L aurette Onkelinx (PS) heeft weer een strijd te voeren. De minister-president van de Franse gemeenschap trekt ten oorlog tegen de onverdraagzaamheid van de Vlamingen. De heisa over de taalfaciliteiten komt niet alleen de uitgebluste Vlaamse regering goed uit, ook voor Onkelinx is het een geschenk uit de hemel. Het voorzitterschap van de Franse gemeenschap stelt toch al niet zoveel voor en in moeilijke tijden is het altijd goed om een tegenstander aan de andere kant van de taalgrens te zoeken.
...

L aurette Onkelinx (PS) heeft weer een strijd te voeren. De minister-president van de Franse gemeenschap trekt ten oorlog tegen de onverdraagzaamheid van de Vlamingen. De heisa over de taalfaciliteiten komt niet alleen de uitgebluste Vlaamse regering goed uit, ook voor Onkelinx is het een geschenk uit de hemel. Het voorzitterschap van de Franse gemeenschap stelt toch al niet zoveel voor en in moeilijke tijden is het altijd goed om een tegenstander aan de andere kant van de taalgrens te zoeken. De Waalse politica moet in haar handen hebben gewreven toen Vlaams minister van Binnenlandse Aangelegenheden Leo Peeters (SP) in een omzendbrief vroeg dat de taalwet op de faciliteiten strikt zou worden toegepast. Peeters wijzigde de faciliteiten niet, maar vroeg alleen dat Franstaligen die zich in Vlaamse faciliteitengemeenten vestigden, elk jaar opnieuw zouden vragen om in hun taal door de gemeentediensten bediend te worden. Wie die aanvraag niét deed, bewees daarmee volgens Peeters op zijn minst een passieve kennis van het Nederlands te hebben. En dat zou toch al een mooie stap zijn richting integratie. Heel Franstalig Brussel stond op zijn kop. De minister-president van de Franse gemeenschap kon niet achterblijven. De Luikse Passionaria bezocht prompt een Franse bibliotheek in het Vlaamse Linkebeek - waar een Franstalige meerderheid de gemeente bestuurt. Anders dan de taalwetten zeggen, aanvaarden de Franstaligen het principe van de territorialiteit - en dus ook de taalgrens - niet. De Franstalige gemeenschap beperkt zich in de visie van Onkelinx niet tot Wallonië en de Franstaligen in Brussel. Ze acht zich dus bevoegd voor elke Franstalige waar ook te lande, en in een eerste fase vooral in de rand rond Brussel. Later mag heel Vlaams-Brabant volgen en wie weet, nog meer. Onkelinx steunt met belastinggeld van haar Franse gemeenschap ook het blad Carrefour dat op honderdduizend exemplaren in Vlaams-Brabant wordt verspreid. In vergelijking met Carrefour is de Vlaamse tegenhanger De Rand inderdaad een kappersblaadje. Met dit verschil dat De Rand met Vlaams belastinggeld in Vlaanderen wordt verspreid. Carrefour trekt openlijk de kaart van het Brusselse Front Démocratique des Francophones (FDF), dat droomt van annexatie van delen van Vlaanderen, en Brussel als een eentalig Franse stad beschouwt. De taal die het FDF over de Vlamingen verspreidt, is vergelijkbaar met het denigrerend gewauwel van het Vlaams Blok over migranten. Als Vlaanderen op zijn eigen grondgebied wat wil doen tegen verfransing of in de tweetalige hoofdstad de Vlaamse minderheid wil beschermen, heet dat imperialisme. Of krijgen de Vlaamse politici het verwijt dat ze het Blok achternalopen. Zo luidt ongeveer de stelling van Laurette Onkelinx. Zelf drukte ze in zowat alles de voetsporen van haar vader Gaston. Die was in Seraing en omstreken een gezien socialist. Laurette militeerde zoals hij in de Waalse socialistische beweging en bracht het zoals haar vader tot parlementslid. Ze deed het zelfs, op jonge leeftijd, beter. Ze was pas vierendertig toen ze een portefeuille in een Belgische regering veroverde. Eén ding is ze wel vergeten. Dat haar vader een Limburger was die in Wallonië kwam wonen om als arbeider zijn brood te verdienen. En dat zij, als kind van de tweede generatie, geen woord Nederlands meer spreekt. Als dat geen bewijs van snelle integratie is. Jammer dat dat maar in één deel van België geldt. Of geldt integratie alleen voor gewone arbeiders, en voor Marokkanen en Turken?Jodelojochei!Skiën op het strand, zelfs in Nice kunnen ze daar slechts van dromen. In Knokke zal het echter spoedig een realiteit zijn. In het weekend van 25 en 26 augustus, in het putje van de zomer kortom, zal op het beroemde Albertstrand een kunstmatige sneeuwpiste worden aangelegd. Eerst gaan skiën, de après-ski op de Place m'as-tu vu en vervolgens gaan zonnen op het strand, dit alles binnen loopafstand, het zal spoedig mogelijk zijn. Zo schenkt de Knokse burgemeester Leopold graaf Lippens zijn bevolking alweer een benijdenswaardige primeur. Hij is een poos zijn rijbewijs kwijt geweest als gevolg van een snelheidsovertreding in Maldegem en heeft dus alle tijd gehad om zich te bezinnen over hoe hij zijn zomergasten ter wille kan zijn. Een kunstmatige skipiste, het schijnt technisch een fluitje van een cent te zijn. Gek eigenlijk dat niemand eerder op die gedachte was gekomen. De eigenlijke initiatiefnemer van het project is de Oostenrijkse dienst voor Toerisme, die met de stunt de skioorden van Tirol - letterlijk - in het zonnetje wil zetten. Want als er ergens klandizie voor zulke experimenten te vinden moet zijn, dan wel in Knokke. Knokke, zijn strand, zijn duinen, zijn Glühwein, zijn reuzenslalom! Zijn Sint-Bernardshonden en zijn schansspringen! Knokke, het Garmisch-Partenkirchen van het noorden! Dat de Oostenrijkers de primeur van hun zomerse skipiste aan een Belgische kuststad gunnen, is niet meer dan de rechtvaardigheid zelve. Heel recent nog is immers gebleken dat Tirol altijd al hoog en veelbesproken bezoek uit België mocht ontvangen. Het kunstsneeuwproject gebeurt dan ook op basis van wederkerigheid: Knokke zal een eigen campagne op de Tiroolse sneeuwhellingen voorstellen. Spoedig zullen de slaaptreinen dus opnieuw richting Tirol vertrekken. Welke onnoemelijke feiten zich eventueel in de couchettes afspelen, is niet de zaak van de burgemeester. Kniesoren zullen een skipiste met kunstsneeuw een van die elitaire projecten noemen, waarop Knokke het patent schijnt te hebben. Ze hebben ongelijk. Skiën, al dan niet op kunstsneeuw, is allengs tot het algemene volksvermaak gaan behoren. En als de mensen zich niet meer naar de Oostenrijkse skipistes begeven, komen de skipistes naar de mensen, in dit geval aan de Belgische kust. Dit is vooral goed nieuws voor de frigoboxtoeristen. Graaf Lippens, die ooit beweerde dat hij deze proletarische bevolkingsgroep liever kwijt dan rijk was, verricht hiermee een opmerkelijke Wiedergutmachung. Dit slag toeristen kan zijn kenmerkende attribuut, de frigobox, immers voortaan thuislaten. Ze zullen hun blikjes Jupiler deze zomer in de kunstsneeuw kunnen koelen. Allo? Allo?"Met Van den Abbeele Sven uit Rijkevorsel. C'est la Belgique. Est-ce que vous je?" "Le numéro que vous avez composé n'est pas attribué." "Voor België-Nederland van 13 juni. Belgique-Hollande. Je suis un connaissance de Karel Van Miert. Il est beaucoup fâché contre vous." "Le numéro que vous avez composé n'est pas attribué." "Oh la la, beaucoup fâché! Vier kaartjes. Quatre cartes." "Le numéro que vous avez composé n'est pas attribué." "Pardon Madam. Kunt u dat eens herhalen? Répétition s'il vous plait?" "Le numéro que vous avez composé n'est pas attribué." "Kaartjes voor de tribune, ja. A la tribune." "Le numéro que vous avez composé n'est pas attribué." "Tribune B?" "Le numéro que vous avez composé n'est pas attribué." "Notez bien l'adresse: Van den Abbeele Sven, Dorpsstraat 18, à 2310 Rijkevorsel. Beaucoup merci."Bijdragen: Piet Piryns, Peter Renard, Marc Reynebeau