Volgens de krant De Morgen lieten een Knack-journalist en RTBf-verslaggevers zich door onderzoeksrechter Jacques Langlois van Neufchâteau gebruiken in diens mediacampagne om de verdachte Michel Nihoul in de zaak-Dutroux buiten schot te houden. Uiteraard verrichtte Langlois deze besogne in opdracht van politieke hooggeplaatsten - dat spreekt vanzelf.
...

Volgens de krant De Morgen lieten een Knack-journalist en RTBf-verslaggevers zich door onderzoeksrechter Jacques Langlois van Neufchâteau gebruiken in diens mediacampagne om de verdachte Michel Nihoul in de zaak-Dutroux buiten schot te houden. Uiteraard verrichtte Langlois deze besogne in opdracht van politieke hooggeplaatsten - dat spreekt vanzelf. Dat de insinuatie aan het adres van Knack werd gelanceerd door een journalist die ooit heeft beweerd ergens in de Oostzee een nazi-eiland te hebben ontdekt, doet niets af aan de ernst van de beschuldiging. Voor haar verhaal baseerde de krant zich op snel bijeengegraaide dossierstukken, waaronder een brief van procureur Michel Bourlet, aangeleverd door het Franstalige weekblad Journal du Mardi. Toch is het niet erg duidelijk waaruit moet blijken dat Knack in samenspraak met Langlois een artikel zou hebben gebrouwen om de wormstekige Nihoul uit de wind te zetten. Wat wordt de Knack-verslaggever eigenlijk aangewreven? Dat hij in oktober 1997, op eigen initiatief, een gesprek heeft gehad met enquêteurs van de Dutroux-zaak en dat hij een kladje van een artikel eerst heeft voorgelegd aan het onderzoeksteam in Neufchâteau, een kwestie van de aangehaalde informatie op haar juistheid te controleren. Tot vorige week was dit een correcte journalistieke handeling, nageleefd door ernstige verslaggevers die dit soort affaires volgen. Overigens, mocht De Morgen deze regel in de KB Lux-zaak hebben gevolgd, de fatale primeur over de Luxemburgse bankrekening van minister Didier Reynders, die tot het ontslag van een hoofdredacteur leidde, zou nooit zijn gepubliceerd. Om precies te begrijpen wat hier aan de hand is, moeten we terug naar 1997. Toen kreeg een journalist van dit blad de nevendossiers in de Dutroux-zaak, de zogenaamde X-getuigenissen, aangeboden. De verhalen waren kant en klaar, voorgesneden en voorgebakken - van onderzoeksjournalistiek is hier nooit sprake geweest. Het aanbod werd afgewezen. De X-verhalen hoorden veeleer in psychiatrische dan in justitiële dossiers - een van de X'en zou later beweren door de paus te zijn verkracht. Naderhand kwam het college van procureurs-generaal tot dezelfde bevinding als Knack. Andere media werden aangeklampt. Ook zij toonden zich erg sceptisch en lieten, vanwege het delicate onderzoek, de X-verhalen in de mappen. Bovendien was de volkswoede intussen ten top gestegen als gevolg van het spaghetti-arrest waarmee het hof van cassatie onderzoeksrechter Jean-Marc Connerotte van de zaak-Dutroux had gehaald, en van de opvoeringen voor de parlementaire onderzoekscommissie, geleid door Marc Verwilghen. In oktober 1997, in het Knack-artikel dat volgens De Morgen in de mediacampagne van onderzoeksrechter Langlois paste, kwam voor het eerst het verziekende effect van de X-getuigenissen ter sprake. Van dan af was het zeker dat die X-verhalen vroeg of laat onversneden in de pers zouden opduiken. Begin 1998 was het zover. De Morgen, dat de X-dossiers als eerste serveerde, vroeg zich aanvankelijk af of het hier nu ging om verzinsels van mythomanen dan wel om verhalen van echte slachtoffers van pedofiele netwerken. In elk geval, stelde de krant, moesten die getuigenissen worden onderzocht. Dat was een verdedigbare houding, ware het niet dat de krant zich meteen opstelde als woordvoerder van de zogeheten 'believers' en van de speurders die de X-dossiers beheerden. Om haar gram te halen in de Dutroux-zaak toonde ook De Morgen zich bijwijlen weinig kieskeurig in de keuze van getuigen. Vorige week nog voerde de krant George Frisque op, een schimmig heerschap dat intussen de Dutroux-zaak heeft gekoppeld aan alle schandalen en affaires van de afgelopen jaren, van de Roze Balletten en de Bende van Nijvel tot de moord op André Cools. Het gevolg van deze journalistiek van de verschroeide aarde, zoals de Nederlandse chroniqueur Derk-Jan Eppink die heeft bestempeld, was het pijnlijke aanslepen van het onderzoek dat telkens naar nieuwe, onzinnige sporen werd afgeleid. Het absolute journalistieke dieptepunt werd bereikt met de publicatie van het door extreem-rechts gepromote Dossier Pédophilie, waarin koning Albert II van geweld op minderjarigen werd beticht. Het gerecht in Neufchâteau is vandaag compleet verdeeld tussen de 'believers' rond procureur Bourlet, die geloven in het bestaan van een pedofielennetwerk rond Dutroux en Nihoul, en de 'non-believers' achter onderzoeksrechter Langlois. Door de verdeeldheid binnen het gerecht en door de onzindelijke mediakrijg werden de ouders van de vermoorde meisjes voortdurend heen en weer geslingerd tussen onmacht en wanhoop. Het geeft te denken dat niemand ooit het fatsoen heeft opgebracht om zich tegenover hen te excuseren. Zoals niemand bij De Morgen zich ooit heeft geëxcuseerd bij notaris X, of bij voormalig ABOS-directeur André Godfroid, die 14 dagen onschuldig in voorarrest heeft gezeten na publicatie van artikelen, onder meer door de journalist die nu de verdachtmaking van Knack steunt. Wellicht zijn excuses ook op hun plaats voor de weduwe van Alain Van der Biest, de Luikse PS'er die door de krant ten onrechte werd opgevoerd als de opdrachtgever voor de moord op André Cools en die finaal tot zelfmoord werd gedreven. Als op een volgende bijeenkomst van de kapel van X'isten de heer Frisque of andere 'believers' alweer beweren een nieuwe draad in het pedo-web beet te hebben, en de zenuwen geraken wat gespannen en de hoofden verhit, dan moet de Dutroux-exegeet van De Morgen weten dat een halfje Valium al wonderen doet. Rik Van Cauwelaert