden.

Thomas: En dan nog. Zelfs boomgaarden zijn vandaag in hun voortbestaan bedreigd. We hebben inderdaad geleerd om bomen te domesticeren, maar de relatie is nooit zo hartelijk geweest als die met grassen.

We spreken u in het kader van onze actie Maai Mei Niet. Vanwaar komt de obsessie van mensen met een proper gazon?

Thomas: Ik ben absoluut fan van de actie. In mijn tuin zult u geen grassen vinden, ondanks het feit dat ik er het grootste deel van mijn loopbaan aan besteed heb. Er is een historisch verhaal van een groep Amerikanen op bezoek bij een Britse hertog in een kasteel waaromheen een perfect gemaaide gazon lag. De Amerikanen wilden weten hoe de hertog dat klaarspeelde, waarna die verklaarde dat hij er niets speciaals voor deed. Het was vooral een kwestie van volhouden, van honderden jaren zorgvuldige kwaliteitsbewaking. Zo werd een gazon niet alleen een symbool van klasse, maar ook van continuïteit. Vervolgens sijpelde het concept door naar de rest van de maatschappij, mee geïnspireerd door het uitzicht van sportvelden voor cricket, golf, rugby en voetbal. Die werden voor velen de standaard van hoe een gazon er moet uitzien.

Hoe moet een gazon er volgens u uitzien?

Thomas: Als een bloemenweide. Er is niets mooiers dan een bloemenweide. Ik begrijp niet waarom iemand iets anders zou willen. Veel mensen zijn slaaf van hun gras. Cijfers suggereren dat Amerikanen elk jaar meer geld pompen in het onderhoud van hun gazons dan er naar de landbouw van een land als India gaat. Dat is absurd.

Waarom is dat zo? Uit angst voor de natuur? Of voor controleverlies?

Thomas: Mogelijk. Wetenschappers bestuderen iets wat ze ‘plantblindheid’ noemen. Mensen zijn blind voor planten in hun leefomgeving. Als je mensen een foto laat zien van een papegaai in een jungle, zien de meesten alleen de papegaai en niet de jungle. Het is moeilijk om mensen te overtuigen van het belang van planten in hun omgeving.

Er is nu een soort revival van het woud. Kan dat onze relatie met bomen bijsturen?

Thomas: Dat geldt misschien voor Europa en Noord-Amerika, maar niet voor de rest van de wereld waar nog altijd massaal bossen gekapt worden. Bomenknuffelaars kunnen nog altijd niet op veel bewondering rekenen.

Verandert dat niet, nu bossen ons moeten helpen in de strijd tegen de klimaatopwarming?

Thomas: Ik ben toch een beetje bang dat we te veel verwachten van bossen als buffer tegen de klimaatopwarming. Ook bossen lijden onder de gevolgen van de snelle temperatuurstijging. Andere biotopen, zoals wetlands, kunnen ook nuttig zijn. We moeten alles wat we ter beschikking hebben, inschakelen om het tij te keren.

Britse bioloog Howard Thomas: 'Veel mensen zijn slaaf van hun gras'

Howard Thomas

– Geboren en getogen in Wales

– Studeert biologie, specialiseert in grassen

– Hoogleraar biologie aan de universiteit van Aberystwyth

– Fellow van de Britse Linnean Society

– Belangrijkste boek: The Molecular Life of Plants (2012)

– Publiceerde in 2017 in eigen beheer: The War Between Trees and Grasses

– Begenadigd jazzpianist

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content