De lokale politie kreeg in zijn zoektocht naar de daders van de bomaanslag op de Amerikaanse Flight 103 boven het Schotse Lockerbie, niet alleen de steun van het Amerikaanse Federal Bureau of Investigation (FBI). Het, zij het meer discrete, optreden van de Central Intelligence Agency (CIA) en van andere inlichtingendiensten was minstens even overweldigend.
...

De lokale politie kreeg in zijn zoektocht naar de daders van de bomaanslag op de Amerikaanse Flight 103 boven het Schotse Lockerbie, niet alleen de steun van het Amerikaanse Federal Bureau of Investigation (FBI). Het, zij het meer discrete, optreden van de Central Intelligence Agency (CIA) en van andere inlichtingendiensten was minstens even overweldigend. Precies daarom wordt het uitkijken naar de bewijzen die de Schotse openbare aanklager zal voorleggen om de aanslag in de schoenen van de twee Libische beschuldigden te schuiven. En ook naar de twijfel die hun verdedigers zullen zaaien. Die twijfel is nu al zeer groot. Zo kan de zekerheid betwist worden waarmee Thomas Thurman (FBI) - in juni 1990, anderhalf jaar na de ramp -, een plaatje zo klein als een muntstuk, dat buiten Lockerbie als bij toeval werd ontdekt, een onderdeel noemt van een Zwitsers ontploffingsmechanisme, waarvan er aan Libië verkocht waren. Thurman werd echter ontslagen uit het FBI-lab omdat daar geknoeid was met bewijsmateriaal en verslagen van andere bomaanslagen. Zelfs de zekerheid waarmee finaal Abdel Basset Ali al-Megrahi en al-Amin Khalifa Fhima worden beschuldigd, is relatief. In december 1988 waren zij officieel in dienst van de Lybian Arab Airlines op Malta. Westerse spionnen beweren dat beide Libiërs vooral voor de Libische geheime dienst werkten. Zij zouden dan de Semtex-tijdbom in de Toshiba-cassetterecorder en in een bruine Samsonite-valies vol kleren gestopt hebben. En deze dan - zonder begeleiding - in het internationale bagagecircuit via Malta en Frankfurt op de PanAm-Flight 103 naar New York geboekt hebben. Een Maltese winkelier beweert dat Abdel Basset Ali al-Megrahi bij hem de kleren kocht, waarvan sommige etiketten tussen de wrakstukken zijn teruggevonden. Een anonieme kroongetuige bevestigt zelfs dat de twee net als hij voor de Libische geheime dienst werkten en bomexperten zijn. De winkelier krijgt echter veel Libiërs over de vloer en de Libische overloper geniet al jaren van het Amerikaans fonds ter bescherming van getuigen. Het is ook de vraag waarom de aanvankelijke onderzoekspiste ten dele verlaten werd. Die leidde naar het vanuit Syrië opererende Volksfront voor de Bevrijding van Palestina van Ahmed Jibril. Hij zou de wraak van Iran voor de Amerikaanse aanslag op een Airbus op 3 juli 1988 hebben laten uitvoeren. "Maltese Double Cross", een Amerikaanse documentaire, concludeert zelfs dat Jibril twee vliegen in één klap trof. Enerzijds was er de wraak van de ayatollah. Anderzijds was die mogelijk omdat Jibril de bom de plaats liet innemen van een pak heroïne. Dat moest door de Hezbollah - met medeweten van de CIA en de Amerikaanse Drug Enforcement Administration (DEA) - gesmokkeld worden in ruil voor mogelijke Syrisch-Libanese tussenkomsten om de toen Amerikaanse gegijzelden in Libanon vrij te krijgen. Khalid Jafaar, een lokaal drugsbaron, bevond zich inderdaad aan boord van de ontplofte Boeing. Andere slachtoffers waren majoor Charles McKee van de Defence Intelligence Agency (DIA) en leden van zijn ploeg, die betrokken was bij de pogingen om de Amerikaanse gegijzelden vrij te krijgen. In zijn boek "Trail of the Octopus" poneert Lester Coleman, een gewezen DIA-agent, dat McKee en zijn team onverwacht ook het CIA-heroïnenetwerk op het spoor waren en daarover in Washington gingen rapporteren. Sommigen beweren zelfs dat CIA- en diplomatieke kopstukken in extremis hun boeking op de PanAm-Flight 103 annuleerden. Amerikaanse privé-detectives van Interfor, door PanAms verzekeraars ingehuurd, leggen de schuld voor de bomaanslag onrechtstreeks bij de CIA omwille van de combine van CIA en Syrische drugsbazen. Als majoor McKee inderdaad wist wat wordt beweerd, dan hadden ook zij redenen genoeg om wraak te nemen. Of zij dan meeprofiteerden van Jibrils netwerk en of dit voor Iran werkte, zijn vragen die zeker naar de schuldvraag en misschien zelfs naar de Libische beschuldigden leiden, maar niet noodzakelijk naar Libië.