INFO: De auteur is oud-redacteur van Knack.
...

INFO: De auteur is oud-redacteur van Knack. Het was al een sprookje. Jaren geleden was er aan de Brusselse Kunstlaan een middelgroot softwarebedrijf met een geheim human resources-wapen. Op het bureau van de juffrouw aan de receptie stond een fichebakje. Daarin een kaartje voor elke werknemer, topmanager inbegrepen, met daarop het loon en andere voordelen. Elke medewerker kon dit raadplegen en zijn inkomen vergelijken met dat van zijn collega's. In het ICT-geweld is het bedrijf intussen opgegaan in een groter geheel, maar het koesterde een prachtig idee. Geen gezeur meer over de bezoldiging. Natuurlijk bestaan er verschillen, maar zij kunnen verantwoord worden. Bij een rationeel loonbeleid hoeft niets geheim te blijven, elk verschil heeft zijn redenen. Zo'n openheid ligt de Belgen niet. Het loongeheim wordt zo mogelijk nog meer gekoesterd dan het bankgeheim. Loonfiches worden verstuurd alsof het diplomatieke post is. Zodat, zonder kennis van zaken, werknemers bij vrienden en familie opgeven over hun serieus inkomen en onder collega's klagen over de loonachterstand op andere bedrijven - waar ze net hetzelfde werk doen. De lonen en wedden van arbeiders en bedienden liggen vast in collectieve arbeidsovereenkomsten en het inkomen van de ambtenaren in koninklijke besluiten. Dat valt moeiteloos te raadplegen in Het Belgisch Staatsblad. Prestatietoeslagen, bonussen en extra's veroorzaken op dat niveau geen inkomensrevoluties. Anders is het met het management en kader, over wier bezoldigingen en voordelen tussen werkgever en werknemer wordt onderhandeld. Gewone werknemers duizelen bij de inkomens van topmanagers die de Amerikaanse pers publiceert en begrijpen moeilijk dat heel wat Belgische bazen het gemiddelde minimummaandloon op één voormiddag verdienen - en afscheidspremies in hun contract hebben staan waarmee ze een regiment bruggepensioneerden kunnen financieren. Niemand doet moeite het hoe en waarom te verantwoorden. Hoewel dat beter zou zijn voor de sociale tevredenheid en cohesie. In tegenstelling tot de Amerikaanse en Aziatische toestanden behoren gigantische rijkdomverschillen immers niet tot de Europese cultuur. En zo komt het dan dat de werknemers van de weefgetouwenfabrikant Picanol een compensatiepremie moeten krijgen voor het 'trauma' dat ze opliepen met de zaak-Coene. Hun baas, ook voorzitter van het prestigieuze Vlerick-netwerk, die gelukkig nooit te hard opriep voor loonmatiging, had duidelijk nooit genoeg. Zijn werkgever, de voorzitter en sommige bestuurders, maalden er niet om dat zo veel geld van Picanol naar Coene verhuisde. Er zullen wel niet veel Coenes rondlopen in Belgische bedrijven, maar des te meer stevig beloonde hoge managers. De commissie-Lippens, die de Code Deugdelijk Bestuur schreef, ziet niet graag dat hun inkomen openbaar wordt gemaakt. Die bankiers en financiers willen die verplichting uit het wetsontwerp-Vankrunkelsven branden, dat de Senaat al heeft goedgekeurd. Zo'n bekendmaking zou zeer nadelige gevolgen hebben en jaloersheid veroorzaken. Hoezo? Is de bedrijfstop niet betaald naar loon voor werk? Gebruiken de bestuurders in de renumeratiecomités, die zoveel ophebben met economische rationaliteit, geen objectieve criteria? De gekke beursjaren negentig waren maatschappelijk en zelfs economisch niet de beste. Ze creëerden een nieuw ras van zonnekoningen, die zich aan de top van ondernemingen boven het beleggend volk - hun aandeelhouders - en het werkend volk - hun werknemers - verheven voelen. Jammer dat Maurice Lippens en zijn hoge commissie vooral aandacht besteden aan de bescherming van de aandeelhouders tegen beroepsmanagers. Zij hadden hun pedagogisch talent ook ten aanzien van de werknemers kunnen gebruiken. Op de werkvloer bestaat over de topfinanciën veel onbegrip. Het verklaart verschijnselen als het verzet tegen de loonmatiging of de witte woede. Guido Despiegelaere