Opinie

Noreen Muhammad

‘Mijn generatie vrouwen kan de vicieuze cirkel van intergenerationeel trauma doorbreken’

Onlangs werd Noreen Muhammad 24 jaar. Op dat moment besefte ze dat ze al haar halve leven – sinds haar twaalfde – worstelt met donkere gedachten. Nu is ze vastbesloten om de intergenerationele trauma’s en onderdrukking binnen haar familie met haar generatie te laten uitdoven. ‘Ik ga niet langer zwijgzaam toekijken.’

Op het moment dat ik suïcidaal was, dacht ik dat het een impulsieve beslissing was. Ik voelde me niet geliefd en verweet mijn moeder dat ze mij ooit op deze wereld had gezet. Suïcidale gedachten zijn er niet om je eenmalig te vergezellen en dan te verdwijnen, ze herhalen zich voortdurend.

Opgroeien in een westerse wereld met oosterse roots is niet evident. Je hoort iedereen zeggen dat het een verrijking is, maar het brengt veel strubbelingen met zich mee, zeker als meisje. Ik ben het eerste meisje in de familie dat in Europa is geboren en opgegroeid. Dat zorgde voor wat paniek bij mijn familie in Pakistan, het land van mijn roots. Het oefende dan ook veel invloed uit op mijn alleenstaande moeder hier om mij naar hun traditionele waarden op te voeden.

Die traditionele waarden zijn onderdeel van een intergenerationele spiraal waarin ik werd meegetrokken. Het gaat over een vicieuze cirkel waarin het heel normaal is dat vrouwen onderdrukt worden. Een intergenerationele spiraal die vooral door de vrouwen zelf in stand wordt gehouden, omdat niemand van hen zich uitspreekt en ze zich onder druk voelen gezet om hun eigen dochters op dezelfde manier op te voeden.

Ergens begrijp ik waar dat vandaan komt. De vrouwen in mijn familie hebben zelf ook niet beter gekend in de Pakistaanse opvoeding die zij kregen. Mijn moeder viel zelf ten prooi aan emotionele mishandeling. Mijn grootmoeder op haar beurt was dan weer zwaar getraumatiseerd toen ze in 1947 moest vluchten naar het huidige Pakistan toen Hindoestan opgesplitst werd na de Britse invasie. Omdat niemand zich durfde uit te spreken over zijn eigen pijn en zich onderwierp aan de verwachtingen van de familie, is de intergenerationele cirkel na zoveel generaties nog altijd niet doorbroken.

Ideaal Pakistaans meisje

Nochtans ervoer ik mijn eerste jaren in België als rozengeur en maneschijn. Mijn moeder verhuisde met mijn broer en mij naar dit land. Als alleenstaande moest zij helemaal van nul aan een nieuw leven hier beginnen. Omdat mijn broer en ik nog zeer jong waren, merkten we weinig van haar strubbelingen. Toen kon ik nog zorgeloos zijn.

Dat veranderde toen ik naar de lagere school ging. Ik was een erg ongelukkig kind. Ik was het stilste meisje van de klas. Bovendien was ik zoals veel oosterse meisjes erg behaard, en dus een gemakkelijk slachtoffer voor pesters.  

Daarnaast werd me altijd gezegd dat ik het nooit ver zou schoppen in het leven. Niet alleen op school, maar ook in mijn directe omgeving zeiden enkele familieleden altijd dat ik nooit vrienden zal kunnen maken als ik zo stil en verlegen blijf.

Een familie hoort een warme thuis te zijn, maar dat gevoel heb ik tijdens mijn jeugd nooit gehad. Mijn introversie maakte dat ik prikkelbaarder was voor veel zaken. Er werd mij opgelegd hoe ik me conform moest kleden en gedragen naar traditionele en islamitische regels.

Ik daarentegen hanteer een westerse mentaliteit en ben een open ziel. Mijn familie heeft op veel vlakken nog een typisch oosterse mentaliteit. Voor hen is een ideaal meisje iemand die een hoofddoek en lange gewaden draagt, gehoorzaam is, goed kan koken en perfect weet hoe ze een huis moet onderhouden. Omdat ik niet voldeed aan het ideaal Pakistaans meisje en mezelf wilde zijn, was ik niet de meest geliefde persoon in mijn familie.

Successen werden thuis nooit gevierd. De zin: “Ik ben trots op je” heb ik mijn familie nog nooit horen zeggen. Op school was ik erg zwak in wiskunde. Mijn broer daarentegen was er heel goed in en had in zijn schoolcarrière nog nooit een buis gehaald. Daardoor beschouwde  de hele familie mij als dom. Als ik het onderwerp nu soms naar bovenhaal, hoor ik enkele familieleden zelfs zeggen: “Daar had je toen zelf voor gezorgd”. Ze onderdrukten mij door me klein te houden. Voor het minste werd ik op de vingers getikt en werd mij gezegd hoe zwak ik wel niet was.

Maar ik kon en wilde de verwachtingen van mijn familie niet inlossen. Ook bij mijn witte leeftijdsgenoten was het moeilijk om aansluiting te vinden. Die tweestrijd maakte me depressief. De huisarts schrok twee jaar geleden van mijn gewichtsverlies en zag dat het echt niet goed ging met mij. Ze schreef me meteen antidepressiva voor. Ondanks die pillen, zag ik geen licht meer aan het einde van de tunnel.

Keerpunt

Na de mislukte suïcidepoging kwam er echter een keerpunt in het leven. Totaal onverwacht kreeg ik veel steun van mijn gezin. Het reageerde begripvol, gaf mij de tijd en ruimte om te helen. Ik kreeg de nodige begeleiding en mocht mijn semester stopzetten om te herstellen.

Dat herstel gaat met vallen en opstaan. Donkere gedachten dringen tot diep in je lichaam door. Triggers blijven altijd om de hoek loeren. Enkele maanden geleden werd ik tijdens mijn reis in Pakistan opnieuw getriggerd. Gelukkig kwam mijn moeder net op tijd binnen om mij op andere gedachten te brengen. Vandaag kan ik ‘gelukkig’ zeggen, want ik heb tijdens mijn herstel naast uitdagende, ook al zoveel mooie dagen gekend. Ik heb mijn dromen nagejaagd, en enkele van hen zijn al uitgekomen.

Hoewel mijn gezin milder is geworden sinds ik aan de alarmbel trok, vrees ik dat het voor de generatie van mijn ouders al te laat is. Ze zijn een ‘verloren’ generatie waarbij hun trauma’s te veel ingebakken zitten om er nog van te kunnen helen. Een open gesprek over emoties blijft onbestaande, omdat ze er liever niet mee geconfronteerd willen worden. Ze blijven ervan overtuigd dat je je niet kwetsbaar mag opstellen en altijd sterk moet blijven.

Mijn doel nu is om ervoor te zorgen dat niemand nog moet meemaken wat ik heb meegemaakt. Er is een nieuwe lichting van peuters in mijn familie verschenen van mijn nonkels en tantes die laat kindjes hebben gekregen en die ook in Europa wonen. Het is nu mijn taak om die generatie kinderen te beschermen van de toxische vicieuze cirkel binnen onze familie. Ik behandel hen alsof ze mijn eigen kindjes zijn en geef hen de waarden en normen mee waar ik achter sta. Hoeveel en hoelang moeten vrouwen nog ten prooi vallen aan onderdrukking en in kille stilte overleven? Het is aan onze generatie vrouwen om deze vicieuze cirkels van intergenerationeel truama en onderdrukking te doorbreken en de toxiciteit binnen de maatschappij te elimineren.

Noreen Muhammad is freelancejournaliste. Deze bijdrage verschijnt ook op StampMedia.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content