'We hebben vier prachtige kinderen. En we zijn allebei presidentskandidaat geweest. Dan heb je het als koppel toch niet zo slecht gedaan.' Het was een stralende en geëmotioneerde Ségolène Royal die zondagavond op het hoofdkwartier van de Parti Socialiste in Parijs haar ex François Hollande met een klapzoen verwelkomde. Hollande was zonet met vlag en wimpel tot socialistisch presidentskandidaat gekozen: in de tweede ronde van de voorverkiezingen kreeg hij ruim 56 procent van de stemmen, tegenover 43 procent voor partijleider Martine Aubry. En dat dankte hij vooral aan de ste...

'We hebben vier prachtige kinderen. En we zijn allebei presidentskandidaat geweest. Dan heb je het als koppel toch niet zo slecht gedaan.' Het was een stralende en geëmotioneerde Ségolène Royal die zondagavond op het hoofdkwartier van de Parti Socialiste in Parijs haar ex François Hollande met een klapzoen verwelkomde. Hollande was zonet met vlag en wimpel tot socialistisch presidentskandidaat gekozen: in de tweede ronde van de voorverkiezingen kreeg hij ruim 56 procent van de stemmen, tegenover 43 procent voor partijleider Martine Aubry. En dat dankte hij vooral aan de steun van de afvallers uit de eerste ronde. Voor Royal moet het een verscheurende keuze zijn geweest, maar uiteindelijk bleek ze aan Martine Aubry toch nog meer de pest te hebben dan aan haar ex. Toen vervolgens ook Arnaud Montebourg (goed voor 17 procent in de eerste ronde) liet weten 'om persoonlijke redenen' voor Hollande te zullen kiezen, was het een gelopen race. Het ging er in de laatste dagen van de campagne nog behoorlijk bits aan toe. Aubry verweet Hollande een gebrek aan ruggengraat: hij zou 'slap links' vertegenwoordigen. Waar dat verwijt op sloeg, is niet helemaal duidelijk. Zelfs met een vergrootglas vielen er nauwelijks verschillen te ontdekken tussen de verkiezingsprogramma's van Hollande en Aubry. Beiden zijn sociaaldemocraten van de oude stempel, in de woorden van Montebourg 'de kinderen van Jacques Delors'. Voor Aubry geldt dat letterlijk (zij is de biologische dochter van de voormalige voorzitter van de Europese Commissie), Hollande is dan weer 'zijn geestelijke zoon'. Maar Aubry, die ooit als minister van Arbeid de 35-urige werkweek invoerde, heeft een linkser imago dan Hollande, en daarom is president Nicolas Sarkozy met Hollande als tegenkandidaat slechter af dan met Aubry. Presidentsverkiezingen, die in Frankrijk doorgaans eindigen op een 51-49-stand, worden gewonnen in het centrum. De verwachting is dat Hollande zijn verkiezingscampagne zal modelleren naar die van François Mitterrand in 1981. Die wist toen met de slogan 'la force tranquille' (vrij vertaald: rustige vastheid) ook centrumkiezers te overtuigen. Ter linkerzijde heerst intussen een lichte euforie. Uit alle peilingen blijkt dat als er vandaag verkiezingen zouden worden gehouden Hollande met gemak Sarkozy zou verslaan. Maar de regeringspartij van Sarkozy, de UMP, ging intussen bij monde van secretaris-generaal Jean-François Copé in de tegenaanval. Copé noemt Hollande consequent 'François Balladur' - een subtiele verwijzing naar ex-premier Edouard Balladur die in 1995 tot een paar weken voor de presidentsverkiezingen in de peilingen een gigantische voorsprong had op al zijn concurrenten, maar uiteindelijk niet eens de tweede ronde haalde. Volgens Copé is Hollande 'een kandidaat van niets, de grootste gemene deler, het soort waar niemand bang voor is'. Het heeft veel weg van fluiten in het donker. Piet Piryns