Met 7,5 procent van de stemmen leek de So-cialistische Partij van Servië (SPS) niet de grote overwinnaar van de verkiezingen van 11 mei in Servië. Maar de partij, ooit nog het vehikel van dictator Slobodan Milosevic, kan de 20 parlementszetels die ze in de wacht sleepte, bijzonder duur verkopen.
...

Met 7,5 procent van de stemmen leek de So-cialistische Partij van Servië (SPS) niet de grote overwinnaar van de verkiezingen van 11 mei in Servië. Maar de partij, ooit nog het vehikel van dictator Slobodan Milosevic, kan de 20 parlementszetels die ze in de wacht sleepte, bijzonder duur verkopen. De kieslijst rond de Democratische Partij (DS) van president Boris Tadic veroverde twee weken geleden 102 van de 250 zetels in het Servische parlement. Een score waarmee Tadic, gezien de opiniepeilingen vooraf, heel gelukkig mocht zijn. Bovendien haalde de liberale en uitgesproken pro-Europese LDP de kiesdrempel. Helaas voor Tadic volstaan de 14 zetels van de LDP niet om een meerderheid te vormen. Zelfs met alle partijtjes van etnische minderheden erbij strandt Tadic op 123 zetels - te weinig om zijn wil op te leggen. Tadic' grote rivaal, ex-premier Vojislav Kostunica, aarzelde daarom niet om al meteen na de verkiezingen gesprekken aan te knopen met de Radicalen, een nationalistische partij die voor nauwere banden met Rusland pleit en die door democratische lobbygroepen als een gevaar voor de democratie in Servië en de regio wordt beschouwd. Door toch met de Radicalen in zee te gaan, beschikt Kostunica's formatie, die zelf slechts 30 zetels behaalde, in één klap over 107 parlementszetels. Omdat een coalitie tussen de formaties van Tadic en Kostunica erg onwaarschijnlijk is, verschijnt de SPS op het voorplan. Met de 20 SPS-parlementariërs erbij kan zowel Tadic als Kostu-nica meteen een regering vormen. Kostunica beweerde vorige week al over een 'principeakkoord' te beschikken. Tadic ging meteen in de tegenaanval door de SPS een vicepremier, een minister van Investeringen, een minister voor Kosovo en een minister van Werk en Sociale Zaken te beloven bij regeringsdeelname. De SPS staat daardoor voor een fundamenteel dilemma. Hoewel ze in naam socialistisch is, was ze in de periode-Milosevic ideologisch vooral erg nationalistisch. Een groot deel van de achterban behoort tot hetzelfde publiek als de aanhang van de Radicalen. Ingaan op Tadic' aanzoek is ook ingaan tegen het eigen verleden en een hele groep kiezers. De partij zoekt echter ook aansluiting bij de Socialistische Internationale en profileerde zich tijdens de campagne als de partij van de kleine man. De metamorfose die de partij sinds het verdwijnen van Milosevic aan het ondergaan was - van brutale en radicale machtspartij naar nette, sociaaldemocratische partij naar Europees model - zou door een samenwerking met Tadic veel sneller voltooid zijn. Bovendien zou de SPS in een coalitie met de Radicalen op de achtergrond kunnen verzeilen. Hoelang de SPS de prijs voor regeringsdeelname nog zal proberen op te drijven, weten weinigen. Maar dat de politiek-strategische keuze van de SPS verregaande implicaties heeft voor de toekomst van het hele land, staat vast. Dat weten ze in Servië, en dat weten ze ook in Europa, dat zijn voorkeur voor Tadic nooit onder stoelen of banken heeft gestoken. Gerry Meeuwssen