Op het einde van het seizoen komt er dan toch nog het tweegevecht Anderlecht-Club Brugge dat de pronostieken vorige zomer voorspeld hadden. Niet voor de titel, die is al richting Luik gevlogen, wel voor een tweede plaats, die recht geeft op de voorronde van de Champions League. Vooral voor blauw-zwart zou het toch zuur zijn om die (mogelijke) vetpotten te moeten missen: halfweg het seizoen leek Club nog op koers naar de landstitel. Anderlecht zag zich in die dagen tot een schijnbaar onmogelijke achtervolgingskoers veroordeeld. Maar kijk: 180 minuten voor het einde van de competitie liggen de twee erfvijanden nek aan nek.
...

Op het einde van het seizoen komt er dan toch nog het tweegevecht Anderlecht-Club Brugge dat de pronostieken vorige zomer voorspeld hadden. Niet voor de titel, die is al richting Luik gevlogen, wel voor een tweede plaats, die recht geeft op de voorronde van de Champions League. Vooral voor blauw-zwart zou het toch zuur zijn om die (mogelijke) vetpotten te moeten missen: halfweg het seizoen leek Club nog op koers naar de landstitel. Anderlecht zag zich in die dagen tot een schijnbaar onmogelijke achtervolgingskoers veroordeeld. Maar kijk: 180 minuten voor het einde van de competitie liggen de twee erfvijanden nek aan nek. JACKY MATHIJSSEN: Natuurlijk. En weet je hoe dat komt? De pers heeft Anderlecht na de trainerswissel zes weken met rust gelaten. Dát is het geheim. Als je zes weken in alle sereniteit kunt werken met spelers van zo'n niveau, dan komt zo'n ploeg automatisch op de rails. Zo werkt de relatie tussen pers en topvoetbal: vroeg of laat vinden de kranten een reden om verhaaltjes te lanceren over deze of gene club, waardoor die club het vanzelf moeilijk krijgt. Je moet als trainer voortdurend brandjes blussen, zorgen dat het rustig blijft, ondanks wat er in de media verschijnt. Standard is dit seizoen uitzonderlijk aan die wetmatigheid ontsnapt, omdat de pers hen dat jaar in de zon wel eens leek te gunnen. Maar volgend seizoen is dat over, hoor. Dan kan er ook in Luik weer naar verhaaltjes worden gespit. MATHIJSSEN: Het is dit seizoen nooit echt rustig geweest. Maar dat ligt niet alleen aan de media, door blessures zijn we nooit tot het stabiele elftal gekomen dat ik voor ogen had. Ik ben dat ook wel gewend: in de zes jaar dat ik trainer ben, heb ik altijd moeten schipperen. Maar ik had verwacht dat ik bij Club Brugge eerder energie zou moeten stoppen in luxeproblemen: bijvoorbeeld twee, drie goede spelers ontgoochelen omdat andere jongens op dat moment beter zijn. Dat is er door omstandigheden te weinig van gekomen. MATHIJSSEN: De kern is normaal breed genoeg, maar het probleem was dat ik creatieve, belangrijke spelers zoals Elrio Van Heerden en Koen Daerden zo goed als nooit heb kunnen inzetten. Als je daar rekening mee houdt, is het eigenlijk onvoorstelbaar welk parcours Club dit seizoen afgelegd heeft. Onze opdracht deze zomer was: maak van Club Brugge weer een belangrijke ploeg. Ik denk dat we daar toch in geslaagd zijn, nee? We hebben onderweg zelfs de eerste plaats gepakt en als je daar dan toch staat, moet je ervoor blijven gaan, vind ik. Ook al ben je ontgoocheld wanneer je die koppositie uiteindelijk moet laten schieten. MATHIJSSEN: Ik zou zeggen: nee. Maar tegelijk is dat een gevaarlijke uitspraak, want het seizoen is wat mij betreft zeker ook nog niet voorbij. Ik heb nog altijd honger, ik wil strijden voor die tweede plaats. Want als we zaterdag winnen van Anderlecht, ligt de weg naar de Champions League open. Daar moeten we in blijven geloven, maar stel dat het niet lukt, dan mogen we niet vergeten wat Club Brugge dit seizoen gepresteerd heeft. We hebben wekenlang eerste gestaan. Dat is een prestatie, wetend hoe diep deze club de laatste jaren gezeten heeft. MATHIJSSEN: Hoe gek het ook is: er werd ons kwalijk genomen dat we heel efficiënt voetbalden. Nu zijn we al een stap verder en wordt ons blijkbaar kwalijk genomen dat we te weinig efficiënt zijn. Zo is het natuurlijk altijd iets. Ergens begrijp ik dat wel hoor: de omstandigheden waren nu eenmaal wat ze waren. Je had de buren die een superseizoen draaien, je had een ex-trainer en een ex-hulpcoach die bij AA Gent een prachtige start namen... Allemaal omstandigheden die het voor de journalisten niet evident maakten om Club Brugge te bewieroken. Standard zat dan weer in een periode waarin alles wat die club deed op zijn allermooist gepresenteerd werd. Dat komt omdat ze heel Wallonië achter zich gekregen hebben, maar ook omdat de juiste journalisten Standard volgden, zal ik maar zeggen. Niet het type dat gaat zoeken en peuteren naar probleempjes, zoals dat hier wel gebeurt. Maar volgend jaar heft dat zichzelf op. MATHIJSSEN: O ja, zeker. Begrijp me niet verkeerd: ik wil de grote prestatie die Standard geleverd heeft niet geringschatten. Niemand had voor het seizoen op hen getipt en ze maken het toch maar waar. Chapeau dus. Maar je kunt ook niet ontkennen dat de wind goed zat voor hen. MATHIJSSEN: Voor een groot stuk toch. Welke informatie heeft een supporter? Wat in de krant staat, toch? MATHIJSSEN: Ja, wij zijn de boze wolven die wonnen van de brave rikskes. En vaak wonnen. ( lacht) MATHIJSSEN: Ik had er geen moeite mee. En ik zal niet ontkennen dat het voor een deel ook zo was. Niemand heeft hier ooit beweerd dat wij de mooist voetballende ploeg van het land zijn. Maar voor wat we brachten - mentaal overwicht, fysiek de strijd aangaan - kregen we te weinig waardering, dat is duidelijk. En over dat mooi spelen: halfweg het seizoen heb ik duidelijk gezegd dat als bepaalde zaken niet zouden verbeteren, we die eerste plaats onmogelijk zouden vasthouden. Jammer genoeg heb ik gelijk gekregen. MATHIJSSEN: Klopt absoluut. Ik denk dat één fluitsignaal de kansen van Club heeft doodgedaan: dat afgekeurde doelpunt van Sterchele tegen Standard. Het was zo'n halve fout waar een scheidsrechter voor kan fluiten, maar net zo goed ook niet. En als hij telt, krijgen we een andere competitie. Zeker weten. Na Standard heeft Club de overtuiging verloren dat we iedere wedstrijd uiteindelijk toch naar onze hand zouden zetten, wat er ook gebeurt. Onze efficiëntie was plots afgebot en dat kostte te veel punten om Standard de titel nog af te snoepen. Toegegeven, ik denk dat Standard sowieso aan de leiding zou hebben gestaan, met de resultaten die zij behaald hebben. Maar in normale omstandigheden hadden wij wel langer de druk op hen kunnen houden. Ik zag die mentale dip aankomen en ik heb geprobeerd om hem op te vangen door na de match tegen Standard voor wat afleiding te zorgen. Maar dat volstond dus duidelijk niet. MATHIJSSEN: Daarmee probeerde ik onze winnaarsgedachte overeind te houden. Zonder succes dus. MATHIJSSEN: De media zijn een factor in het functioneren van een voetbalploeg. Je moet daar dus bewust en verstandig mee omgaan. MATHIJSSEN: Het mag in elk geval geen motivatietechniek worden die je systematisch hanteert, want ik zie er ook wel gevaren in. En er bestaan betere momenten en manieren om een speler te prikkelen. MATHIJSSEN: O, erg goed. Op zich was het mentale nooit echt een probleem binnen deze kern. Behalve dan na de match op Dender. We verloren daar met 1-0, wat altijd kan gebeuren, maar wat mij stoorde: mijn spelers leken naderhand niet eens leeg gespeeld. Dat kan dus niet. Een Clubspeler moet na een verloren match zo moe zijn dat hij van het veld kruipt. Dat engagement móét. Vandaar dat ik de spelers toch nog even op scherp wou zetten tegen Genk. En daarom ook dat ik na die match zo lang op mijn bank bleef zitten. Niet omdat ik me verslagen voelde en al zeker niet omdat ik de confrontatie met Logan Bailly en zijn roze truitje wou vermijden, maar om de reactie van mijn spelers nauwgezet in de gaten te houden. En ik heb toen mooie dingen gezien. We hadden verloren, en iedereen was natuurlijk ontgoocheld, maar je zag toch ook opgeheven hoofden omdat ze er allemaal hun kop voor hadden gelegd. Je kunt verliezen, maar dan alleen op zo'n manier dat je je er niet voor hoeft te schamen. Dat is ook de reden waarom we voor volgend jaar een speler als Bernt Evens hebben aangetrokken. Ik wil werken met jongens die kapot willen gaan voor deze club. De wil om kampioen te worden moet zo groot zijn dat we volgend seizoen geen twee matchen à la Dender meemaken. MATHIJSSEN: Nee, maar ik begrijp wel dat hij het zo heeft aangevoeld. Club was vorig seizoen een ploeg die vol twijfels zat. Dan moet je eerst werken aan het mentale front, en dat hebben we ook van in het begin met vrij veel succes gedaan. Je zag Club bijvoorbeeld niet meer zo vaak buitenshuis verliezen, wat voorheen nog de achilleshiel was. Leko heeft dat misschien ervaren als overmoed, maar ik denk niet dat hij ten volle besefte hoeveel wedstrijden we gewonnen hebben dankzij onze overmoed. Het was doordachte overmoed. MATHIJSSEN: Michael Klukowski? MATHIJSSEN: Soms heeft hij het daar moeilijk mee, maar Brian is een prof en hij weet dat je zoiets kunt meemaken in het topvoetbal. Af en toe heeft hij door omstandigheden niet de allerbeste partijen gespeeld. Hij was nooit de enige schuldige, maar het is eigen aan een publiek dat het zich concentreert op één individu. Intern laat ik Priske vaak voelen dat hem niets te verwijten valt, maar dat de omstandigheden hem nu eenmaal niet gunstig gezind zijn. Hij is gelukkig mentaal sterk genoeg om daarmee om te gaan. Verdediger is bij Club Brugge de moeilijkste positie. Men verwacht van ons dat wij altijd met risico voetballen, wat betekent dat je ruimte moet laten. En dat terwijl je negen keer op de tien tegenover een ploeg staat die er vooral op uit is om jouw fouten af te straffen. Dat verdedigende werk loopt nog altijd niet zoals ik het wil. Dankzij het superseizoen van Stijn Stijnen hebben we de schade kunnen beperken, maar ik besef dat we aan een paar afstraffingen ontsnapt zijn. Dat is dus een andere uitdaging binnen onze transferpolitiek: ik wil voetballers die het aankunnen om te verdedigen op veertig meter van hun eigen doel. MATHIJSSEN: Die vraag is moeilijk te beantwoorden. Hij is in ieder geval voor Club Brugge erg belangrijk, zowel op als naast het veld. Maar van Stijn mag je dat ook wel verwachten: hij heeft ondertussen al flink wat ervaring. En hij houdt zich bij de nationale ploeg toch ook knap staande, al is het in dat team al jaren niet makkelijk voetballen. MATHIJSSEN: Niet. Je krijgt dat er nooit helemaal uit, Jo speelt nu eenmaal zo. Maar hij is daarin al sterk gegroeid. Zijn probleem is dat de scheidsrechters nog niet doorhebben dat er een andere Blondel op het veld staat, en dat ze voor hem strenger zijn dan nodig. Het is al gebeurd dat hij pas in de 72e minuut zijn eerste overtreding van de match maakt, maar dan krijgt hij wel direct geel. Terwijl er anderen op het veld staan die op dat moment aan hun zevende fout zitten, tegen wie niet opgetreden wordt. Jo heeft een spectaculaire manier van fouten maken, omdat hij zelf heel viriel is in zijn bewegingen. U noemt dat onbesuisd, en voor een deel is dat ook wel zo. Maar bij hem is het in ieder geval nooit een fout om de fout. Er zit nooit een bewuste, gemene gedachte achter. Jo wil gewoon zo graag die bal dat hij af en toe over de schreef gaat. MATHIJSSEN: Ja, maar zo ken ik nog voetballers. En daar houdt de arbitrage wel rekening mee en met hem niet. Misschien speelt Blondel niet genoeg komedie. Hij kan ook doen alsof hij is uitgegleden, een trucje dat ik tegenwoordig veel zie. Een ander probleem van Jo is dat hij zich nogal snel benadeeld voelt. Na een lichte fout zie je hem dan reageren: ' Allez, ik heb hem toch bijna niet geraakt!' En dat is voor een scheidsrechter meestal net de aanleiding om geel te trekken. En dan heeft Jo het vaak moeilijk om die kaart van zich af te zetten. Dan kan zijn rechtvaardigheidsgevoel hem soms nog een tweede keer geel kosten. Pas op, ik ga hier van Blondel geen lieverdje maken, hè. Ik heb ook al gedacht: oei, wat doet hij nu! Maar het is wel verbeterd, en ik vind het jammer dat de arbitrage hem daar niet meer voor beloont. MATHIJSSEN: Een injectie van loopvermogen en creativiteit zou ons goed doen. Het puur voetballende potentieel moet omhoog. Ik denk dat we nu al enkele heel goede spitsen hebben, maar ze scoren te weinig. Dus moet je volgens mij op zoek naar mensen die hen vaker in scoringspositie kunnen brengen. MATHIJSSEN: Ja. Maar dat kan snel veranderen. Wesley is namelijk een echte spits, en spitsen leven van momenten. Hij heeft niet veel nodig om te ontploffen. Zijn probleem is dat hij de lat altijd enorm hoog legt voor zichzelf. En dat hoeft momenteel eigenlijk nog niet, want Wesley komt terug uit een heel vervelende blessure. In ieder geval blijf ik 100 procent geloven in de combinatie Sonck-Sterchele. Dit jaar waren onze spitsen de dupe van het feit dat we zoveel hebben moeten puzzelen, maar volgend jaar wordt Sonck-Sterchele een superkoppel, let maar op. MATHIJSSEN: Daar ben ik zelf voorstander van, ja. Niets tegen vreemde nationaliteiten, maar als je een jongen van hier pakt, win je een jaar. Het probleem is dat niet alle clubs louter aan de sportieve waarde van een speler denken. Soms zijn andere prioriteiten belangrijker dan voetbalsucces. Een etalage voor transfers vormen, bijvoorbeeld. MATHIJSSEN: Dat speelt daar een rol, ja. Ik denk niet dat ik daar geheimen mee vertel. Ik wil trouwens van Club ook weer meer een etalage voor transfers maken, maar dan wel op een hoger niveau. Het is veel te lang geleden dat een speler hier doorgroeide naar de absolute Europese top. Maar ja, als je nationaal geen potten breekt, liggen ze internationaal zeker niet van je wakker. DOOR JEF VAN BAELEN