Frankrijk bestond op het einde van de 18e eeuw uit meer dan alleen een republikeinse toplaag, en in de hoofden van de meeste burgers werd hem dan ook een monarchale positie toegedicht. Behalve de jakobijnen choqueerde een keizerstitel niemand, integendeel: vanuit alle hoeken van het land en met name vanuit de legerkampen waren er in de maanden voorafgaand aan de kroning talloze verzoekschriften aan de Eerste Consul gestuurd om zich tot keizer te laten benoemen.
...

Frankrijk bestond op het einde van de 18e eeuw uit meer dan alleen een republikeinse toplaag, en in de hoofden van de meeste burgers werd hem dan ook een monarchale positie toegedicht. Behalve de jakobijnen choqueerde een keizerstitel niemand, integendeel: vanuit alle hoeken van het land en met name vanuit de legerkampen waren er in de maanden voorafgaand aan de kroning talloze verzoekschriften aan de Eerste Consul gestuurd om zich tot keizer te laten benoemen.In de meeste steden die het echtpaar Bonaparte in de afgelopen twee jaar had bezocht, waren ze onthaald als een vorstenpaar. De bevolking associeerde het begrip 'keizer' met de Romeinse Republiek, waar het keizerlijke staatshoofd werd aangesteld door de Senaat. Zo gebeurde het ook in 1804. Napoleon zou 'Empereur de la République' worden, de keizer van de Republiek. Dat was heel wat anders dan een door God gewilde koning. Vele republikeinen hadden wel een rechtvaardige samenleving gewild, maar daarom niet de dood van een koning. Frankrijk en Napoleon Bonaparte bevonden zich dan ook op het kruispunt van twee tijdperken: bij de uitgang van het eeuwenoude koninkrijk met zijn goddelijk recht en zijn privileges, en bij de ingang van de moderne tijd, met stemrecht en gelijkheid als hoekstenen. Een monarch die tegelijk de republikeinse waarden verdedigde, schonk de mensen dan ook veel voldoening. Als er later in de straten van de steden, in de feestzalen van Parijs en op de slagvelden van het Franse leger luidkeels 'Vive l'Empereur!' werd geroepen, was dat niet alleen ter ere van een persoon. De keizer was ook een begrip. Zijn naam belichaamde een idee, het idee van een nieuwe tijd waarin gelijkheid gold, vermengd met de glorie van het vaderland en de trots van een natie. Het was de eerste stap naar een grondwettelijke monarchie op het Europese continent.Voor Napoleon zelf ten slotte was het noodzakelijk dat een Frans staatshoofd ook legitiem was in de ogen van het buitenland. Het was goed voor Frankrijk als de vorsten in zijn keizerschap een teken zouden zien dat de revolutie voorbij was en dat het land terug in de rangen keerde - ook al klopte dat beeld natuurlijk niet helemaal. Bij de intellectuele elite viel de omschakeling nochtans slecht. De kinderen van de verlichting waren geschokt dat het boegbeeld van de revolutie en de republiek zoiets had kunnen doen. Beethoven, die zopas een complete symfonie had opgedragen aan zijn held Bonaparte, was razend. Hij gaf zijn werkstuk de nieuwe naam Eroica en droeg het op 'aan een groot man' in plaats van aan Napoleon. Ondanks de revolutie en de elf jaar oude republiek was bij velen de mentale klik naar een 'presidentieel' staatshoofd nog niet gemaakt. 'Ik kon alleen maar een gekroonde Washington zijn', zou Napoleon later zeggen toen hij op Sint-Helena zijn memoires dicteerde. De vergelijking met de Verenigde Staten van Amerika ging niet op in de Europese context. 'Nog geen twee jaar zou een republiek als de VS in Europa de druk van de monarchieën kunnen weerstaan.' Allicht heeft hij op dat punt gelijk gehad.Al speelden persoonlijke motieven natuurlijk ook een rol. IJdel als hij was, voelde hij zich ten zeerste aangetrokken door het vooruitzicht om een eigen dynastie op te richten. Ongenaakbaar als hij zich voelde, dacht hij ermee weg te komen in een Europa waarin een monarchie alleen werd aanvaard als die volgens de middeleeuwse principes tot stand was gekomen. Dat zou lelijk tegenvallen. Al snel noemde Londen hem de 'usurpator', een man die zich wederrechtelijk de bevoegdheid van een staatshoofd had toegeëigend. De benaming zou later door andere vijanden overgenomen worden. Dat imago heeft er in hoge mate toe bijgedragen dat volgende generaties zich Napoleon herinneren als een egocentrische dictator die tegen de wil van zijn volk regeerde. Het moge duidelijk zijn dat dit beeld niet klopt. Eenvoudige mensen als zijn kamerheer Constant zeiden er het volgende over: 'Usurpator? Laat me niet lachen. Wat een zielenpoten. Als er van usurpatie sprake was, welnu, dan was driekwart van de Franse bevolking daar medeplichtig aan!'Op 18 mei 1804 werd Napoleon Bonaparte voor het eerst officieel aangesproken als keizer. Het was tijdens een plechtigheid in de Senaat, die nauwelijks een kwartier in beslag nam. Alle hedendaagse clichébeelden ten spijt was het niet zijn ongebreidelde persoonlijke ambitie die Napoleon Bonaparte zo ver heeft gebracht, maar de unieke historische omstandigheden. Zowel hijzelf als iedereen in zijn politieke omgeving wikte en woog de kansen, voor zichzelf en voor het nieuwe Frankrijk. Beide zagen ze als onlosmakelijk verbonden. Wilde de ware erfenis van de Revolutie voortleven, samen met alle moderniseringen van het Consulaat, dan was het absoluut noodzakelijk dat Bonaparte aan de macht bleef. Maar om de macht te behouden zoals hij die op dat moment bezat, moest hij haar nog vergroten, nog onaantastbaarder maken. Dat was de ware reden waarom Bonaparte uiteindelijk Napoleon I werd. Tijdens de tien jaar die het keizerrijk standhield, zou hij die republikeinse waarden steeds minder trouw blijven. Zijn officiële titel was 'Napoléon, empereur des Français, par la grâce de Dieu et les constitutions de la République'. Vanaf 1807 werd het woord 'République' echter geschrapt. Napoleon zag zichzelf als een vorst van de natie, van het volk, maar niet van een staatsvorm. Hijzelf wás namelijk die staatsvorm. Wat niet verdween, was de verwijzing naar de Grondwet, die op een republikeinse en bijna democratische wijze tot stand was gekomen. Ten slotte hield ook de verbazende verwijzing naar God stand. De formule verwees naar de oude wereld en was dus totaal onrepublikeins. Maar ze was politiek nog noodzakelijker dan een verwijzing naar de verdwenen republiek. Dat Napoleon zijn titel bij de gratie Gods had verkregen, was minder een teken van zijn persoonlijke geloofsbelijdenis dan een erkenning van het feit dat Frankrijk niet alleen een republikeins, maar ook een diepchristelijk land was.Het was dan ook zijn wens dat de kroning een sacraal karakter zou hebben; de aanwezigheid van de paus was onontbeerlijk. Hij ondervond verzet uit eigen kringen. De republikeinse achterban was niet blij met het plan om de paus erbij te betrekken. Talrijke atheïsten in de Raad van State dreigden het hele project te blokkeren. Overigens was het van meet af aan duidelijk dat de paus zijn zegen mocht geven, maar niet de kroon zelf. Die kreeg Napoleon van het volk, niet van God. Zijn standpunt lokte bij beide partijen controverse uit. De paus voelde weinig voor die tweederangsrol, die volkomen tegenstrijdig was met de werkwijze die honderden jaren lang gangbaar was geweest. De linkerzijde zocht al naar een geschikte persoon die namens het volk de kroon op Napoleons hoofd zou plaatsen. Voor beiden had de keizer een verrassing in petto: hij liet weten dat hij tijdens de plechtigheid de kroon zélf op zijn hoofd zou zetten.