Een mogelijk ijdele, maar desalniettemin levendige hoop is dat het grote DNA-project van de National Geographic Society sporen vindt van neanderthaler-DNA in een moderne mens. Wat een bewijs zou leveren van het feit dat moderne mensen (met name de cro-magnonmens) en neanderthalers zich destijds niet alleen onderling gekruist zouden hebben, maar ook dat de nakomelingen van die soortoverschrijdende geslachtsgemeenschap vruchtbaar zouden zijn geweest.
...

Een mogelijk ijdele, maar desalniettemin levendige hoop is dat het grote DNA-project van de National Geographic Society sporen vindt van neanderthaler-DNA in een moderne mens. Wat een bewijs zou leveren van het feit dat moderne mensen (met name de cro-magnonmens) en neanderthalers zich destijds niet alleen onderling gekruist zouden hebben, maar ook dat de nakomelingen van die soortoverschrijdende geslachtsgemeenschap vruchtbaar zouden zijn geweest. Sinds 1997 weet men, op basis van algemeen DNA-onderzoek, dat de neanderthaler en de moderne mens als twee aparte soorten moeten worden beschouwd. Het allereerste neanderthalerfossiel ooit gevonden (in 1830) stamt trouwens uit ons land, maar het werd destijds niet als een neanderthaler herkend. Ondertussen zijn wetenschappers erin geslaagd om DNA bruikbaar voor grondige analyse te destilleren uit neanderthalerbeenderen. De eerste resultaten geven inzicht in enkele aspecten van onze onfortuinlijke, want uitgestorven, familiegenoten - de neanderthaler verdween zo'n 30.000 jaar geleden van het toneel. Er zouden trouwens nooit echt veel neanderthalers geweest zijn. Een berekening van de genetische klok die in het DNA vervat zit, wijst uit dat de gemeenschappelijke voorouder van moderne mens en neanderthaler meer dan 800.000 jaar geleden leefde. De neanderthaler ontstond zo'n 300.000 jaar geleden, waardoor hij nog altijd langer geleefd heeft dan de moderne mens, die op z'n vroegst 200.000 jaar geleden in Afrika het levenslicht zag. Een eerste screening van het neanderthalergenoom heeft uitgewezen dat op zijn minst een aantal individuen rood haar en een bleke huid zou hebben gehad, zoals rosse moderne mensen. Men vindt ook het gen terug dat bij de mens met gesofisticeerd taalvermogen in verband is gebracht. Minstens een deel van de neanderthalers moet bloedgroep O hebben gehad. Interessanter dan de overeenstemmingen tussen het neanderthalergenoom en dat van de moderne mens, zijn de verschillen, want die kunnen ons van alles leren over de manier waarop wij geworden zijn wat we nu zijn. Er zijn zo'n duizend tot tweeduizend verschillen in de volgorde van aminozuren in eiwitten tussen neanderthalers en moderne mensen blootgelegd - ter vergelijking: mens en chimpansee verschillen in ongeveer vijftigduizend aminozuren van elkaar. Daarnaast zijn er uiteraard verschillen in stukken DNA die op het eerste gezicht niet in eiwitten worden overgeschreven, en waarvan men momenteel niet kan zeggen of ze al dan niet belangrijk zijn. Het is te vroeg om grote uitspraken te doen, maar het is wel duidelijk dat een aantal neanderthalergenen meer gemeen heeft met die van de huidige chimpansees dan met die van de huidige mensen. Wat de genen in kwestie precies doen, is echter nog niet achterhaald.