Het is een van de bekendste Nederlandse volkssagen: het verhaal van Hansje Brinkers, het dappere jongetje dat een dreigende overstroming wist te voorkomen door zijn vinger in de dijk te steken. Aftredend minister-president Mark Rutte ziet zichzelf graag in die rol, als de enige man die een populistische tsunami nog kan keren.
...

Het is een van de bekendste Nederlandse volkssagen: het verhaal van Hansje Brinkers, het dappere jongetje dat een dreigende overstroming wist te voorkomen door zijn vinger in de dijk te steken. Aftredend minister-president Mark Rutte ziet zichzelf graag in die rol, als de enige man die een populistische tsunami nog kan keren. Rutte doet er alles aan om van de verkiezingscampagne een tweestrijd met Geert Wilders te maken. De voorbije week haalde hij daartoe nog eens de oude dominotheorie van stal. Die term is ooit, ten tijde van de Koude Oorlog, bedacht door de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken John Foster Dulles om aanschouwelijk te maken dat als Vietnam in communistische handen zou vallen, alle andere landen van Zuidoost-Azië zouden volgen. In de variant van Rutte is het communistische gevaar vervangen door het rechts-populistische: na de brexit en de verkiezingsoverwinning van Trump in de VS, dreigt nu een kettingreactie, die ook in Nederland, Frankrijk, Duitsland en Italië de democratie om zeep zou kunnen brengen. Flauwekul natuurlijk: ook als zijn partij de grootste zou worden, wordt Wilders geen premier van Nederland, net zo min als Marine Le Pen president van Frankrijk wordt. Dat heeft te maken met kiessystemen, en met het verschil tussen knollen en citroenen. Maar het schrikbeeld past in de strategie van Rutte. Tegenover 'het verkeerde soort populisme' (zo noemde hij het in een interview met De Telegraaf') positioneert hij zich als de kampioen van de 'normale, hardwerkende Nederlander' en de verdediger van door je-weet-wel-wie bedreigde 'typisch Nederlandse' tradities als Zwarte Piet, de kerstboom en het paasei. Tegelijkertijd hoopt hij zo veel mogelijk kiezers te overtuigen om een strategische stem uit te brengen. Een stem op de aftredende premier dus, om te voorkomen dat Wilders de grootste wordt. Het is een beproefde strategie, die doet terugdenken aan het duel tussen Patrick Janssens en Filip Dewinter om het Antwerpse burgemeesterschap in 2006. Dat leverde Janssens toen een monsterzege op, maar wel ten koste van zijn eigen coalitiepartners. Rutte hoopt op een soortgelijk effect. Maar dat blijft een gok natuurlijk: tien dagen voor de verkiezingen zegt driekwart van de Nederlanders nog altijd te zweven tussen de maar liefst 28 partijen die op 15 maart naar de kiezersgunst dingen. Ook de Partij voor Niet-Stemmers doet mee. Het bracht schrijver Bas Heijne tot de verzuchting: 'Dat is geen democratie, dat is een kippenhok.' Door PIET PIRYNSRutte positioneert zich als verdediger van de door je-weet-wel-wie bedreigde Nederlandse tradities.