De Vlaamse regering is hardleers wat betreft milieuvriendelijkheid. Neem nu de studiedienst Toerisme Vlaanderen. Moet de uitvoering verzorgen van de krijtlijnen voor het toeristisch beleid in Vlaanderen, die getrokken worden onder het alziend oog van minister-president Luc Van den Brande (CVP).
...

De Vlaamse regering is hardleers wat betreft milieuvriendelijkheid. Neem nu de studiedienst Toerisme Vlaanderen. Moet de uitvoering verzorgen van de krijtlijnen voor het toeristisch beleid in Vlaanderen, die getrokken worden onder het alziend oog van minister-president Luc Van den Brande (CVP). De dienst stelde onlangs zijn strategisch plan voor het toerisme in Vlaanderen tussen 1999 en 2002 voor. Dure consultants van het studiebureau Ernst & Young, zeven workshops, vele tussentijdse studie- en discussiemomenten, dertig medewerkers, desk research, zeventien gesprekken tussen de administrateur-generaal en sleutelfiguren uit de toeristische sector, interne bijsturingen en commentaren leiden tot een "geconsolideerde tekst". Die bulkt van de open deuren als "de financiële middelen moeten worden afgestemd op het beleid" en "de medewerkers moeten in optimale omstandigheden hun taak klantgericht kunnen volbrengen". Voorts barst hij van de goede bedoelingen. Het plan wil onder meer "een bijdrage leveren tot het welzijn en de welvaart van de bevolking". Daarbij ligt de nadruk op - het kan tegenwoordig niet anders - duurzaamheid: "De bevordering van het toerisme moet gebeuren in goede verstandhouding met andere maatschappelijke bekommernissen zoals de kwaliteit van wonen, werken en recreatie, de mobiliteit, de zorg om natuur en milieu", enzovoort. Tot daar de theorie. Nu de praktijk: de "marketingplannen per markt". Daarin worden de echte krijtlijnen van het beleid getrokken. En wat blijkt? De Vlaamse overheid wil de toerist de auto in. Het "strategisch schema" stelt dat de Vlaamse toerist "prioritair" in zijn wagen naar de kunststeden, de kust en Groen Vlaanderen - een amalgaam van onder meer de Kempen, de Westhoek en de Vlaamse Ardennen - moet. Trein en bus zijn uit den boze. Ook voor Nederlanders en Fransen die naar hier wensen te komen, is de wagen prioritair. Voor Duitsers die naar de kunststeden willen, mag op de mogelijkheden van trein en bus gehamerd worden, maar voor de kust is het weer de auto die strategisch het beste lijkt. Britten, Italianen en Scandinaven mogen kiezen. Alleen Japanners en Amerikanen die onze kunststeden willen bezoeken, moeten op de trein of de bus geleid worden. Ze zullen daar veel plaats hebben. Ondertussen zal federaal staatssecretaris voor Leefmilieu Jan Peeters (SP) wel informatiecampagnes over ozonpieken uit zijn mouw schudden. Dirk Draulans