Haast al wie in België woont en werkt, moet een ziekteverzekering afsluiten om te kunnen genieten van een tegemoetkoming in medische kosten door de sociale zekerheid. Daartoe moet men zich aansluiten bij een ziekenfonds of een gewestelijke dienst van de Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (HKZIV).
...

Haast al wie in België woont en werkt, moet een ziekteverzekering afsluiten om te kunnen genieten van een tegemoetkoming in medische kosten door de sociale zekerheid. Daartoe moet men zich aansluiten bij een ziekenfonds of een gewestelijke dienst van de Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (HKZIV). In ruil voor de bijdragen aan de Rijkssociale Zekerheid (RSZ) wordt een deel van de kosten voor gewone medische verzorging, geneesmiddelen, ziekenhuisopname en revalidatiezorg terugbetaald. Er bestaan drie grote stelsels van ziekteverzekering: voor werknemers, voor zelfstandigen en voor ambtenaren. Werknemers zijn verzekerd voor grote én kleine risico's. Voor de meeste zorgverstrekkingen betaalt het ziekenfonds het grootste deel van de rekening, terwijl de patiënt zelf alleen het zogenaamde 'remgeld' moet neertellen. Het ziekengeld - de uitkering die men ontvangt tijdens het ziekteverzuim - varieert naargelang van de duur van de ziekteperiode. Zelfstandigen zijn daarentegen alleen verzekerd voor grote risico's (heelkundige ingrepen, ligdagprijs...). Zij kunnen daarnaast een bijkomende verzekering voor kleine risico's (raadpleging bij de huisarts, tandverzorging, kinesitherapie...) nemen. Ook voor zelfstandigen geldt dat het ziekengeld afhangt van de duur van de ziekteperiode. Ambtenaren zijn verzekerd voor kleine en grote risico's. Maar bij ziekte ontvangen ze geen uitkering, wel wordt hun loon verder uitbetaald. Als gevolg van besparingen in de sociale zekerheid en de toenemende medische kosten, door de vergrijzing en de evolutie van de technologie, nemen steeds meer mensen hun toevlucht tot een hospitalisatieverzekering. Naargelang van de bepalingen in de polis dekt een dergelijke verzekering de bijkomende kosten van een ziekenhuisopname, zoals extra ligdagen, de prijs voor een eenpersoonskamer en de nazorg. Sommige hospitalisatieverzekeringen staan ook in voor minder voor de hand liggende kosten: de kostprijs voor alternatieve vormen van geneeskunde, de kosten vóór en na de ziekenhuisopname of de financiering van een second opinion. Terwijl een hospitalisatieverzekering vroeger veeleer een luxeproduct was, evolueert ze steeds meer naar een noodzakelijk geachte aanvullende verzekering. Een verzekering die de bijkomende kosten dekt die niet langer door het RIZIV worden terugbetaald. Hospitalisatieverzekeringen zijn populair. Momenteel is de markt goed voor 600 miljoen euro en jaarlijks neemt hij met meer dan 10 procent toe. De tarieven van die verzekeringen zijn vrij. Ze volgen de toenemende kosten van de verzorging en van de medische technologie. Tariefverhogingen moeten wel worden gemeld bij het ministerie van Economische Zaken, maar een goedkeuring is niet nodig. Sommige verzekeraars hanteren verschillende tarieven naargelang van de woonplaats van de verzekerde. Ziekenhuizen blijken immers vaak duurder in grote steden dan op het platteland. Verzekeraars gespecialiseerd in hospitalisatieverzekeringen leggen alvast reserves aan, precies zoals dat ook gebeurt voor levensverzekeringen. Verwacht wordt dat de kosten de komende jaren enorm zullen toenemen. Wie een hospitalisatieverzekering neemt, moet op enkele elementen letten. Essentieel is de reikwijdte van de waarborg: welke kosten worden bijvoorbeeld terugbetaald bij revalidatie? Zijn ook ambulante kosten in de nazorg inbegrepen? Welke regeling geldt bij de pensioenleeftijd? Sommige hospitalisatieverzekeringen die via de werkgever zijn aangegaan, hebben het voordeel dat ze géén nieuwe medische selectie vereisen bij pensionering. De verzekeraar blijft in dat geval verzekeren, de premiebetaling neemt de verzekerde over voor eigen rekening. Het grote knelpunt bij de hospitalisatieverzekering blijft de medische selectie. Sommige verzekeraars dekken bepaalde al vooraf bestaande aandoeningen niet, of ze rekenen hoge bijpremies aan. Veel verweer hebben de potentiële klanten niet. Het gebeurt dat ze zich groeperen en zich collectief verzekeren, iets wat verzekeraars tegen aangepaste premies vaak toch aanvaarden, omdat het risico wordt gedeeld. Andere verzekeraars sluiten bepaalde aandoeningen van de verzekering helemaal uit. Tegen een bepaalde premie is hun verzekerde in dat geval gedekt voor alle mogelijke geneeskundige kosten die daarbuiten vallen. Uiteraard leveren de verzekeringsmaatschappijen in de eerste plaats een strijd om de gewone patiënt. Ze bieden dan ook zoveel mogelijk extra faciliteiten aan. Vrij recent is het systeem van de derdebetalersrekening. Dankzij een plastic pasje hoeven verzekerden het bedrag van hun ziekenhuisfacturen niet langer voor te schieten. Tussen het ziekenhuis, de artsen en de verzekeringsmaatschappij bestaat een afspraak, waardoor een stap in de betaling kan worden uitgeschakeld. Wie toch ontevreden is over zijn verzekeraar kan zijn verzekering jaarlijks opzeggen, mits een opzegperiode van drie maand. De verzekeraar zelf kan dat niet. A.P. I.V.D.