'Collega Rousseau, ik denk dat dit uw eerste actuele vraag is, en dan nog over zo'n zeer leuk thema.' Vlaams viceminister-president Hilde Crevits (CD&V) keek verrast op toen Conner Rousseau haar afgelopen woensdag ondervroeg over de festivalzomer. Rousseau is naast SP.A-voorzitter ook Vlaams Parlementslid.
...

'Collega Rousseau, ik denk dat dit uw eerste actuele vraag is, en dan nog over zo'n zeer leuk thema.' Vlaams viceminister-president Hilde Crevits (CD&V) keek verrast op toen Conner Rousseau haar afgelopen woensdag ondervroeg over de festivalzomer. Rousseau is naast SP.A-voorzitter ook Vlaams Parlementslid. De SP.A'er had sinds zijn aantreden als voorzitter weliswaar een vijftal vragen ingediend, maar telkens ging het om een schriftelijke vraag. De laatste keer dat Rousseau het woord nam tijdens een debat dateert van 4 maart. Dat is bijna een jaar geleden. Van de zeven Vlaamse partijvoorzitters zit er slechts één niet in een parlement. Joachim Coens (CD&V) is verder alleen burgemeester van Damme. De overige zes zitten in de Kamer van Volksvertegenwoordigers of in het Vlaams Parlement. Dat partijvoorzitters niet altijd de meest actieve volksvertegenwoordigers zijn, is een understatement. Al zijn er grote verschillen. Zo is Meyrem Almaci (Groen) een van de weinige voorzitters die in de minder opvallende parlementaire commissies de minister aan de tand voelt - in haar geval gaat het over dierenwelzijn in het Vlaams Parlement. Ook Vlaams Belangvoorzitter Tom Van Grieken is relatief actief. Met meer dan 80 vragen aan ministers sinds het begin van deze zittingsperiode, waarvan 11 in de plenaire vergadering van de Kamer, spant hij de kroon. 'Parlementsleden worden goed betaald, dan moeten ze ook goed werk leveren', klinkt het. PVDA-leider Peter Mertens weet eveneens wat gedaan op de bühne. Hij vuurde al 15 vragen af tijdens het vragenuurtje. Schriftelijk kwamen er daar nog eens 41 vragen bij. Het is geen toeval dat net de voorzitters van oppositiepartijen Vlaams Belang en PVDA actiever zijn in het parlement. 'Voor hen is de Kamer een hele interessante setting', zegt politoloog Carl Devos (UGent). 'Iemand als Van Grieken krijgt zo de kans om rechtstreeks ministers te ondervragen. Dat biedt ook voordelen voor de socialemediakanalen van de partij.' Bij een voorzitter als Egbert Lachaert is de transformatie van federale fractieleider naar partijvoorzitter duidelijk af te lezen van zijn activiteitenverslag. Vóór zijn verkiezing als Open VLD-leider had hij een twintigtal vragen gesteld. Sinds zijn aantreden in mei en de daaropvolgende verwekking van de Vivaldi-regering liep dat terug tot nul, al heeft hij naar eigen zeggen de vaste intentie om actiever te zijn in het parlement. De inactiefste partijvoorzitter is Bart De Wever (N-VA): als Vlaams Parlementslid heeft hij nul vragen en evenveel voorstellen van decreet op zijn conto. Volgens het activiteitenverslag van het Vlaams Parlement is het van november 2013 geleden dat De Wever het woord nam tijdens een debat. Ook in het activiteitenverslag van de Kamer, waar De Wever van 2014 tot 2019 zitting in had, staat geen enkele activiteit van de N-VA-voorzitter vermeld. Toch wijst dat niet op een inactieve houding, vindt de N-VA. 'Partijvoorzitters behoren tot de actiefste volksvertegenwoordigers', stelt een woordvoerder. 'Maar zeker in de meerderheid werken ze voornamelijk achter de schermen.' Een vaak gebruikt argument, zegt professor Devos, dat niet overtuigt: 'Bart De Wever heeft geen zetel nodig om achter de schermen te werken.' Zou het dan beter zijn dat partijvoorzitters hun zetel afstaan zodra ze verkozen zijn? Verschillende bronnen geven aan dat zoiets zou neerkomen op kiezersbedrog. Die praktijk lijkt meer en meer een reliek uit het verleden, toen zogenaamde schijnkandidaten louter op de lijst stonden om stemmen aan te trekken. Carl Devos gaat voor de gulden middenweg: 'Ofwel doe je iets, ofwel stap je op. Ik begrijp dat de voorzitters niet voortdurend vooraan staan in het parlement. Maar dat is nog een groot verschil met nietsdoen. Als je enkel aan je zetel vasthoudt omdat je vreest voor het imago van schijnkandidaat, dan is dat triest. Inactieve voorzitters bevestigen het negatieve vooroordeel dat het parlementaire werk enkel bestaat uit op een knopje drukken.' Volgens de politoloog is er trouwens nog een reden waarom partijvoorzitters in het parlement blijven. Dan hoeft hun partij alleen het deel van hun voorzitterswedde te betalen dat hoger ligt dan de vergoeding als parlementslid . 'Zeker voor partijen die niet royaal bediend zijn door de partijfinanciering is dat interessant.' CD&V-voorzitter Coens geeft zijn positie een positieve draai. 'Voor onze partij is het een beetje aanpassen dat de voorzitter niet in het parlement zit', zegt hij. 'Maar daardoor kan ik wel als een neutrale en objectieve voorzitter werken. Bovendien ben ik burgemeester en breng ik zo het lokale niveau dichter bij de nationale politiek.' Maar Carl Devos is er zeker van: 'Dat argument houdt stand totdat Coens bij de volgende verkiezingen een CD&V-lijst trekt en in het parlement belandt.'