De handel met Zaïre lijkt uitgedroogd, maar er zijn nog diverse Belgische ondernemingen actief. En het kan alleen maar verbeteren.
...

De handel met Zaïre lijkt uitgedroogd, maar er zijn nog diverse Belgische ondernemingen actief. En het kan alleen maar verbeteren.Als de wereld zo groot, waar uw vlag staat gepland.? Dat was Kongo voor de onafhankelijkheid, volledig in handen van de Belgische economie. Nu, 37 jaar later, blijft er in Zaïre voor België bitter weinig over, alleen het puin van een lang debacle. ?Wij bezetten er niet de plaats die van een ex-kolonisator kon worden verwacht,? verzucht Boudewijn Velghe, directeur van het economisch departement bij het Verbond van Belgische Ondernemingen. ?Zaïre is potentieel nochtans een van de rijkste landen ter wereld, vol bodemschatten, rijke landbouwmogelijkheden en bovendien centraal in Afrika gelegen. Het is voor ons niet geworden wat het had kunnen zijn.? De nationalisaties en de zaïrisering (1973) troffen het Belgisch bedrijfsleven hard. De opeenvolgende drama's van het Mobutu-regime ontmoedigden de zakenlui. Telkens als er politiek krakeel opstak tussen Brussel en Kinshasa, deelden ze trouwens mee in de klappen. In 1960, bij de onafhankelijkheid, werkten en woonden er 100.000 Belgen in Zaïre. Sinds de plunderingen van 1991 en 1993 daalde hun aantal tot 3.000, onder wie 1.200 religieuzen. Buitenlandse Zaken telde afgelopen week nog 1.519 landgenoten in Kinshasa en 748 in Shaba. En hoe het eerstdaags verder evolueert, valt niet te voorspellen. De voorbije decennia namen andere buitenlanders slechts zeer gedeeltelijk de plaats van de weggetrokken Belgische ondernemingen in. De economie is in Zaïre grotendeels verdwenen, alvast een geordende economische activiteit bestaat niet meer rond de evenaar. De informele economie en de ruilhandel daarentegen draaien op hoge snelheid. Op die drie Sabena-vluchten per week naar Kinshasa vormen met televisies, video's, auto-onderdelen en ander nuttig materieel overladen zwarten de meerderheid. Zij vliegen heen en terug, verzorgen hun eigen import. Op die vluchten krijgen ze overigens het gezelschap van diamantairs met bestemming Antwerpen en met steentjes op zak. In dit Zaïre met zijn corruptie, de hoge belastingdruk, de immense inflatie de grote bedragen worden in dollars geteld , en met een totale juridische onzekerheid is geen plaats meer voor regulier zakendoen. Voor zaakjes des te meer. Zelfs het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank hebben Zaïre verlaten. Maar de Libanese en andere handigaards lopen er de jongste tijd niet meer alleen rond. In het zog van de troepen van Laurent Kabila stappen Amerikaanse, Canadese en Zuid-Afrikaanse ondernemers mee. ?Dit geologisch schandaal,? zoals Henri Morton Stanley de Shaba, Kasaï en Kivu op basis van hun overmatige rijkdommen aan koper, kobalt, diamant, goud, zilver enzovoort beschreef, laten de grote multinationals liever niet ongerept liggen. Met zijn fors groeiende economie neemt Zuid-Afrika in Zaïre een steeds prominentere plaats in. In de mijnprovincies staan ervaren zakenlui opnieuw te dringen, ook Belgische. De handel tussen België en Zaïre is opgedroogd. Fabrimetal, de vereniging van de metaalverwerkende nijverheid, schrapte het land wegens onbelangrijk uit haar export/import-statistieken. Gedelegeerd bestuurder Philippe de Buck sloot trouwens in 1990 al het vertegenwoordigingskantoor van de metaalvereniging in Kinshasa. De uitvoer van textiel en kleding naar Zaïre ? Bij Febeltex floept het na één toets tevoorschijn op de computer : 572 miljoen frank voor heel 1996 op een totale uitvoer van 260 miljard. Blijkt het dan nog voor driekwart om niet commerciële export te gaan : vooral medisch verband en watten, dekzeilweefsel dat recht naar de vluchtelingenkampen gaat en tweedehandskleding. De invoer uit het Afrikaanse land beperkte zich afgelopen jaar tot 68.000 frank aan kledingweefsel. ONZE ZAKENLUI VALLEN NIET OPHoewel de handelscijfers naar de nullijn neigen, blijft een stel Belgen koppig ondernemen in Zaïre. Albert Francis kan het weten, hij is bestuurder-raadgever van de Belgisch-Luxemburgse Kamer voor Industrie en Landbouw voor Afrika, de Caraïben en de Pacific. Eind vorig jaar trok hij nog met een handelsmissie Belgen naar Kinshasa. De regering van de intussen verdwenen Léon Kengo wa Dondo ontving ze met open armen. ?Het was de eerste keer sinds de stopzetting van de Belgisch-Zaïrese samenwerking dat Belgische zakenlui het land aandeden. Kinshasa vond dat heel belangrijk. Maar natuurlijk zullen wij straks moeten herbeginnen.? Albert Francis deelt de gangbare mening niet dat de Belgen Zaïre achterlieten. ?Er zijn nog enorm veel zakenlui actief. Maar ze vallen niet op, ze manifesteren zich niet. Die mensen hebben alle crisissen en drama's van het land meegemaakt en hebben de organisatie van hun activiteiten daaraan aangepast. Ze werken volledig op zichzelf, dat moet wel in een land zonder staatsstructuur. Dat dateert niet van gisteren. Sedert lang krijgt de minister van Landbouw slechts een derde van het land onder controle, zijn collega van Volksgezondheid laat zijn zorgen over aan de internationale hulporganisaties en de minister van de Mijnen controleert helemaal niets.? Sucraf in de Beneden-Zaïre, de suikerraffinaderij van de familie Lippens, is zo'n zichzelf bedruipende nederzetting die de Mobutu-chaos kan overleven. De groep is volledig zelfverzorgend, met onder meer eigen energie-installaties en telefoonverbindingen, met school en gezondheidscentrum en, niet in het minst, met een eigen militie om zich tegen plunderaars te beschermen. Een economisch koninkrijk. Op de lijst van Buitenlandse Zaken met de belangrijkste Belgische bedrijven staan een 25-tal ondernemingen. Maar een grotere hoeveelheid kleine en middelgrote bedrijven is eigendom van Belgische ondernemers. Daarmee stopt de Belgische aanwezigheid in Zaïre niet. Verscheidene dochters van multinationale ondernemingen worden door Belgen geleid en een staatsbedrijf als Gécamines heeft een honderdtal landgenoten in dienst. Kortom, ondernemingen en volk genoeg om in Kinshasa samen met Zaïrese zakenlui een Belgisch-Zaïrese Kamer van Koophandel te doen draaien. ALGEMEEN CHRISTELIJK VAKVERBONDIn Zaïre houdt de Belgische holding Cobepa, via zijn beursgenoteerde dochter Texaf en in moeilijke omstandigheden, Utexafrica in leven. Het handelt om het grootste geïntegreerde textielbedrijf van het Afrikaanse continent, van katoenplantages over garens en weefsels tot kledingstukken. Op volle capaciteit werken er meer dan drieduizend mensen, maar tegenwoordig gaat het er in de vestigingen veel rustiger aan toe. De voedingsgroep Orgaman ( Damseaux) meldt sinds 1931 present in het evenaarsland. Ze voert grote hoeveelheden diegevroren vlees, gevogelte en vis in en fokt ?op cowboyschaal? runderen in het westen van Bandundu. De beroemde brouwerij Unibra, waarvan Leo Tindemans ooit commissaris was, is door de Belgische eigenaars aan Fransen verkocht. Ook Interbrew deed zijn Zaïrese brouwerij Brasimba van de hand. De Nederlanders van Heineken hebben in Zaïre 70 procent van de biermarkt in handen. In de houtsector blijven de Belgen discreet actief. Het Antwerpse Sipef, van de groep Bracht, bezit er sinds mensenheugenis plantages voor koffie en palmolie, maar diversifieerde intussen ook al naar Indonesië en Vietnam. Ook Bia, een verdeler van zwaar materieel voor openbare werken, geldt als een oude vertrouwde, terwijl George Forrest International als vanouds openbare werken uitvoert en in de mijnbouw bezig is. Andere klassiekers voor Afrika zijn Arsa-Trucks en Kleyn Trucks, met vooral tweedehandsmaterieel en onderdelen. Voorts geniet Socomaf bekendheid in de import-export. Verrassend is de aanwezigheid in Zaïre van het Algemeen Christelijk Vakverbond, niet als syndicaat maar als (mede-)eigenaar van de drukkerij Sodmica, die vroeger het belangrijkste dagblad ?Le Courrier d'Afrique? drukte, maar sedert het verdwijnen ervan vooral voor de overheidsadministratie werkt. De jongste jaren geraakte het ACV verwikkeld in avontuurlijke eigendomsdisputen. De processen in Brussel en Kinshasa lopen voort. Ook Petrofina blijft aan de evenaar verankerd. Voor de kust pompt de Belgische groep 1,3 miljoen barrils olie per dag op, twee procent van zijn totale wereldproductie. ?Na de plunderingen lagen de installaties even stil, maar nu pompen we opnieuw,? bevestigt woordvoerdster Cathérine Ferrant. ? Offshore werken een tiental Belgen.? Over het land verspreid participeert de Belgische oliegroep in een trits ondernemingen voor de distributie van brandstof, olie en smeermiddelen. UNION MINIERE MIKT OP KOBALTKongo, dat was de Société Générale de Belgique, met zijn dochter Union Minière in wat vroeger en nu opnieuw Katanga heet. Na de nationalisatie van de kopermijnen van de Union Minière du Haut-Katanga verdween de Belgische haute finance uit de Zaïrese mijnstreek. De staatsmaatschappij Gécamines geraakte vervolgens echter volledig gedesorganiseerd. Om snel belastinggeld uit de grond te delven, zette ze verscheidene projecten op met buitenlandse privé-groepen. Zo keerde de Union Minière in 1995 naar de koperprovincie terug. De groep investeerde 200 miljoen frank in de tijdelijke ontginning van een kleine maar zuivere kobalt-ertslaag in de open mijn van Kasombo, George Forrest International werkt ter plaatse en Gécamines beperkt zich tot verkopen. De UM van Karel Vinck als voorzitter van het Vlaams Economisch Verbond een dissonant in de geschiedenis van zijn francofone groep ambieert het leiderschap op de wereldmarkt op het vlak van kobalt, een belangrijk bestanddeel voor de turbines in de ruimtevaart en met een nieuwe grote markt in de herlaadbare batterijtjes van de mobiele telefoons. Waarschijnlijk start dit jaar nog een tweede project. Bovendien onderzoekt de Brusselse groep het voorstel van Gécamines om in Kolwezi een verwerkingsfabriek voor kobalt en koper te bouwen, samen met de Zuid-Afrikaanse mijnbouwgroep Anglo-American. Het gaat om een project van zes tot acht miljard frank, goed voor tien jaar verwerking van ertsen. Minder bekend zijn de activiteiten van Union Minière in de diamant. Zijn dochter Sibeka bezit twintig procent van Miba, het Zaïrese overheidsbedrijf voor diamantontginning. In meer normale tijden kan op de diamantvelden rond Mbuji-Mayi over de zeventien miljard frank aan diamanten gedolven worden, het leeuwendeel van de export. De financiële aanwezigheid van de Belgen in Zaïre wordt vertolkt door de beroemde Belgolaise van de Generale Bank (met een kleine staatsdeelneming), die opereert als Banque Commerciale du Zaïre (BCZ). Het is ginds de oudste bank, met achttien agentschappen en 88 bedienden. Ze bezet 37 procent van wat er van de bankmarkt overblijft, lang geleden was dat wel 70 procent. Niettemin blijft de BCZ belangrijk, omdat ze als draaischijf functioneert voor zowel de financiële operaties van de Belgen als van de staatsondernemingen, terwijl ze discreet de meeste transacties van de Mobutu-clan en de baronnen van het regime afhandelt. De Union Zaïrese des Banques is het Zaïre van de Bank Brussel Lambert, dat met een marktaandeel van vijf procent magerder uitvalt dan zijn concurrent. Nog recent werd de bank, als gevolg van een gerechtelijk geschil, bijna door de presidentiële garde gesloopt. Manu militari nam die de eigendommen van de bank in beslag. Premier Kengo wa Dondo maakte dat ongedaan en kwam in Brussel vertellen dat ?juridische zekerheid een prioriteit moet zijn.? DE KONGOBOOT VAART WEERMaar als er in het huidige Zaïre iets niet te garanderen lijkt, dan wel zekerheid. Hoewel. Hoe de crisis ook afloopt, de economische gegevens en eigenlijk ook de economische spelers blijven dezelfde. Zaïre keert hoe dan ook terug in de schoot van het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank en moet dan, in ruil voor internationale hulpfondsen, op grote schaal herprivatiseren. Dat betekent nog eens goed nieuws voor de Belgen, die twee, drie jaar geleden al mooie maar niet gerealiseerde privatiseringsplannen beraamden met de toenmalige regering in Kinshasa. De Zaïrese telefoonmaatschappij Onptz is virtueel failliet. Ze kan nauwelijks het binnenlands verkeer behartigen en de buitenlandse lijnen zijn dood. Tegenover buitenlandse maatschappijen heeft ze miljardenschulden lopen : één miljard frank, bijvoorbeeld, aan Belgacom, dat intussen wel satellietverbindingen verhuurt aan Gécamines en het Zaïrese privé-mobilofoonnetwerk Telecel. Belgacom en het Antwerpse Alcatel-Bell hopen dat Zaïre zijn voorstel herhaalt om een nieuwe telefoonmaatschappij op te richten. Belgolaise zou dat financieren. Sabena, als traditionele Afrikaspecialist gelukkig met het herstel van de luchtlijn op Kinshasa, was vorig jaar ver gevorderd met het opstarten van New Air Zaïre het oude Air Zaïre is inderdaad ook failliet. ?Een schoon project,? zegt vice-president Dominique de Patoul. ?Maar we beslisten om het stop te zetten. Met de Zaïrezen konden we het businessplan niet waarmaken.? Sabena ontfermt zich nog om het technische en het cateringwerk op de luchthaven van N'Djili en maakt zich zorgen over de toekomst van zijn sterrenhotel Memling in het hoofdstedelijk centrum. De CMB, (vroeger Compagnie Maritime Belge), die groot werd met zijn Kongoboten, doet nog altijd Zaïre aan met regelmatige vrachtlijnen. De rederij droomt ervan om terug te keren naar zijn roots en een tijd geleden leek dat tot de mogelijkheden te behoren. Topman Marc Saverys tekende plannen uit voor de privatisering van de havens van Matadi en Kinshasa (en Boma en Banana), dochter Hessenatie zou daar een belangrijke rol in kunnen spelen. Voor het verkeer op de Zaïrestroom is een intentie-akkoord ondertekend met de Franse rederijgroep Bolloré : samen kunnen ze de staatsmaatschappij Onatra privatiseren. Transurb, tenslotte, is een Belgische onderneming die gegroeid is uit de bouw voor het HST-station in Brussel-Zuid. De groep waarin de spoorwegmaatschappij NMBS, de Brusselse intercommunale vervoermaatschappij en Tractebel verenigd zitten , toont zich al een paar jaar succesvol in Shaba, waar ze samen met de Zuid-Afrikaanse spoorwegen, Sizarail uitbaat. In 1995 transporteerden hun treinen, over 4.000 kilometer spoor, 90.000 reizigers en 685.000 vracht. Een exploot. Guido Despiegelaere Het staatsbedrijf Gécamines in Lubumbashi : nog altijd een belangrijke Belgische inbreng.