Het Museum of Tolerance, een museumproject in Jeruzalem dat volgens zijn website menselijke waardigheid en co-existentie moet propageren, begon met de beste bedoelingen. Er lag een ontwerp voor een hip gebouw van de architect Frank Gehry. Het Simon Wiesenthal Center, een Joodse mensenrechtenorganisatie, schonk 100 miljoen dollar. De gemeente Jeruzalem stelde de grond in het centrum (een parkeerterrein) ter beschikking. Maar de tragiek van het verhaal is dat dit monument van verdraagzaamheid de politieke en religieuze st...

Het Museum of Tolerance, een museumproject in Jeruzalem dat volgens zijn website menselijke waardigheid en co-existentie moet propageren, begon met de beste bedoelingen. Er lag een ontwerp voor een hip gebouw van de architect Frank Gehry. Het Simon Wiesenthal Center, een Joodse mensenrechtenorganisatie, schonk 100 miljoen dollar. De gemeente Jeruzalem stelde de grond in het centrum (een parkeerterrein) ter beschikking. Maar de tragiek van het verhaal is dat dit monument van verdraagzaamheid de politieke en religieuze strijd tussen moslims en joden in Israël in alle hevigheid heeft aangewakkerd. Want wat bleek toen de eerste bulldozers de grond ingingen? Men stuitte op schedels en botten. Het parkeerterrein is gebouwd op een moslimbegraafplaats uit de vierde eeuw, waar de kompanen van Mohammed begraven liggen. De moslimbeweging ontstak in woede, want volgens de wet van de islam mag je niet op een begraafplaats bouwen. De moefti (rechtsgeleerde) van Jeruzalem vorderde de onmiddellijke staking van de bouwactiviteiten. Tijdens de vier jaar durende juridische strijd ontdekte de tegenpartij, het Wiesenthal Center, dat moslimcuratoren het terrein al in de jaren zestig aan de gemeente hadden overgedragen om er parkeerplaatsen aan te leggen. Eens gegeven blijft gegeven, redeneerde ze. De Hoge Raad gaf begin november 2008 eindelijk zijn twijfelachtige salomonsoordeel in de zaak. Als de moslimwereld een halve eeuw lang geen bezwaar had gemaakt tegen het parkeerterrein, dan zou hij nu ook geen probleem moeten hebben met een museum. Maar dat bleek een verkeerde inschatting. De moslimbeweging greep naar een probaat middel om in de publiciteit te komen: een demonstratie tegen onrecht. Honderden woedende Palestijnen marcheerden de volgende dag door de straten van Jeruzalem. Volgens Zahi Nujidat, een vertegenwoordiger van de beweging, is het vonnis een vorm van religieuze en etnische onderdrukking. Voorstanders van het museum appelleren aan het gezond verstand en stellen dat de 3000 jaar oude stad gebouwd is op duizenden joodse, christelijke en islamitische botten. Als je Jeruzalem als een grote begraafplaats beschouwt, dan kan er nooit meer gebouwd worden. Toch rijst de vraag of de Israëlische autoriteiten even gemakkelijk de graven van hun joodse voorvaderen zouden platwalsen. Sjeik Kamal Hativ, vicevoorzitter van de moslimbeweging, neemt vooralsnog aan van niet en roept moslims in Israël en de Palestijnse gebieden op om Israël de ontheiliging van de graven van hun ouders en grootouders en de bouw van het Tolerantiemuseum niet te vergeven. Tolerantie heeft ten slotte haar grenzen. Simone Korkus