We moeten meer beleggen in risicokapitaal. Onder meer via privaks. Een gesprek met Jos Peeters, dé venture-kapitalist.
...

We moeten meer beleggen in risicokapitaal. Onder meer via privaks. Een gesprek met Jos Peeters, dé venture-kapitalist. IN een vroeger leven was Jos Peeters natuurkundige, werkte voor Britten en dan voor BeneVent, een fonds voor risicokapitaal gepatroneerd door de tandem Almanij- Kredietbank. Dan werd hij voorzitter van de European Venture Capital Association (EVCA) en begon hij drie jaar geleden met zijn eigen Capricorn Venture Fonds. Maar welke lading dekt nu venture capital ? Peeters : ?Risicokapitaal is eigen kapitaal. Een bank leent tegen een afgesproken intrest, met een afbetalingsplan en het enige risico het niet terugbetalen wordt afgedekt met een waarborg. Een venture-kapitalist is voor een stuk eigenaar van het bedrijf en kan mee ten onder gaan met verlies van zijn volledige inzet. Hij werkt dus zonder garanties en zonder verhaal tegen wie dan ook. Waarom ? Niet om intresten op te strijken, wel om een meerwaarde te creëren. Een bedrijf in een groeifase kan geen intresten of dividenden betalen en daarom werkt een venture-kapitalist op vijf tot tien jaar, dan kan hij één klap zijn winst nemen.? Waarvoor wordt dit risicokapitaal in ons land voornamelijk gebruikt ? PEETERS : Niet elke venture-kapitalist heeft hetzelfde product in zijn valies. Daardoor ontstaan frustraties en beweren ondernemers : meneer, er is geen risicokapitaal. Maar ze kloppen dan aan de verkeerde deur. Na de Tweede Wereldoorlog zaten veel Amerikaanse zakenlui met knowhow maar zonder kapitaal en daar is de eerste venture-markt ontstaan. Vooral starters gebruiken ook bij ons deze fondsen. In tweede instantie bedrijven met een familiale aandeelhoudersstructuur. Die mensen willen, bijvoorbeeld, naar het Zuiden van Frankrijk, de managers denken eraan het bedrijf over te nemen, maar hebben het geld niet. Derde niche : de groeiers. Expansie kan je niet betalen met geleend geld. Neem dat tien ingenieurs drie jaar werken aan een nieuw product, maar het functioneert niet of slaat niet aan, je blijft dan zitten met afbetalingen en de situatie wordt financieel onhoudbaar. Vandaar dat je expansie best financiert met eigen vermogen of risicokapitaal. Collega's van u beweren dat er in België genoeg risicokapitaal zit. Waar dan ? PEETERS : Ik ben het daar absoluut oneens mee. Kijk naar het buitenland, naar het beschikbaar risicokapitaal en het bruto binnenlands product. Iedereen ziet in twee cijfers onze achterstand. Zoiets beweren, is protectionisme. Die mensen zeggen : er mag niemand meer bij komen, wij zijn al met genoeg. Ik beweer : hoe meer venture-kapitalisten hoe beter. Blijkbaar zijn er in België heel weinig, want de Gewestelijke Investeringsmaatschappij voor Vlaanderen (Gimv) heeft alleen 42 procent van de uitstaande fondsen in risicokapitaal in portefeuille. PEETERS : Van de Gimv mag je zeggen : zéér belangrijk voor deze sector. Risicokapitaal is cyclische business die in ons land begin de jaren tachtig ontstond. We kregen een upswing, dan een neergang en nu zitten we in een tweede, opgaande cyclus. Wat is er gebeurd ? Begin de jaren tachtig beseften onze politici dat veel heil moest komen van nieuwe bedrijven. Zo ontstond in Brussel de tweede markt, de wet Cooreman-De Clercq kwam er, de Dirv-actie, een statuut voor innoverende bedrijven. In dat klimaat werden vijf, zes venture-fondsen opgericht. Het verhoopt rendement bleef echter uit, niet omdat de Vlaamse ondernemers niet deugden, maar onder meer omdat wij allemaal onze stiel moesten leren. Twee : er was het immens probleem van de zogenaamde exit. De venture-kapitalist kan alleen zijn rendement tonen door na een aantal jaren zijn aandelen te verkopen. En de meest aangewezen manier daartoe is dat papier naar een openbare markt brengen. Je krijgt dan liquiditeit in het aandeel. Wat is overigens het alternatief ? Het bedrijf als geheel verkopen, maar daarvoor begint een ondernemer niet met een zaak. Nu draaiden die tweede markten in Europa allemaal uit op een mislukking. Gevolg : de venture-kapitalisten zaten eind jaren tachtig met een portefeuille vol groeibedrijven, zonder dat ze daar weer uit geraakten. Of met andere woorden : met papieren rendementen, geen geld, geen cash. Door het ontbreken van de exit kwam de markt van het venture-kapitaal in de problemen. Is dat de reden waarom risicofondsen als Prominvest, Electrorail of BeneVent er onderdoor gingen ? PEETERS : Ze gingen er niet allemaal onderdoor. Benevent heeft problemen met zijn managers, idem voor Lessius, Electrorail werd een catastrofe... PEETERS : Catastrofes ? Niemand, behalve de aandeelhouders heeft de rendementen van Benevent gezien. Er zijn problemen geweest maar er is beterschap. In Europa stegen de bijeengebrachte middelen in 1994 opnieuw, na lange jaren achteruitgang en 1995 zal die trend bevestigen. De zorgen van individuele fondsen of groepen zijn niet illustratief voor de ganse sector. Gaat de Easdaq, de Europese versie van de Amerikaanse Nasdaq, nu wel die exitmogelijkheden bieden ? PEETERS : Punt is : als er in dit venture-systeem één schakel ontbreekt de exit, dus werkt het niet. In de Verenigde Staten zorgt de Nasdaq, de beurs voor groeibedrijven, voor die exit. Het gaat hier om enorme belangen want groeibedrijven van vandaag zijn multinationals van morgen. De bestaande, grote bedrijven creëren geen bijkomende werkgelegenheid meer integendeel en heel kleine hebben geen multiplicatoreffect. Een economie moet het hebben van ondernemingen die van 50, 100 werknemers naar 500, 1.000, 3.000 gaan. Maar we zagen die groeiers naar de Verenigde Staten trekken en met hen de beslissingscentra. De Easdaq die er nu in de herfst komt, ontstond uit die noodzaak, maar ook uit de frustratie van de venture kapitalisten in verband met de bestaande beurzen. Venture-groepen zaten in Europa met 18.000 bedrijven in portefeuille, waar ze nergens mee naartoe konden. Waarom zijn banken nauwelijks geïnteresseerd in venture-kapitaal ? PEETERS : Gelukkig maar. Zou u graag zien dat banken met uw spaarcenten dat soort investeringen doen ? Ze doen wel heel andere investeringen en tenslotte zit de KB ook in BeneVent. PEETERS : Slechts voor een klein stuk. Wie belegt bij een bank krijgt een heel duidelijk idee van het (beperkt) risico. Investeren in risicoprojecten betekent dat je alles kan kwijtspelen en een doorsnee bankklant wil dat niet accepteren. We moeten ons echter niet blindstaren op banken. Onder meer (levens)verzekeraars en in mindere mate pensioenfondsen beheren enorme fondsen in ons land. Als een paar procent van dat geld naar risicokapitaal gaat, is er absoluut geen probleem meer. Waarom gebeurt dat dan niet ? PEETERS : Een fondsmanager hier heeft er geen enkel belang bij een risico op lange termijn te nemen. Hij wordt beoordeeld op zijn rendement, eind van het jaar. Heeft hij nog een positie in een venture-fonds dat binnen zeven jaar vijf keer de inzet zal opbrengen, daar verdient hij niets méér aan. Plus : al zijn klanten willen een gegarandeerd rendement, ze eisen zekerheid. Wellicht veranderen ze pas van mening als we onze rendementen kunnen laten zien. Volgens uw collega Paul Verdurme is het matig succes van het venture-kapitaal de schuld van de overheid. PEETERS : Dat klopt niet. Het is niet allemaal de schuld van de overheid, maar die kan wel een ondernemersvriendelijk klimaat creëren, onder meer via de administratie die bij ons kafkaïaans is. Op mijn paspoort stond eerst onderzoeker, dan consultant en toen ik dat wou laten veranderen in bestuurder van vennootschappen, zei de bediende op het gemeentehuis : meneer, dat zijn allemaal zeer verdachte beroepen. Tekenend. Door de overheid, het onderwijs, de media, beseft het grote publiek niet dat welvaart verdiend moet worden door toegevoegde waarde te scheppen. Soms krijg ik de indruk dat mensen geloven dat een maatschappij blijft draaien door elkaar te besturen en te verzorgen. Ik geloof dat dus niet. Mensen kopen liever obligaties dan uw risicofondsen. Is dat uw kernprobleem niet ? PEETERS : Dat is juist, maar hier duikt de overheid weer op, want die geeft obligaties uit met een relatief hoog rendement. Plus : ze discrimineert risicokapitaal tegenover geleend geld. Ik leen 100 frank aan een bedrijf en krijg daar 10 frank rente voor. Daar steek ik na aftrek van 15 procent roerende voorheffing, 85 procent netto van in mijn zak. Als ik 10 frank winst maak op een risicoinvestering van 100 frank, gaan er 4 naar vennootschapsbelasting en op de 6 overblijvende betaal ik als het nieuwe aandelen zijn nog eens 15 procent belasting. Netto-opbrengst : zo'n 35 tot 40 procent. Bovendien vormt de overheid op de spaarmarkt een enorme concurrurent voor de bedrijven. Kijk hoeveel er wordt opgehaald aan obligaties en hoeveel aan nieuwe kapitalisatie op de beurs. Afgerond 1.200 tegen 20 miljard ? PEETERS : Zoiets en die verhouding verander je alleen via betere rendementen. Een Engels spreekwoord zegt : citroenen komen voor de pruimen. Met een nieuw fonds investeer je de eerste twee, drie jaar. Dat is gemakkelijk. Je krijgt een paar honderd dossiers en kiest er daar zeg maar tien uit. Maar als onderneming slecht draait, merk je dat al na een half jaar of één, twee jaar. Ga je dan slecht geld bij goed geld gooien ? Of neem je onmiddellijk je verlies ? In elk geval krijg je de mislukkingen snel te zien, terwijl een product of dienst ontwikkelen vijf tot zeven jaar duurt en je dan pas je winst mag tellen. In die tussentijd raak je de helft van je supporters kwijt, want die kijken naar de cijfers en niet naar wat er nog allemaal in portfeuille steekt. De volgende jaren zijn nu voor een aantal fondsen de jaren van de waarheid en ik voorzie enkele verrassingen in de positieve zin. Van één fonds is al geweten dat het zijn portefeuille verdubbelde via een participatie in Xeikon. Zijn ondernemers niet geneigd hun bedrijven ?dicht? te houden ? Hoeveel pogingen waren er niet om nieuwe noteringen op de Brusselse beurs aan te trekken ? Risicokapitaal binnenhalen of naar de beurs gaan, betekent transparantie, controle en pottenkijkers. PEETERS : Wie gelukkig is met twintig werknemers, moet niet groeien, dat is zijn goed recht. Je mag niet verwachten dat elk bedrijf naar de beurs gaat of zich openstelt voor risicokapitaal. Maar die ondernemers moeten dan ook niet klagen dat er geen geld te vinden is of dat de banken meer risico's horen te nemen. Wij kennen het Angelsaksisch verschijnsel van business angels ook niet, kaderleden of managers die risicokapitaal verstrekken. Hoe komt dat ? PEETERS : We kennen dat wel. Zo'n 90 tot 95 procent van het kapitaal van starters komt bij ons van familie of vrienden, zij geloven blind in die man of vrouw. Alleen : er bestaat geen catalogus van en we kennen de succesverhalen niet die stichtend zouden kunnen werken. Dat komt onder meer omdat in België de perceptie van het ondernemerschap zeer negatief is en je met succes (of geld) niet naar buiten komt. Leef verborgen en leef gelukkig. Is de onlangs gelanceerde privak een goed instrument om risicokapitaal in te zamelen ? PEETERS : Voor het eerst in tien jaar kregen we weer een stimulering van het risicokapitaal, dat is prima. Dankzij de privak kan een kleine belegger zijn geld via een professioneel beheerde structuur in een kmo stoppen, wat tot nog toe onmogelijk was. Oké, je kon een ondernemer die je na de zondagsmis tegenkwam 100.000 frank geven, maar je komt geen tien ondernemers tegen, dus heb je geen keuzemogelijkheid. Positief is ook dat de privak fiscaal helemaal transparant is, een echte Europese première. Aan het dividend van de privak komt als het ware een labeltje hangen : x procent belastingvrij wegens meerwaarde. De enige prijs die daarvoor wordt betaald : de notering op de beurs van Brussel. Wij drongen daar op aan omdat kleine beleggers in en uit moeten kunnen stappen. De privak is tenslotte breed van concept ; alles wat met venture-kapitaal kan, kan ook met een privak. Jammer is alleen dat de overheid geen fiscale incentive voorzag om privé-personen ertoe aan te zetten te beleggen in privaks. Wat is voor u nu een gedroomd venture-project ? PEETERS : Ik ben met een droomdossier bezig ; een universiteitsprofessor van bij ons, een man met wereldfaam die een ondernemer onder de arm nam om een zaak te beginnen in de medische branche. Het gaat om 150 miljoen startkapitaal en dat is een heel groot risico. Waarom is dit een droomproject ? Als het lukt, betekent het een belangrijke medische doorbraak, je realiseert maatschappelijk iets omdat je de levenskwaliteit van een paar procent van de bevolking verbetert, je geeft jonge mensen de kans een eigen bedrijf op te starten en tenslotte hoop ik mijn aandeelhouders tevreden te stellen, want de rendementen kunnen heel hoog zijn. Wat is voor u een goed rendement ? PEETERS : Zo'n 5 procent meer dan je kan realiseren op niet-risicokapitaal. Je moet op zo'n 15 procent mikken. Haalt u dat met uw Capricorn-fonds ? PEETERS : Ik weet het niet. Het loopt pas een jaar, maar ik zou zeer ontevreden zijn, mocht ik dat niet halen. Jos GrobbenEen nieuwe beurs moet de sector van het risicokapitaal terug op gang helpen.Jos Peeters : Al de klanten willen een gegarandeerd rendement, ze eisen zekerheid.