Generatie-watcher Douglas Coupland over leven zonder God maar mét Bill : zijn we dan allemaal ?Microslaven? geworden ?
...

Generatie-watcher Douglas Coupland over leven zonder God maar mét Bill : zijn we dan allemaal ?Microslaven? geworden ?TWEE UUR PER dag face time (direct contact met mensen) volstaat, kwestie van nog wat tijd te besteden aan relationele architectuur. Voor de rest worden ze volledig opgeslorpt door hun computerwerk in wetenschapsparken. Uitgefamilied als ze zijn, geilen ze op Bill-centrische contacten : een glimp opvangen van Microsoft-baas Bill Gates. Kortom, zij zijn de eerste Microsoft-generatie : twintigers die nooit een wereld zonder MS-DOS en Windows hebben gekend. Douglas Coupland schreef er een meesterlijke roman over, ?Microslaven?, die met melancholische ironie beschrijft hoe we allemaal onderdanen worden van een globale Microstaat waarin leven, liefde en dood ?gewoon? verder gaan. Dan Underwood, de zesentwintigjarige verteller in Couplands roman, slijt zijn dagen op de fameuze Microsoftcampus nabij Seattle. Hij werkt er samen met duizenden anderen dag en nacht aan het ontwikkelen van nieuwe software. Als programmeur heeft hij zich toegelegd op het schrijven van computercodes en hij maakt het mee hoe één van zijn beste vrienden een uitbrander krijgt van niemand minder dan de grote baas. Deze flame Bill Gates praat uiteraard met electronic mail is het startschot voor Underwoods etnografische studie van zichzelf en de talloze andere nerds die totaal opgaan in hun werk. Om niet dol te draaien begint de verteller in het najaar van 1993 aan een dagboek dat stopt in januari 1995. PROJECTEN.In dat journaal kan Coupland-Underwood alles kwijt wat hem te binnen schiet : lijstjes, computercodes, gespreksflarden, persoonlijke oprispingen, weemoedige beschrijvingen van quasi-mystieke taferelen, tot en met geslepen aforismen. De algemene teneur baadt weliswaar in de geïnformatiseerde lifestyle van de zogenaamde Microsoft-generatie, die niet werkt om te leven, maar leeft om te werken. In één van zijn dagboeknotities beschrijft Underwood hoe het zover is gekomen. De Microstaat werd al voorafgegaan door campus-werkplekken in de jaren zestig, zoals Syntex, waar de werknemers in de watten werden gelegd om zich helemaal op hun job te kunnen toeleggen. In de high-techparadijzen van het Silicon Valley van de jaren zeventig en tachtig werd het persoonlijke leven helemaal geïntegreerd in het bedrijfsleven, zodat onderzoekers en werknemers in de jaren negentig haast op de campus wonen én werken : ?Geef ons je hele leven, anders laten we je niet aan de leuke projecten werken. In de jaren negentig nemen de bedrijven niet eens meer mensen aan. De mensen worden zelf een bedrijf.?Underwood woont samen met zijn collega's-vrienden in een gemeenschapshuis vlakbij de campus. Na Bills uitbrander besluiten ze collectief ontslag te nemen en te verhuizen naar Silicon Valley om er zelf een software-bedrijfje te beginnen. De vader van Underwood is ondertussen ontslagen bij IBM en helpt hen bij het opstarten van hun bedrijfje in het ouderlijke huis. De overleden jongere broer van Underwood en ook diens moeder spelen een cruciale rol in de familiegeschiedenis van de computercommune. Naarmate het project en dus ook het dagboek én de roman vorderen, nemen de momenten van ?menselijkheid? toe. De verstikkende greep van de Microstaat, zoals die aanvankelijk over het dagboek waart, wordt gecounterd door een machtsgreep van binnenuit. Door zelf actief aan de computerbusiness deel te nemen, worden de microslaven van destijds in zekere zin cybermeesters : ?Machines zijn vensters van onze ziel... door te kijken naar de machines die we bouwen en de dingen die we erin stoppen, kunnen we verbijsterend rechtstreeks de vinger aan de pols van onze eigen evolutie houden.? Ze doorzien de marketingtechnieken die ze nu trouwens zelf toepassen en in hun persoonlijk leven laten ze zich meer en meer meedrijven op passionele impulsen : ?Het lijkt wel alsof we allemaal zaadjes zijn die afwachten of ze zullen uitgroeien tot bomen of orchideeën of kamerplanten. Dat weet je nooit van tevoren.?LICHTSTRALEN.Ook al krijgt de moeder een plotse verlamming, ook al vindt de vader geen nieuw werk en ook al is de dood van de jonge broer niet weg te denken, toch vinden Couplands personages elkaar uiteindelijk in een stilzwijgend pact dat het leven hier en nu nog altijd een wonder is : ?Soms vergeten we dat de wereld zelf het paradijs is, en er is de laatste tijd veel gebeurd waardoor je dat zou vergeten.? Meer nog : dankzij de computertechnologie wordt die paradijselijke staat verhevigd. Microslaven aller landen, herkent uzelf in dit digitaal manifest ! Coupland is immers niet alleen een meester in het beschrijven van binnenuit hoe het eraan toegaat in de hoofden en harten van hen die in het oog van de digitale storm staan. Coupland weet ook dat binnenleven met zijn aperçu's te verhelderen, zonder moraliserende boutades te gaan spuien over de digitale debiliteit van vandaag. Die verdwazing bestaat en komt trouwens ook aan bod in Couplands kroniek. Coupland laat echter vooral zien hoe een nieuwe technologie een nieuwe sensibiliteit met zich mee brengt die oude vanzelfsprekendheden leven, liefde en dood anders invult. Niet slechter, niet beter, maar anders : met minder respect, maar met meer verbeelding misschien. Al krijgt uiteindelijk het zwijgen, ook bij Coupland, het laatste woord. Of toch niet helemaal, want de finale lijkt meer op een soort van werelds gebed waarin lichtstralen de weg wijzen. Na ?Generatie X? (1991) en ?Leven na God? (1994) legt Coupland dus weer de vinger op de pols van de tijdgeest, zoals geen enkele andere romancier dat kan. Hij schrijft dan ook geen romans maar eerder commentaren of bespiegelingen vol spielereien en ernstige terzijdes. Hij is zo een beetje de Faith Popcorn van de literatuur, die de nieuwe trends echter niet achternaholt maar accuraat door zijn personages laat belijden én corrigeren. Frank Hellemans Douglas Coupland, ?Microslaven?, vert. G. Baardman, Meulenhoff, Amsterdam, 384 blz., 798 fr.