Column

‘Mahdi bewijst dat er voor sommige mensen meer #plekvrij is dan voor anderen’

‘Staatssecretaris voor Asiel en Migratie Sammy Mahdi (CD&V) bewijst schaamteloos hoe selectief onze solidariteit is’, schrijft Martha Balthazar. Haar column verschijnt tweewekelijks in Knack, afwisselend met de column van Jeugdraad-voorzitter Amir Bachrouri.

Al de hele winter slapen mensen die asiel aanvragen, ook minderjarigen, aan de poort van het Klein Kasteeltje of langs de Brusselse straten. De opvang zit, dat herhaalt staatssecretaris voor Asiel en Migratie Sammy Mahdi (CD&V) keer op keer, ‘gewoon vol’. Alternatieven zijn ‘simpelweg niet mogelijk’. Vorige week lanceerde staatssecretaris Gewoon Vol Mahdi de hashtag #plekvrij, en samen daarmee een noodplan om Oekraïense vluchtelingen op te vangen. ‘Niemand hoort op straat te slapen’ tweette hij heldhaftig – en toch ook wat honend.

Ik ben het voor een keer met hem eens. En net daarom ben ik des te kwader. Want hoe indrukwekkend de huidige golf van solidariteit ook is, hij staat in scherp contrast met de onverschilligheid waartegen mensen op de vlucht anders moeten vechten. Hoe blij we ook moeten zijn met de politieke en publieke verontwaardiging waarmee op deze oorlog wordt gereageerd, des te pijnlijker is het te weten dat die meestal ontbreekt. Mahdi bewijst schaamteloos hoe selectief onze solidariteit is, dat er voor sommige mensen meer #plekvrij is dan voor anderen. Maar ook dat onze omgang met een humanitaire crisis veel minder met humanitaire urgentie te maken heeft dan met politieke context.

Mahdi bewijst dat er voor sommige mensen meer #plekvrij is dan voor anderen.

Om de coronapandemie tegen te gaan werd ons ‘normaal’ van de ene dag op de andere omgegooid. Maar wie ijvert voor soortgelijke radicale maatregelen in de klimaatcrisis krijgt te horen dat zoiets absurd is, dat je geduld en begrip moet hebben. Wie pleit voor een menselijk en doortastend opvangbeleid krijgt als antwoord dat zoiets jammer genoeg niet te regelen valt. Een mens staat nu met open mond te kijken naar de plotse politieke daadkracht. Op zulke momenten wordt duidelijk dat ‘niet kunnen’ eigenlijk ‘niet willen’ betekent. Dat het blijkbaar belangrijk is om een beetje op ons te lijken wanneer je voor een oorlog vlucht. Dat je het geluk moet hebben vast te zitten in een conflict dat zelfs de bewoners van de hoogste ivoren toren schrik aanjaagt. Een conflict met een duidelijke boeman die ook ónze vriend niet is, waardoor wij dan weer de held kunnen spelen. Blijkbaar heb je beter last van een gezondheidscrisis waarvoor mensen niet in de spiegel hoeven te kijken, eentje waar de oma’s van beleidsmakers ook van kunnen sterven. Want zij zijn het die de alarmbellen moeten laten rinkelen. Zonder hun zegen ben je geen slachtoffer maar een offer voor de slacht. Het is de tol die we betalen om ons ‘normaal’ te behouden. Een normaal waarin de meeste dingen #gewoonnietmogelijk zijn.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content