In 1974-'75 brak, mede ten gevolge van de eerste petroleumcrisis, een wereldwijde economische crisis uit, met stijgende werkloosheid in het Noorden tot gevolg. De stijgende petroleumprijzen brachten echter ook de zogenaamde petrodollars voort, en de kapitaalbezitters gingen zoeken naar mogelijkheden om al die massa's geld uit te lenen. Zo kwamen ze in de derde wereld terecht. De leningen die op dat moment werden afgesloten, waren onderworpen aan intrestvoeten van amper 6 à 6,5 procent. Rekening houdend met de hoge inflatie, betekende dat eigenlijk een nuloperatie.
...

In 1974-'75 brak, mede ten gevolge van de eerste petroleumcrisis, een wereldwijde economische crisis uit, met stijgende werkloosheid in het Noorden tot gevolg. De stijgende petroleumprijzen brachten echter ook de zogenaamde petrodollars voort, en de kapitaalbezitters gingen zoeken naar mogelijkheden om al die massa's geld uit te lenen. Zo kwamen ze in de derde wereld terecht. De leningen die op dat moment werden afgesloten, waren onderworpen aan intrestvoeten van amper 6 à 6,5 procent. Rekening houdend met de hoge inflatie, betekende dat eigenlijk een nuloperatie. Vanaf 1979 steeg de intrestvoet echter naar 14 procent, waardoor het al heel wat duurder werd om terug te betalen. Rond dezelfde tijd deed zich een tweede fenomeen voor dat zou bijdragen tot het ontstaan van het schuldenlastprobleem: de daling van de uitvoerinkomsten, op hun beurt het gevolg van een halvering tussen 1980 en 1992 van de grondstoffenprijzen. Dit is des te ernstiger omdat intussen, onder druk van de Wereldbank, heel wat derdewereldlanden hun voedselteelten hadden verwaarloosd ten voordele van uitvoergewassen, vaak in concurrentie met andere derdewereldlanden. Nieuwe leningen werden afgesloten om de oude schulden over een langere termijn uit te smeren. De carrousel was vertrokken. De totale schuld van de derde wereld bedroeg in 1980 zo'n 567 miljard dollar. In 1992 was dat reeds opgelopen tot 1419 miljard. Over dezelfde periode werd echter reeds 1662 miljard dollar terugbetaald, waarvan bijna 800 miljard aan intresten alleen. Sedertdien heeft de derde wereld reeds drie keer haar totale schuld van 1980 terugbetaald, maar is haar schuld met 250 procent gestegen! In 1994 bereikten de jaarlijks afbetalingen vanuit de derde wereld bijna 200 miljard dollar. Op datzelfde ogenblik bedroeg de officiële ontwikkelingshulp netto vijfmaal minder. Anders gezegd: sedert meer dan tien jaar vloeit er jaarlijks meer geld van het Zuiden naar het Noorden dan omgekeerd.AANPASSEN OF BETALENLanden die hun schulden niet kunnen afbetalen, proberen dus nieuwe leningen te vinden. Maar dat gaat niet vanzelf. Als de Wereldbank of het Internationaal Monetair Fonds (IMF) van mening zijn dat een land niet voldoet aan hun voorwaarden om nieuwe leningen te krijgen, dan gaan ook andere bankiers geen nieuwe leningen toestaan. Dit voorwaardenbeleid is vooral gestoeld op de "Structurele Aanpassingsprogramma's" (SAP) van het IMF, theoretisch bedoeld om de budgettaire situatie van een land in evenwicht te brengen. SAP's omvatten onder meer: muntdevaluatie, ontvetting van de openbare dienst, afschaffing van subsidies op basisconsumptiegoederen (zelfs op voedsel), het loslaten van de loonindex, afschaffen van invoerrechten en privatiseringen. Deze "paardenremedie" gaat de laatste jaren gepaard met een aantal "verzachtende" maatregelen voor de armste en meest getroffen bevolkingsgroepen. Men kan zich de vraag stellen of louter vermindering van de schuld niet alleen ethisch, maar zelfs financieel-economisch nog verantwoord is. Zoals we eerder aanstipten, is vele derdewereldschuld inmiddels al vele malen terugbetaald. Heel wat schuld - zoals de Congolese - is op de financiële markt trouwens weinig of niks meer waard. Waarom dan nog koppig doorgaan met uitgeputte economieën verder onder druk te zetten om hun beperkte inkomsten in terugbetalingen te stoppen, in de plaats van in de bevrediging van sociaal-economische mensenrechten, zoals onderwijs, gezondheidszorg of voedsel? In het jaar van de vijftigste verjaardag van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, en kort voor het Millennium-jaar 2000, moet afschaffing van de schuld ons streefdoel blijven.Erik Todts, Oxfam-Solidariteit. Deze reeks is een gemeenschappelijk initiatief van de Liga voor Mensenrechten, Amnesty International Vlaanderen, Artsen zonder Grenzen, Oxfam-Solidariteit en de uitgever van Knack.