Even verdwenen ze naar de achtergrond. Maar vandaag is de vraag niet bij te houden. Massaal gaan beleggers in op het grote aanbod aan reverse convertibles, of vrij vertaald: omgekeerd converteerbare obligaties. Hun grote aantrekkingskracht? Ze leveren een jaarlijkse rente op van niet minder dan 10 tot 15 procent en kleven vaak vast aan bij het brede publiek bekende aandelen.
...

Even verdwenen ze naar de achtergrond. Maar vandaag is de vraag niet bij te houden. Massaal gaan beleggers in op het grote aanbod aan reverse convertibles, of vrij vertaald: omgekeerd converteerbare obligaties. Hun grote aantrekkingskracht? Ze leveren een jaarlijkse rente op van niet minder dan 10 tot 15 procent en kleven vaak vast aan bij het brede publiek bekende aandelen. Maar ze hebben een keerzijde. Niet de belegger, maar de uitgever kan beslissen (vandaar: omgekeerd converteerbaar) hoe de 'obligaties' aan het einde zullen worden uitgekeerd. Ze zijn immers converteerbaar: na afloop kunnen ze cash worden uitbetaald ter waarde van de obligatie - de belegger geniet van de hoge coupon. Of, de uitgever kan ze omzetten in een ander financieel product, meestal een aandeel. En hier ligt de kern van de zaak: is het onderliggende aandeel in waarde gestegen, dan krijgt de belegger niet de aandelen, maar de obligatie terugbetaald. Is het aandeel daarentegen in waarde gedaald, dan krijgt de belegger het aandeel terug. Waarom koopt iemand nu een dergelijk product? Het risico dat hij loopt, wordt dubbel en dik vergoed, zeggen de voorstanders. In de vorm van de hoge couponwaarde. Of dat volstaat, is echter niet altijd gegarandeerd. Het risico bestaat immers dat de onderliggende waarde sterk daalt. De belegger moet duidelijk beseffen in welk soort product hij belegt. Een vlotte informatiestroom tussen de bankier en belegger is daarom essentieel, benadrukken de emittenten. Nog te veel beleggers laten zich misleiden door de naam - (omgekeerd converteerbare) obligaties - en gaan ervan uit dat ze hun geld risicoloos investeren in een obligatie met hoge rente. 'Wie echter belegt in reverse convertibles moet ook de 'appetijt' hebben om te beleggen in het onderliggende aandeel', luidt het bij specialisten. Het werkt als volgt: beleggers in reverse convertibles moeten het aandeel waarop de omgekeerd converteerbare obligatie is uitgegeven kennen, ze moeten erin geloven. Volgens hen crasht de waarde ervan de eerste twee à drie jaar niet. Integendeel, de aandelenkoers ervan stijgt, maar zeer geleidelijk, het is een stijging die zich consolideert. Het resultaat: de uitgever koopt de - toch iets in waarde gestegen - aandelen, hij oefent zijn recht uit. De belegger krijgt zijn obligatie uitgekeerd, en heeft de hoge coupons geïncasseerd. Als daarentegen het aandeel in waarde daalt, neemt de belegger de daling voor zijn rekening. Het risico ligt in zijn kamp. Enerzijds heeft hij een obligatie gekocht die recht geeft op een jaarlijkse rente, maar tegelijk heeft hij de plicht in de plaats daarvan aandelen te aanvaarden als de uitgever hem daarnaar vraagt. In technische bewoordingen: de belegger heeft een putoptie geschreven op de onderliggende aandelen. Voor het risico dat hij bereid is te nemen, krijgt hij een premie: de hoge coupon. En die coupon is des te hoger, naarmate het risico toeneemt. Maar hij mag zich niet laten leiden door de coupon alleen. 'Elke reverse convertible moet de belegger afwegen tegenover een rechtstreekse investering in de onderliggende aandelen', luidt het advies. Onder welke voorwaarden zou er bijvoorbeeld een nuloperatie ontstaan? Of, is een investering in aandelen niet gewoon voordeliger? Een verrichtingsnota die ter beschikking wordt gesteld bij bepaalde reverse convertibles, biedt een antwoord op deze vragen. Dat reverse convertibles een product zijn voor kenners spreekt inmiddels voor zich. Maar ook zij kunnen zich vergissen. De uitgevers hebben daarom een aantal beschermende opties ingebouwd. De knock-in bijvoorbeeld. Een reverse convertible die op een Nokia-aandeel was uitgeschreven, had een referentiekoers van 182.20. Het bodemniveau, of de knock-in, werd ingesteld op 70%, of 127.54. De koers kon naar believen schommelen, als hij maar niet zakte tot het niveau van deze koers. Dan kon de belegger gerust zijn: zijn obligatie zou worden terugbetaald voor 100%. Nog dit: wie uiteindelijk geen heil meer ziet in zijn reverse convertible, kan die altijd verkopen. Dat kan op de secundaire markt, waar andere geïnteresseerden hem kunnen aankopen. Het blijft een product voor wie de markt door en door kent.Vragen of reacties: deknip@knack.beIngrid Van Daele