Wegens de complexiteit van hun land moeten Belgische eerste ministers evenwichtskunstenaars zijn. Dat talent komt hen ook in het buitenland steeds meer te pas, nu de nationale beslissingsmacht in toenemende mate naar de Europese raden verschuift en er in de hoofdsteden van de Unie over de nationale belangen moet worden gemarchandeerd.
...

Wegens de complexiteit van hun land moeten Belgische eerste ministers evenwichtskunstenaars zijn. Dat talent komt hen ook in het buitenland steeds meer te pas, nu de nationale beslissingsmacht in toenemende mate naar de Europese raden verschuift en er in de hoofdsteden van de Unie over de nationale belangen moet worden gemarchandeerd.Sinds hij kantoor houdt in de Wetstraat 16 werd het Guy Verhofstadt (VLD) vlug duidelijk dat rechtlijnigheid niet zelden contraproductief is. Ook in Europese zaken. Vorige week was Verhofstadt in Lissabon en Madrid om er ingewikkelde compromissen te smeden waar zowel Europa als België beter van moeten worden. Met de Portugese premier Antonio Guterres, die sinds 1 januari het voorzitterschap van de Unie waarneemt, praatte Verhofstadt over de Intergouvernementele Conferentie (IGC). Die gaat volgende maand van start en moet (door een verdragswijziging) de slagkracht van de Unie vergroten. Verhofstadt polste Guterres of hij ruimte laat voor een brede interpretatie van de agenda. België wil immers dat er over meer wordt gesproken dan over de samenstelling van de Commissie, de stemverhoudingen en het opdoeken van het vetorecht, de fameuze leftovers van Amsterdam. In navolging van Jean-Luc Dehaene (CVP) wil Verhofstadt de samenwerking tussen de lidstaten vergemakkelijken. Landen met nieuwe gemeenschappelijke projecten, bijvoorbeeld op sociaal of defensiegebied, moeten die zonder al te veel procedurele rompslomp kunnen opstarten. In het onnavolgbare Europese jargon heet dat 'versterkte samenwerking'. Portugal wil daar wel aan meedoen, maar kan als voorzitter de spits niet afbijten. Als België voldoende lidstaten voor het idee kan winnen, zal Guterres zeker niet afremmen. Tot dusver kwam de grootste weerstand tegen de 'versterkte samenwerking' van de Spaanse premier José Maria Aznar. Na een lang onderhoud verliet Verhofstadt met een goed gevoel Moncloa. Aznar zou met een versoepeling van de 'versterkte samenwerking' kunnen leven, als hij tenminste de zekerheid heeft dat die niet tegen Spanje is gericht. Verhofstadt beloofde het hem plechtig, maar beseft ook wel dat Aznar meer wil. De Spaanse premier wil in de eerste klasse van de Unie spelen en op gelijke voet staan met de grote vier: ondanks het kleinere bevolkingsaantal wil Spanje evenveel stemmen als Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië en Italië.HAND IN HAND MET BLAIRIn ruil voor Spaanse steun voor de 'versterkte samenwerking', kan Aznar allicht op Belgische sympathie voor de Spaanse promotie rekenen. De Belgische diplomatie broedt trouwens op een plan om de lidstaten in drie categorieën in te delen: de groten, de middelgroten en de kleintjes. In elke groep zou ieder land ongeacht de bevolking evenveel stemmen hebben. België ziet zich uiteraard bij de middelgrote landen, zodat het op gelijke voet met Nederland blijft en eveneens promoveert. Aznar is zeker niet de vlotste en plezierigste regeringsleider, maar dit keer deed hij erg zijn best om de Belgische premier te charmeren. Met de betere wijnen, Cubaanse sigaren en veel begrip voor de Belgische grenscontroles probeerde hij Verhofstadt, een van de weinige niet-socialistische premiers van de Unie, te vriend te maken. Nu Helmut Kohl van zijn troon is gevallen, is Aznar de echte chef van de Europese Volkspartij (EVP) van Wilfried Martens en werkt hij aan een anti-socialistisch front in Europa. Op 12 maart hoopt Aznar in Spanje herverkozen te worden en mede om die reden houdt hij een door het parlement goedgekeurde migratiewet tegen. Hij vindt die te progressief en noemt haar strijdig met de Europese marsrichting terzake. Ook Verhofstadt was attent. Als eerste vernam Aznar dat staatssecretaris voor Buitenlandse Handel Pierre Chevalier de Belgische toponderhandelaar wordt tijdens de IGC. Voor Chevalier, die sinds kort systematisch minister van Buitenlandse Zaken Louis Michel vervangt op Europese raden en de premier in Madrid vergezelde, is het een nieuwe bevordering. Als hoge vertegenwoordiger van België zal Chevalier in de IGC een team vormen met Europees ambassadeur Frans Vandaele. Daarnaast komt er een stuurgroep waarin de zes regeringspartijen en de gewesten de Belgische IGC-politiek zullen vastleggen. Een en ander wordt zeer binnenkort op de kabinetsraad beslist. De grensvervaging tussen binnenlandse en Europese politiek is nog opvallender in het sociale beleid. Half maart komen de regeringsleiders in Lissabon bijeen op een bijzondere Europese raad om een nieuw kader voor het Europese sociale model vast te leggen. Vooral de SP, onder impuls van minister van Sociale Zaken Frank Vandenbroucke, kwam met gedurfde, Belgische initiatieven. Toen bleek dat Vandenbroucke hierover al met de policy unit van Tony Blair had gepraat, zag Verhofstadt zijn kans schoon. In Londen overtuigde hij de Britse premier ervan om met België een gemeenschappelijke nota voor de sociale top klaar te stomen en in Lissabon meldde hij de Portugese premier trots dat het document op 23 februari persklaar zal zijn. Blair komt het dan zelf in Brussel voorstellen. De Belgische regering heeft al een tekst op papier staan, in het Engels. Voor het eerst sinds het oorlogskabinet in Londen werd het taalprobleem met een eentalige tekst geneutraliseerd. De bezwaren van vice-premier Laurette Onkelinx (PS) om met Blair en niet met Lionel Jospin front te vormen, werden handig omzeild en vrijdag keurde de ministerraad een paper goed dat van Vandenbroucke de kwalificatie "uitermate ambitieus" meekreeg. Als de Unie België volgt, komen er sociale doelstellingen voor de Vijftien. De resultaten van de drie landen met de beste sociale scores zouden de norm worden, zodat binnen de Unie een heus sociaal convergentiebeleid vorm krijgt. Vandenbroucke gelooft dat Blair het daarmee eens is en droomt al van de Lissabon-normen en een Europese actieve welvaartsstaat. Dat laatste begrip, zo verduidelijkte Vandenbroucke, komt niet van Blair maar is een Belgische uitvinding. Het werd in Oxford bedacht en in Scherpenheuvel op muziek gezet. Paul Goossens