Zoveel sokken om uit te kiezen en toch bang. De schrijfster Annie Proulx heeft zo haar twijfels over de vooruitgang : een gesprek.
...

Zoveel sokken om uit te kiezen en toch bang. De schrijfster Annie Proulx heeft zo haar twijfels over de vooruitgang : een gesprek.CANADESE kabeljauwvissers en Amerikaanse keuterboeren hebben niet meteen de reputatie vlot in de omgang te zijn. Als buitenstaander krijg je niet veel meer uit hen dan een ingehouden groet en een grom over het weer. Ze hebben wel zo hun ideeën over de zorgen van alledag maar in vreemd gezelschap houden ze die liever voor zichzelf. De schrijfster E. Annie Proulx (de ?E? staat voor Edna, wat ze een afschuwelijke naam vindt) is duidelijk één van hen. Gevraagd naar haar mening over Antwerpen antwoordt ze : ?Mooi. De zon schijnt.? Annie Proulx (61) woont op een 2500 meter hoge berg in de Amerikaanse staat Wyoming. Helemaal alleen, want ze is drie maal getrouwd geweest en keer op keer vond ze het een verschrikking. Ze heeft er wel drie zonen aan overgehouden, maar die zijn allemaal het huis uit. Tot 1988 leefde ze van de journalistiek. Toen kwam haar verhalenbundel ?Heart Songs? uit en kon ze zich met de opbrengst ervan ten volle wijden aan haar eerste roman. ?Postcards? (1991), recent in het Nederlands vertaald als ?Ansichten?, werd onmiddellijk een succes. Proulx hield er de eer aan over om als eerste vrouw de PEN/Faulkner-prijs te krijgen. De roman is een beschrijving van 44 jaar uit het leven van de boerenzoon Loyal Blood. In een vlaag van woede vermoordt hij zijn vriendin, verlaat hij de ouderlijke boerderij in New England en begint aan een trektocht doorheen de Verenigde Staten. Als, achtereenvolgend, mijnwerker, uraniumzoeker, paleontologenhulpje, pelsjager en landbouwer ziet hij de Amerikaanse geschiedenis aan zich voorbijtrekken. Wanneer het hem past, stuurt hij ansichtkaarten naar de ouderlijke woonst waar de tijd ook niet stilstaat. De succesjaren van de kleinschalige veehouderij zijn voorbij. Jaar na jaar gaan er steeds meer boerenbedrijven over kop en worden ze vervangen door campings en andere toeristenoorden. Families en gemeenschappen desintegreren onder druk van de vooruitgang, terwijl iedereen ten prooi valt aan de nieuwe mammon van het individuele geldgewin. Zo geeft ?Ansichten? niet zo'n fraai beeld van de naoorlogse Amerikaanse geschiedenis. TELOORGANG.Twee jaar na het verschijnen van Proulx' eerste roman, kwam ?The Shipping News? op de markt, in het Nederlands ?Scheepsberichten?. Weer was het raak : ze mocht ervoor de National Book Award, de Pulitzer Prize en nog een paar kleinere onderscheidingen ervoor in ontvangst nemen. De critici jubelden het boek, dat een wereldwijde bestseller werd. Proulx : ?Het was gewoon stom toeval. De roulette stopte en het balletje lag op mijn naam. Meer dan dat is het niet.? Dat klinkt bescheiden, want ?Scheepsberichten? is een prachtige en vol inleving geschreven roman over de terugkeer van derderangsjournalist Quoyle naar zijn voorouderlijk huis in het Canadese Newfoundland. Quoyle gaat als verslaggever van de scheepsberichten bij de plaatselijke krant Gammy Bird werken en wordt zo een deel van de door visschaarste uitstervende vissersgemeenschap. Opnieuw een verhaal over de teloorgang van een traditionele levensvorm dus, maar ook een ode aan het harde bestaan van de mens die in en met de natuur leeft. ?Het is niet dat ik iets tegen de stad heb, maar stedelingen zijn gewoon niet mijn soort mensen. Ik heb altijd in de woeste natuur van het noorden van de Verenigde Staten geleefd en dat is waar ik over wil schrijven.? Mensen als Loyal en Quoyle leven ook van de natuur. Komen ze daar dan niet mee in conflict ? ANNIE PROULX : Loyal leeft op het ritme van de natuur en terzelfdertijd doodt hij haar natuurlijk ook met zijn vallen en klemmen. Dat is een contradictie, maar dan wel één die algemeen is bij jagers en trappers. Zij doden datgene waar zij van houden. De figuren uit mijn romans verstaan het plattelandsmilieu en voelen er zich in thuis. De echte vernietigers, degenen die van buitenuit met hun bulldozers en graafmachines de natuur proberen te bedwingen, spelen in mijn romans geen rol. Loyal buit de natuur dus niet uit. Is hij te vergelijken met de jagers die zeggen aan natuurbescherming te doen ? PROULX : Zeker niet. Ik ken die jagers die beweren dat ze het bestand gezond houden door ieder jaar een deel ervan af te schieten. Bezwaarlijk is natuurlijk dat zij hun oog niet laten vallen op de zieke en de zwakke dieren zoals een roedel wolven bijvoorbeeld zou doen, maar er juist de meest gezonde dieren uitpikken. In Amerika spreekt men zelfs niet meer over jagen. Men noemt het gewoon oogsten, wat natuurlijk een afschuwelijk concept is. Is de hedendaagse mens zijn band met de natuur dan verloren ? PROULX : Zeker, en dat is verontrustend. Op het platteland leven er nog steeds mensen die een deel zijn van de natuur en haar werkwijze begrijpen, ook al worden ze zeldzaam. De meeste mensen tegenwoordig snappen niets meer van de natuur en het kan hen geen barst schelen. Ook in de literatuur zie je daar de sporen van. Stedelingen zijn niet meer geïnteresseerd in beschrijvingen van echte landschappen. Ze willen inwendige, menselijke landschappen. Romans zijn tegenwoordig dan ook niet veel meer dan opsommingen van persoonlijke gevoelens en gedachten. Uit uw boeken blijkt dat de dood in traditionele gemeenschappen totaal anders ervaren wordt dan in steden. PROULX : De intieme dood, binnen de familie, is bijna totaal verdwenen uit het verstedelijkte Amerika. Iedereen sterft tegenwoordig in een ziekenhuis, omringd door dokters en machines. Het hele proces is gereguleerd en gemechaniseerd. De befaamde laatste woorden zijn er in zo'n geval niet meer bij. Het is veel natuurlijker om te sterven in Newfoundland, waar de dood een deel van het leven is blijven uitmaken en men niet denkt hem te kunnen verschalken. Zijn stedelingen bang van de dood ? PROULX : Natuurlijk. Hij is totaal onbekend voor hen. Boeren en vissers leven omringd door de dood. Dieren sterven, mensen verongelukken of blijven achter op zee. De eerste ervaring die stedelingen met de dood hebben, is het afsterven van één van de ouders in een ziekenhuis. Dat betekent dan zo'n klap voor hen dat ze begeleiding nodig hebben, zelfhulpgroepen oprichten en allerhande therapieën gaan volgen. En dat allemaal omdat zij hun kinderen en hun naaste verwanten niet zien sterven zoals de vroegere generaties. Aan het eind van zijn zwerftocht zegt Loyal dat hij heel zijn leven op weg is geweest naar nergens. Is dit een metafoor voor het huidige Amerika ? PROULX : Niet zozeer voor Amerika. Wel voor de Amerikanen. De reis, de mogelijkheid en het worden zijn voor hen het belangrijkste in het leven, niet het zijn. Wat ze willen worden, weten ze niet. Dat is van geen tel. Het in beweging zijn is al voldoende. Het steeds opnieuw vorm geven van zichzelf is een typisch Amerikaanse gewoonte. Ze vloeit voort uit het gebrek aan kennis over wie men eigenlijk is. ?Ansichten? wordt een kritiek op de Amerikaanse droom genoemd. PROULX : Dat is klassiek. Ieder boek dat een trektocht doorheen een land beschrijft, wordt onmiddellijk als een zoektocht naar, of een beschrijving van de mislukking van de Amerikaanse droom bestempeld. Aan dat spelletje doe ik niet mee. Mijn boeken geven geen kritiek op de idee dan de Amerikaanse droom, de vooruitgang of de teloorgang van traditionele waarden. Ik moraliseer niet, ik observeer. Wat me interesseert zijn sociale, ethische en economische veranderingen in een maatschappij. De criminaliteit, de wilde geld- en grondspeculanten die hun vuile zaakjes regelen, de uitbuiting van de Mexicanen door de zuiderse landbouwers. Is dat dan geen kritiek ? PROULX : Door dat in het verhaal op te nemen, kunnen ze als kritiek aanzien worden. Ze zijn er gewoon, dat is alles.... Ja, misschien heb je wel gelijk. Door ze te vermelden, leg ik de vinger op bepaalde wonden. U beschrijft het verdwijnen van traditionele gemeenschappen. Wat was daar zo goed aan ? PROULX : Zowel de boeren- als de vissersgemeenschappen zijn verwoest. Blijkbaar waren het emotioneel bevredigende en rijke levensvormen voor iedereen die ermee te maken had. Tweehonderd jaar lang hebben ze bestaan en gaven ze een stabiele basis voor het leven. Mensen leefden op het ritme van de seizoenen en de natuur. Ze wisten wanneer er gevist moest worden of hoe ze met hun dieren om moesten gaan. Er was een grote verbondenheid. Tegenwoordig leven ze op Newfoundland en in de voormalige landbouwstreken zoals overal elders : op het ritme van de televisie en het maandelijkse loonbriefje. De diversiteit van levensvormen is dus verloren gegaan ? PROULX : Het seizoensgebonden werk, honderden kleine gebruiken of jobs die gedaan moesten worden zoals het herstellen van de netten, het vangen van de eerste zalm die nooit verkocht, maar wel ceremonieel door de hele familie gegeten werd, het bouwen van boten, het oplappen van de huizen, de wolvenjacht, de winterse trektochten door het woud, dat is allemaal verloren gegaan. Er was een rijke diversiteit van taken, bezigheden en levensfilosofieën die nu vervangen is door het alledaagse consumentisme. De traditionele economische onderbouw is verdwenen, en daarmee ook het werk, de burenhulp en de solidariteit. Wat was die economische onderbouw ? PROULX : In Newfoundland was het de kabeljauwvangst. Momenteel staat daar een moratorium op omdat er bijna geen kabeljauw meer is. Er valt dus niets meer te doen en de mensen verlaten de kustdorpen. De heuvelboerderijen gelegen in het noorden van de Verenigde Staten gingen na de Tweede Wereldoorlog om verschillende redenen één na één failliet. Toerisme nam de traditionele economische rol van de landbouw over. Er kwamen ski-oorden en uitgestippelde wandelingen in de buurt van de nieuwe hotels. Boerderijen werden verkocht en omgevormd tot Bed and breakfasts. De boeren moesten dan aan het werk als klusjesmannen of vuilnisophalers voor de firma's die deze toeristische infrastructuur uitbaatten. Zo werd de hele landbouwsector omgevormd tot een dienstensector gericht op toerisme. Ook in Newfoundland zie je steeds meer voormalige vissers gidsbeurten geven en prullen maken voor de toeristische industrie. Hoe is dat allemaal kunnen gebeuren ? PROULS : Daar bestaat geen eenduidige verklaring voor. Het instorten van de vissersgemeenschappen wordt verklaard doordat de VN iedereen in de vroege jaren zestig aanzette tot visvangst omdat vissen goedkope proteïnes leverden en er een onuitputtelijke voorraad van aanwezig scheen te zijn. Maar ook de Canadese regering gaat niet vrijuit. Zij verpatste de visrechten in de wateren voor Newfoundland voor een appel en een ei. Een andere belangrijke factor was de verandering in de zeestroming die ervoor zorgde dat de broedplaatsen van kabeljauw zich verplaatsten van de Newfoundlandse kusten naar gebieden buiten de 200-mijlszone. Die internationale wateren worden leeggehaald door de grote internationale visserijvloten. De teloorgang van de noordelijke veehouderijen werd grotendeels veroorzaakt door grote ondernemingen die kolossale melkveebedrijven opzetten in het meer naar het zuiden gelegen laagland. De kleine boerderijen van Wisconsin met hun steile bergwegjes en hun minieme opbrengsten waren economisch niet langer efficiënt. Ze werden door de melkerijwagens niet meer aangedaan omdat de melk elders goedkoper te krijgen was. Bovendien hield men in Vermont en New Hampshire de kleine Jersey-koeien, die goed opgewassen waren tegen de steile graasgronden maar weinig melk gaven. De nieuwe boerderijen in het zuiden kweekten Holsteins die veel productiever waren. En ook met de arbeidskrachten liep er iets fout. Terugkerende veteranen van de Tweede Wereldoorlog hadden iets gezien van de wereld en waren niet meer bereid om op de noordelijk gelegen boerderijen hard te werken voor weinig geld. Zij verkozen lucratievere bezigheden. Men kan treuren om het verlies van de traditionele gemeenschapen, maar is dat niet ten goede gekomen aan de onafhankelijkheid van het individu ? PROULX : Ik treur helemaal niet, ik teken gewoon op. Het emotionele is er niet door mij in gelegd, het wordt er door de lezers in gezien. Misschien treuren mijn protagonisten wel, maar dat geldt niet noodzakelijk voor mij. En over mezelf wil ik niet praten. U vermeldt toch ook een positief gevolg van de vooruitgang : de vrouwenemancipatie. Jewell, Loyals moeder, merkt op dat nu ze zelf betaalde arbeid verricht, ze de mannelijke idee dat vrouwen alleen maar goed zijn om het huishouden te doen, duidelijk weerlegt. PROULX : Dat kan ze alleen maar doen omdat haar familie uit elkaar gevallen is en ze uit armoede haar boerderij heeft moeten verkopen. Hier vind je die veel gewilde onafhankelijkheid. Ze heeft een job. Ze leert met een auto rijden. Tot op zekere hoogte kan ze doen wat ze wil, maar ze kan alleen in zo'n positie verkeren omdat de boerderij failliet is, haar man dood en haar kinderen weg zijn. Haar hele leven is een ramp. Is zij nu geëmancipeerd ? Is zij het slachtoffer van omstandigheden ? Of is zij eerder een personificatie van de periode waarin ze leeft waarin ze tenminste een baan kan vinden ? Het kan allemaal waar zijn. Het was mijn bedoeling iets te construeren dat gebeurd zou kunnen zijn, zonder te zeggen : ?dit is nu emancipatie?. Want eigenlijk is haar emancipatie niet meer dan een illusie. Zou u dit ook zeggen over de hele vrouwenemancipatie ? PROULX : Daar wil ik het niet over hebben. Vroeger werden mensen in een gemeenschap geboren en moesten zij er blijven. Nu hebben zij de vrijheid om te vertrekken. Zij kunnen kiezen. PROULX : Tot ze ontslagen worden, natuurlijk. Op de oude hoeve kon je een botanist of een bakker zijn, maar wanneer de nood echt hoog was, had je nog steeds de opbrengst van het vee en het veld om op terug te vallen. Vandaag is er zeker een grotere illusie van vrijheid en keuze. Maar wat is keuze ? We hebben heel veel keuze over pietluttigheden als een paar sokken. Wanneer je een winkel binnengaat, zie je honderden soorten verschillende soorten sokken : uit zijde, rayon, katoen, wol, rode, blauwe, groene, effen, gestreepte, met dit of dat patroontje, om te wandelen, om kano te varen of om te skiën, er komt gewoon geen einde aan. Wanneer je erover nadenkt, is het gewoon krankzinnig : het zijn maar dingen die je over je voeten trekt. En toch kan je uren bezig zijn met niets meer dan het kiezen van een paar sokken. Om dan nog te zwijgen over voedsel en drank, al die zaken waaraan we, doordat we voortdurend moeten kiezen, onze tijd verliezen. Zijn dit de keuzen van onafhankelijke mensen of zijn dit illusies van keuzen ? Zou het leven niet veel eenvoudiger zijn als we maar drie verschillende sokken hadden om uit te kiezen ? Misschien hielden we dan wel tijd over om andere dingen te doen. Zoals ? PROULX : Ach, weet ik veel. Overjassen kiezen misschien. Marnix Verplancke E. Annie Proulx, ?Ansichten?, De Geus, Breda, 399 blz., 998 fr. Industrialisering in de VS : de vrijheid om te worden ontslagen ?Proulx : Ik teken gewoon op.